Nog meer onkruid

Nog meer onkruid

Met een schoffel gaan we het onkruid te lijf. Het is prachtig weer en werken op de tuin is echt een verademing. Wel moet ik goed kijken wat in de plantenbedden thuis hoort en wat niet. Onkruid lijkt soms best op het plantje wat daar wel hoort te groeien. Zo is dat met gedrag ook zo. Dat wat ik niet meer wil, heeft zich vermomt als gedrag dat bij me hoort. Door achterstallig onderhoud is het gaan woekeren. Het belemmert me om te doen wat ik wil doen. Mooi is dat, zo’n tuin als spiegel.

Als we later een kop thee drinken, vertelt Oscar me over levenslessen.

Dat hij er van overtuigd is dat we hier zijn met een doel. Om iets te leren. Mijn les, zo gaat hij verder, is om te leren om moeilijke beslissingen te nemen. En dat is zo. Ik weet dat wel. Dit stukje is mij vrijwel altijd uit handen genomen. Werd het moeilijk, dan nam een ander het vrijwel altijd over. Lekker gemakkelijk. Maar daardoor heb ik niet altijd mijn eigen weg gevolgd. Noem het de weg van de minste weerstand die juist daarom gepaard ging met een heleboel inwendig protest. En, zo besef ik me nu, opstand in mijn hoofd, lijf en leden.

Want waarom werd ik acht jaar geleden overspannen?

Kwam dat puur en alleen door de combinatie van verhuizen naar een ander deel van het land, een nieuwe baan, samenwonen met nieuwe liefde en het niet kunnen aarden op mijn nieuwe werk? Of voelde ik toen misschien ook al dat ik niet op het goede pad zat en heb ik dat weg geduwd? Waarom werd ik een paar jaar geleden zo ziek dat ik door de pijn bijna niet meer kon bewegen? Dat liggen, zitten, staan en lopen door merg en been gingen? Dat ik bijna zes weken plat lag en zelfs mijn anderhalf jaar oude kind niet kon vasthouden? Hoe kon het gebeuren dat ik vorig jaar last kreeg van hyperventilatie? En waarom zei mijn kind van vijf jaar een tijdje geleden toen we foto’s aan het kijken waren: ‘Hee! Jij lacht op die foto. Waarom doe je dat nu niet zo vaak meer?’ Bam!

Alles bij elkaar opgeteld, zou dit toch een duidelijk uitkomst moeten hebben.

Dan zou het toch logisch zijn dat ik voor mezelf kies? Dat ik doe wat ik wil doen zodat ik meer ga lachen, mijn gezondheid met sprongen vooruit zal gaan en de spanning uit mijn lijf verdwijnt. Maar mijn onkruid is gaan woekeren. Te lang heb ik niet naar mezelf geluisterd en heb ik niets met dat gevoel van onvrede gedaan. Stiekem wist ik dat wel, maar nu komt het ook echt binnen.

Advertentie
Rozen in de regen

Rozen in de regen

Terwijl de regen met bakken uit de lucht valt, kijk ik naar mijn rozen buiten. Ze hebben het moeilijk. Steeds dichter buigen ze met hun rozerode blaadjes richting de grond. Ik heb ze niet vastgezet. Vergeten. En nu krijgen ze het flink voor hun kiezen. Ze kunnen het water goed gebruiken. Dat wel. Want in tegenstelling tot andere delen van het land heeft het hier nauwelijks geregend de afgelopen tijd.  Nu spoelt het ook hier. Onophoudelijk.

De druppels vallen hard en groot. Laten kratertjes achter in de grond. Kleine meertjes. De rozen hebben moeite om zich staande te houden. Door de kracht van het water buigen ze. Nog dieper. Totdat ze bijna op de grond hangen. Blubber op hun zachte blaadjes. Ze doen broos aan. Ondanks hun stevige stelen met dikke doornen.

Maar ondertussen laten mijn rozen in de regen zich niet kennen. In al hun kwetsbaarheid zijn ze onzichtbaar hard aan het werk. Ze nemen het vocht op en zuigen zich vol energie. Om morgen als de zon weer schijnt in vol ornaat verder te groeien en te bloeien.

