Over hoe Bertus mij raakte

Over hoe Bertus mij raakte

Terwijl ik aan het werk ben, hoor ik zacht gemiauw. Mijn eerste gedachte is dat de kat van de buren weer door onze tuin struint, op zoek naar die ene muis die zich al een tijd deskundig verstopt tussen de bladeren. Ik let er niet op en ga verder met waar ik mee bezig ben. Dan roept mijn dochter of ik naar beneden wil komen want ze wil wat laten zien. Eenmaal beneden vertelt ze dat er een poes in de hal zit. Hij is achter haar en haar vader aangelopen toen ze aan het wandelen waren en nu is hij hier. Het blijkt een scharminkelig diertje te zijn. Een beetje verslonst, erg mager, wiebelig en volgens mij is hij ook al aardig op leeftijd. Een zwervertje waarschijnlijk of in ieder geval al een flinke tijd zijn huis kwijt.

Toch hij is alleraardigst. Binnen nog geen minuut heeft hij ons hart gestolen.

Hij krijgt een bakje drinken en een beetje yoghurt. En hij eet alsof hij uitgehongerd is. We maken een knus plekje voor ‘m waar hij meteen gaat liggen soezen. Dochter geeft hem de klinkende naam Snorretje en ik rij ondertussen naar de supermarkt voor kattenvoer. We kunnen onze spinnende gast natuurlijk niet met een lege maag laten zitten. Zo zit hij de hele avond gezellig bij ons. Ook op schoot, daar moeten we ‘m dan op tillen want zelf springen gaat nauwelijks. Hij is totaal op z’n gemak. Als ik naar bed ga zet ik hem weer buiten en na nog een kopje en een aai stapt hij de donkere nacht in. Als ik hem zie wegwankelen, vraag ik me af of we hem wel weer zullen terugzien. Hij is zo wankel en zo traag.

De volgende dag. Ik sta ontbijt te maken en om stipt zeven uur hoor ik weer gemiauw.

Daar is onze Snorretje weer. Hij wiebelt voorzichtig naar binnen als ik de deur open doe. Over de drempel stappen is een hele opgave, maar het lukt. De brokjes die ik speciaal voor hem heb gehaald en waar hij gisteren van smulde, hoeft hij niet. Van de melk drinkt hij goed. Dochter is helemaal wild van ‘m en wil met hem spelen, maar dat gaat niet. Hij heeft geen interesse in het touwtje dat ze voor zijn neus houdt. In plaats daarvan gaat hij weer lekker op z’n plekje in de hal liggen.

De hele ochtend blijft hij bij me. Ik zet ‘m op schoot terwijl ik zit te werken en daar blijft hij zacht spinnend liggen. Dan bel ik het asiel. Niet dat ik ‘m weg wil doen, in tegendeel. Maar stel dat hij gechipt is, dan kunnen ze die daar uitlezen en kan hij hopelijk snel terug naar zijn baasjes. Want ik kan me voorstellen dat deze lieve knuffelkater enorm gemist wordt. Heb dochter daarom ook meteen uitgelegd dat we eerst op zoek gaan naar zijn baasjes. Mochten we die niet vinden, dan mag hij bij ons blijven.

Eenmaal bij het asiel blijkt dat hij geen zwerver is. Snorretje heeft een chip, heet in werkelijkheid Bertus en woont bij ons in de buurt.

Hij is al behoorlijk op leeftijd, zestien jaar oud. In een geleend kattenmandje loop ik met Bertus naar het adres dat het asiel van de chip heeft gelezen. Meteen zie ik dat hier een kattenliefhebber woont: Bertus heeft zijn eigen ingang naar een schuilplekje in de schuur. Maar er wordt niet open gedaan. De buurvrouw vertelt dat de baasjes van Bertus met vakantie zijn en morgen weer terugkomen. En ze schrikt als ze Bertus ziet: ‘Och lieve schat, wat ben je mager!’ Ze geeft me meteen het adres van zijn oppas. Daar doet een aardige dame open en als ik vertel dat Bertus de afgelopen dagen regelmatig bij ons was, is ze zichtbaar opgelucht. Ze kon hem steeds nergens vinden en was bang dat hij misschien stiekem was doodgegaan. Ze had er al een slapeloze nacht van gehad. Bertus schuifelt door haar woonkamer en zoekt een fijne plek bij de verwarming.

De oppas en ik wisselen ondertussen telefoonnummers uit zodat we elkaar op de hoogte kunnen houden van Bertus’ verblijfplaats.

Zo maak ik plotseling deel uit van het ‘zorgnetwerk’ rondom deze lieve oude kater. We appen heel wat af, de oppas en ik. Elke keer weer blij om te horen dat Bertus bij de ander is.

Maar dan krijgen we woensdagochtend het bericht dat Bertus bij de oppas op de bank ligt. Hij heeft de avond daarvoor alles laten lopen en beweegt nauwelijks meer. Zijn baasjes zijn net terug van vakantie en halen hem straks op om naar de dierenarts te gaan. Ik heb zo’n voorgevoel dat dit Bertus z’n laatste reisje wel eens kan zijn en bereid mijn dochter er op voor dat hij misschien wel dood gaat. Als ik haar uitleg dat dan gebeurt omdat hij al heel oud is en te ziek, antwoordt ze: ‘Dat is dan wel jammer, want dan kan hij niet meer even langskomen.’ Dat ben ik roerend met haar eens. Want hoe gammel hij ook was, hij was een heel gezellig beestje.

De oppas houdt me de hele dag op de hoogte van het wel en wee van Bertus. Al valt er natuurlijk niet zoveel meer te vertellen. En dan krijgen we om vier uur het verdrietige bericht dat de dierenarts Bertus heeft laten inslapen. Hij was te oud en te zwak om nog op te lappen. Hij was op. Heeft nog wel gewacht tot zijn baasjes weer terug waren voordat hij het bijltje er echt bij neergooide.

Dit bericht raakt me meer dan ik had verwacht. De tranen lopen over mijn wangen.

Want ik ga hem missen. In die paar dagen ben ik zo verknocht geraakt aan dit katertje. Hoe bijzonder is dat! Met zijn hoogbejaarde kattencharme heeft Bertus me ingepakt en tot op het bot geraakt. Zo lief. Zo puur. Zo zichzelf. Zo’n onvoorwaardelijk vertrouwen in ons vanaf het eerste moment. Zo mooi.

Dag lieve Bertus! Het waren drie fantastische dagen!

 

 

 

 

Advertentie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s