 

Goed

Goed

Het gesprek was goed. Het gevoel was goed. En na een sollicitatiegesprek van drie kwartier liep ik als een blij mens naar buiten. Tevreden over mijn presentatie en de manier waarop ik had laten zien wie ik ben en wat ik doe. Wel had ik het voorgevoel dat ik het wel eens niet zou kunnen worden.

En dat voorgevoel klopte.

’s Middags werd ik gebeld met de mededeling: ‘Ik heb geen goed nieuws voor je. Je bent het niet geworden.’ De reden was het aantal uren dat ik beschikbaar ben. Doordat een collega hoogstwaarschijnlijk op zeer korte termijn zou uitvallen hadden ze snel iemand nodig voor 32 uur in plaats van 24. En 24 uur is wel mijn max. Dan hou ik ook nog tijd over voor mijn kind en andere leuke opdrachten waar ik mee bezig ben.

Na deze boodschap kwam het mooie.

Ik kreeg te horen dat ze na het gesprek allemaal vonden dat ik goed in het team en binnen de organisatie paste. Ze zagen me allemaal vrijwel meteen als hun nieuwe collega. De meest kritische man in de sollicitatiecommissie had zelfs gezegd dat hij positief verrast was. En omdat ze regelmatig werken met freelancers zien ze daarom zeker kansen voor mij binnen hun organisatie. Nu koop ik daar op dit moment natuurlijk niets voor, maar ik werd er wel heel blij van. Sterker nog, ik ben er nog steeds blij om en vind dat het goed is zoals het is.

Ander punt dat ze me wilden meegeven was mijn cv en de naam van mijn bedrijf.

Mijn cv is nogal gericht op schrijven. Ze vonden dat ik ook de andere aspecten meer moest benadrukken. Dat geldt ook voor de naam van mijn bedrijf, die het schrijven wel heel erg benadrukt terwijl ik meer kan en doe. Veel meer en dat heb ik ook laten zien in het gesprek. Dat advies neem ik daarom heel graag ter harte en ik ga nadenken over mijn koers.

Is het tijd voor een koerswijziging? Tijd voor een andere zakelijke naam? Tijd voor nog meer duidelijkheid? Daar lijkt het inderdaad wel op!

 

 

 

En opeens klopt het

En opeens klopt het

En dan heb ik zomaar opeens een sollicitatiegesprek. Of een gesprek voor een nieuwe opdracht, het is maar net hoe je het wilt noemen. Eén van mijn medesporters blijkt namelijk hoofd van een communicatieafdeling en tijdens ons wekelijkse uurtje zweten en moeilijk doen op de grond, raakten we daar over in gesprek.

Zij zoekt mensen. Ik kan er wel een opdracht of een stukje baan bij hebben.

‘Ik stuur je de vacaturetekst’, belooft ze. Een dag of wat later zit ‘ie in mijn mailbox. Een leuke functie, een adviseursfunctie. Dat dan weer wel. Dat zei ze ook. En ik heb aangegeven dat ik liever een soort meewerkend voorman (-vrouw) ben, geen hard core strategisch communicatieadviseur. Meedenken over beleid doe ik graag, maar plannen maken, regelen en uitvoeren vind ik vele malen leuker. Ik ben er ook beter in. (Een doenker noemen ze dat tegenwoordig in communicatieland.) Dat heb ik haar ook gezegd. Het bleek geen enkel probleem. Ze heeft graag mensen die niet te beroerd zijn om de handen uit de mouwen te steken.

Dus heb ik mijn cv opgepoetst en bijgewerkt. En mijn motivatie voor de opdracht/ baan op papier gezet en gemaild.

Twee dagen later krijg ik de uitnodiging voor een gesprek. Als ik mijn medesporter weer spreek, hebben we het er even kort over. Niet te lang. De verhoudingen voelen voor mij toch wat anders nu. Maar leuk is het wel om te horen dat zij en haar collega’s onder de indruk waren van mijn cv.

 En dus heb ik deze week het bewuste gesprek.

Eenmaal bekomen van de schrik Uit pure blijdschap en enthousiasme heb ik vorige week meteen maar een paar nieuwe sollicitatieschoenen gekocht. Online. Voor het eerst en ze zitten nog lekker ook. De sollicitatie-outfit hangt ook al klaar, al een dikke week. En ik zit in de voorbereiding. Ik lees me, voor zover mogelijk, in in hun de materie. Ook lees ik mezelf. Wie ben ik? Wat doe ik? Waar ben ik goed in? Wat gaat me wat minder best af? Hoe zie ik mijn vakgebied? Wat is mijn toegevoegde waarde? Waarom moeten ze mij kiezen?

Gestaag werk ik mijn lijstje af. En dan realiseer ik me plotseling dat ik die vragen over mezelf niet zo moeilijk meer vind.

In tegenstelling tot eerst. Waar ik toen met hangen en wurgen verzande in, in mijn ogen, saaie standaard antwoorden heb ik nu goed zicht op mijn eigen ik. Ik kan dat zelfs onder woorden brengen. Ik weet wat ik kan en wat niet. Wat ik wil en wat niet. Ik kan vertellen wat mij onderscheid van anderen en waarom ik de juiste ben voor deze opdracht. Het lukt me vandaag om mezelf te lezen!

Ik schrijf het allemaal op en spreek het vervolgens hardop uit.

En als ik dat doe gebeurt er iets. Het voelt anders. Beter. Niet meer vervreemd. Niet meer alsof het over een ander gaat en ik een uit mijn hoofd geleerd stukje tekst opdreun. Nee. Dit ben ik. Dit is mijn tekst, mijn verhaal. Het leest fijn en komt prettig mijn mond uit. Het klopt!

Dank je wel Oscar!

 

 

Zeggen wat ik wil (of juist niet)

Zeggen wat ik wil (of juist niet)

‘Misschien klinkt het jou wat zweverig in de oren, maar ik geloof dat iedereen hier is met een bepaald doel. Dat we hier zijn om iets te leren. En jouw les is dat je voor jezelf moet gaan staan,’ aldus Oscar tijdens mijn vorige sessie in de tuin in Dalfsen.

Zo! Die zit! Weer!

Dit komt wel weer even binnen. Want als ik inderdaad iets niet doe, dan is het dat wel. Ik doe niet wat ik wil. Ik doe niet waar ik gelukkig van wordt en stel mezelf niet centraal. Nog steeds kies ik niet voor mezelf en mijn eigen geluk en gevoel. Ik luister niet naar mijn gevoel en naar wat ik het allerliefste wil. En als ik daar wel naar luister dan krijg ik het, plat gezegd, mijn strot niet uit.

Vooral het nemen van beslissingen lukt het me niet.

Zeggen wat me niet bevalt, gaat steeds beter. Maar daadwerkelijk tot actie overgaan en beslissingen nemen waar ik gelukkig van wordt, dat kan ik (nog) niet. Hoe raar is dat! Dat ik beslissingen die ik in mijn hoofd al genomen heb, niet kan of durf uitspreken. Eigenlijk word ik wat opstandig als Oscar me vertelt dat mijn levensles is om voor mezelf te kiezen.

Want ik heb toch eerder met dit bijltje gehakt? Ik heb toch eerder een besluit genomen waardoor mijn leven compleet en ten goede veranderde? Ook toen duurde het lang voordat ik het durfde uit te spreken, maar had ik toen ook niet besloten dat ik dit niet weer zou laten gebeuren? Had ik mijn les al niet geleerd? Blijkbaar niet. Volgens Oscar is dit een steeds terugkerend punt in mijn leven en zal dit ook zeker niet de laatste keer zijn dat ik hiervoor kom te staan.

Mijn coach daagt me vervolgens uit om uit te spreken wat ik wil.

Of beter gezegd: wat ik niet meer wil. Hij biedt me de mogelijkheid om te oefenen, maar ik kan het niet. Ik zeg dat ik daar nog niet aan toe ben. Maar is dat echt zo? Of komen de woorden die al zo lang op het puntje van mijn tong liggen op dat moment te dicht bij die pure rauwe frustratie die ik voel? Want ik wil al zo lang zo graag voor mezelf kiezen dat het een steeds groter ‘ding’ wordt. Bovendien vind ik het zo ontzettend moeilijk om te accepteren dat ik hier niet goed in ben. Want hoe moeilijk kan het zijn om voor je eigen geluk te kiezen?

Aan de andere kant: hoe mooi is het straks als me dat wel lukt!

 

 

Geen zin

Geen zin

Ik heb er geen zin in. Vandaag heb ik geen zin om morgen naar Dalfsen te rijden voor mijn coaching met Oscar. Waarom eigenlijk niet? Goede vraag. Als ik tegen mezelf zeg dat ik geen idee heb, geloof ik het niet. Ik geloof mezelf niet. En terecht. Want er is weldegelijk een reden. Op dit moment heb ik geen zin om een spiegel voor gehouden te krijgen. En dan vooral privé. Want professioneel heeft de coaching van Oscar op de tuin me enorm laten groeien. Zakelijk zit ik goed in mijn vel. Er is relatieve rust, zelfvertrouwen en bij vlagen weer flink wat creativiteit. Dat was toen ik een jaar geleden begon aan dit traject wel anders.

Tijdens de gesprekken in de kas en tussen de groeiende groenten komt ook mijn privéleven aan bod.

Een privéleven dat lekker loopt is voor mij heel belangrijk, ook op zakelijk gebied. Als dit allemaal in balans is, werk ik fijn en presteer ik goed, beter, best. Omdat het leven met mijn partner niet goed loopt, loop ik vast. Toch heb ik het afgelopen jaar van Oscar geleerd om me daar voor af te sluiten als ik werk. Ik heb er voor gekozen om me er niet (zo vaak) meer door te laten beïnvloeden. Maar dat is natuurlijk niet de oplossing. De oplossing is om dit probleem aan te pakken.

En daarbij blijf ik vastlopen door besluiteloosheid vanwege angst voor het onbekende. Ik weet dat en daar wil ik even niet mee geconfronteerd worden

Terwijl ik weet dat ik er beter van word als ik de beslissing neem om alleen met mijn kind verder te gaan. Ik weet dat ik het kan. Zelfs het financiële plaatje heb ik rond, maar ik blijf een angsthaas. Zelfs in de gesprekken die we daar de afgelopen tijd over hebben gehad en die niet mals waren, kom ik er niet toe om te zeggen dat het voorbij is. Terwijl het duidelijk is dat dit niet meer werkt. Mijn partner heeft gezegd dat hij het besluit niet neemt, dat hij dat aan mij overlaat. En dan…gebeurt dus ook niks. Ik doe niks en ik spreek niet uit wat ik wil zeggen. Ik zeg niet dat we er mee stoppen. Dat het geen zin meer heeft om aan dit inmiddels in verre staat van ontbinding verkerende paard te lopen trekken. Dat we, hoe cliché ook, uit elkaar gegroeid zijn. Dat het beter is om uit elkaar te gaan. Ik doe niks en ik neem geen beslissing.

Ik wil het daar niet over hebben, ik wil niet praten over mijn onvermogen.

En zo bedenk ik dat ik in eens te maken heb met twee confrontaties die ik uit de weg ga. Die met mezelf en met mijn grootste zwakte: totale besluiteloosheid en verlamming als er een moeilijk besluit genomen moet worden. En in het verlengde daarvan die met mijn partner. Er moet echt iets gebeuren, dat staat vast.

Ik denk dat ik morgen toch maar naar Oscar ga….

 

Spinazie en onkruid

Spinazie en onkruid

En zo zit ik op mijn knieën in de aarde tussen de spinazieplantjes. Samen met Oscar ben ik in de kas van biologische boerderij De Hoeven in Dalfsen. Het is hier bijna subtropisch terwijl het buiten ondanks het zonnetje nog best fris is. Bij elk zuchtje wind vallen druppeltjes condens van de plastic overkapping naar beneden. Ik ben hier met een missie: onkruid verwijderen. Tussen de fragiele spinazieblaadjes groeit namelijk het een en ander wat er niet thuis hoort en de groei belemmert.

Voorzichtig begin ik wat sprietjes uit de grond te trekken.

Gras en andersoortig groen gespuis. Gelukkig valt het wel mee, zo denk ik bij mezelf. Alsof Oscar mijn gedachten kan lezen, komt hij juist op dat moment met een toelichting. ‘Je moet heel goed kijken, want er staat meer onkruid dan je denkt. De spinazieblaadjes glanzen een beetje en hebben een ronde vorm. Er staat veel onkruid tussen wat er sprekend op lijkt.’ Dan valt me inderdaad op dat er eigenlijk meer onkruid staat dan ik in eerste instantie de gaten had. Heel stiekem onkruid is het en het doet alsof het spinazie is. De blaadjes zijn wat puntig op het eind, hebben een matte uitstraling en de nerven zijn minder goed zichtbaar. Nu zie ik pas dat dat geen spinazie is. De emmer die naast me staat en bijna angstvallig leeg bleef, krijgt nu wat meer inhoud. Nooit gedacht dat ik ooit gefopt zou worden door een plantje!

Haal je onkruid niet weg, dan gaat het woekeren en is de spinazie verloren. Zo is het dus ook met gedrag en gedachten, aldus Oscar.

Gedachten kunnen zo vermomd zijn, je kunt er zo aangewend zijn dat je niet ziet dat ze je dwars zitten. Ze horen bij je…. zo denk je. En dat is bij mij ook het geval. En daar valt bij mij weer het befaamde kwartje, mooi tussen de condensdruppels door die nog steeds van het dak naar beneden vallen. In mij schuilt namelijk onkruid in de vorm van een stemmetje. Als ik even vast loop met mijn werk roept dat stemmetje: ‘Ooooh wat erg! Het lukt weer niet! Hou maar op want als het nu niet lukt, lukt het straks ook niet! Je kunt het gewoon niet!’ Eerst ging ik daar in mee en kroop ik weg. Dat is nu anders.

Ik ben me er tot mijn grote verbazing bewust van en dat is een enorme stap vooruit.

Op de een of andere manier ben ik zover gekomen dat ik geaccepteerd heb dat het bij mij werkt zoals het werk. Dat ik, als mijn schrijven niet wil vlotten, eerst uitgefoeterd wordt door een stemmetje dat langzaam maar zeker steeds zachter wordt. En dat ik daarna gewoon denk: ‘Nee hoor, dit is niet erg. Dit is gewoon de manier waarop ik werk. Ik weet dat het straks wel lukt.’ En dan ga ik lekker een blokje om. Kom ik terug, dan verstop ik mijn telefoon en zorg er voor dat er geen andere afleiding is. De laatste tijd lukt het gewoon om dan lekker aan de slag te gaan.

Bijzonder hoe onkruid er voor kan zorgen dat je meer zicht en grip krijgt op je eigen gedrag. Ik vind het mooi.

 

 

 

Zo heerlijk rustig

Zo heerlijk rustig

De afgelopen tijd voelde ik een soort rust die ik al een hele tijd niet meer ervaren heb. Een combinatie van een gezond zelfvertrouwen, stabiliteit en kracht. Om beslissingen te nemen. Op eigen benen te staan. Te gaan voor mezelf. Wat een fijne ervaring! Het was zo heerlijk rustig in mijn hoofd en in mijn lijf. In mijn interne systeem vielen dingen op z’n plek, al ben ik er nog niet achter wat dat dan precies is of was.

Dit is dus de kracht die ik nodig heb om knopen door te hakken en uit mijn impasse te komen. Als iets me vleugels geeft, is dit het. Ik voel het overduidelijk om….. het ongebruikt weg te laten sijpelen. Ik  doe er niks mee. Niets, nada, noppes! Tot zover heerlijk rustig….

Hoe kan dat? De theorie ‘dat ik er dan nog niet klaar voor ben’, ben ik inmiddels wel klaar mee. Ik wil stappen zetten. En dat lukt alleen als ik naar mezelf luister. Naar mijn hart en naar mijn lijf. Maar hoe simpel het is om dit op te schrijven, zo moeilijk blijkt de praktische uitvoering.

Wordt vervolgd.

Tranen met vertraging

Tranen met vertraging

Uitgeput was ik toen ik van mijn laatste sessie met coach Oscar naar huis reed. Het was erg intensief. Natuurlijk kwam het meisje van zes ter sprake dat niet mocht zeggen dat ze een verjaardagscadeautje al had. Iets wat ruim dertig jaar later nog steeds speelt. Ik wil zeggen wat ik vind en denk, maar hou mijn mond. Mijn mening is niet belangrijk, zo heb ik geleerd. Terwijl dat natuurlijk niet zo is. Wat ik vind is weldegelijk van belang en moet ook gezegd worden. Maar het lukte me steeds niet om dit mijn eigen kleine ik aan het verstand te peuteren. Dit zit me namelijk zeer in de weg, zowel zakelijk als privé.

Oscar vraagt wat ik er destijds van vond dat ik niet mocht zeggen dat ik het boek dat ik kreeg al had. Stom! Heel erg stom!!

Terwijl ik dit uitroep, hoor ik dat meisje. En dan komen de tranen. Uitgestelde tranen. Kinderverdriet met een dikke dertig jaar vertraging. Frustratie ten top! ‘Nu ben je dus bij het gevoel van de meisje,’ aldus mijn coach. ‘Nu kun je haar vertellen dat het er wel toe doet wat ze vind. Probeer het maar, gewoon vanuit je binnenste.’

En dat is niet gemakkelijk.

Ik ben altijd als behoorlijk nuchter bestempeld en heb ook altijd gedacht dat ik dat ben. Om dan een gesprek te gaan voeren met het kind dat je ooit was….. Het voelt ongemakkelijk en onwennig. Maar uit eerdere ervaringen weet ik dat het wel kan werken en dus probeer ik het. Het moet ook want ik merk dat mijn innerlijke frustratie mijn gezondheid in de weg zit. Het borrelt aan alle kanten en toch slik ik vaak in wat ik wil zeggen omdat het blijkbaar niet belangrijk is wat ik vind.

Natuurlijk gaan we ook aan het werk op de tuin. Ook nu is er weer een mooie link met waar ik tegen aan loop.

We gaan namelijk aan de slag met kweek dat verwijderd moet worden uit één van de plantenbedden. Kweek is een grasachtig onkruid met lange wortels die alle kanten op woekeren. Maar het heeft weldegelijk nut, zo leer ik. Kweek zorgt er ook voor dat er lucht in de grond komt waardoor het voor andere nieuwe planten weer fijn groeien is. Maar het moet dus wel verwijderd worden voordat dat kan.

Gedurende het spitten vertelt Oscar de kweek erg hardnekkig is. Vaak komt het weer terug en moet je meerdere keren wieden om het uiteindelijk weg te krijgen. En dan nog, komt het van buiten zaaibedden toch weer terug.

Zo werkt dat ook met gedrag, gedachten en overtuigingen. Eerst zijn ze handig.

Dat ik naar mijn moeder luisterde en niet zei wat ik wilde zeggen, was toen misschien logisch. Maar dit is een eigen leven gaan leiden, gaan woekeren. Ik ben er van overtuigd geraakt dat ik mijn mening niet mag geven, mijn verhaal niet mag vertellen. Kijk ik er nog beter naar dan zie ik dat dat versterkt is doordat ik in mijn jeugd redelijk vaak gehoord heb dat ik mijn mond moest houden: Als grote mensen praatten, moesten kinderen namelijk stil zijn. Nu zit daar wel iets in tot op zekere hoogte. Als kind hoef je je niet overal mee te bemoeien of continue door gesprekken heen te tetteren. Maar het is wat mij betreft wel belangrijk dat je gehoord wordt en dat je de ruimte krijgt om ook je verhaal te doen.

Dit is dus echt mijn kweek, mijn onkruid. Want in een gesprek of vergadering voel ik me regelmatig dat kleine meisje dat niets mag zeggen als ‘grote mensen’ aan het woord zijn. Hoe onterecht dat ook is. Want ik ben 40!  En ik weet waar ik het over heb!

Gelukkig is het me gelukt om bij dat meisje te komen en te vertellen dat ze nu volwassen is. Dat ze mag zeggen wat ze wil en vindt. Nu eens kijken of ze het niet alleen heeft gehoord, maar of ze ook echt luistert.

 

 

 

 

 

 

 

De dag dat ik leerde dat ik niet mag teleurstellen

De dag dat ik leerde dat ik niet mag teleurstellen

En dan is er nog mijn zesjarige ik. Tenminste ik denk dat ik zes jaar was, werd, op de dag dat ik leerde dat ik mensen niet mag teleurstellen.

Ik was jarig en kreeg een boekje van een buurvrouw.

Met een mooie glimmende rode kaft en de titel ‘Ik leer lezen’. Een heel bekende kaft overigens want ik had ‘m al. En juist dat mocht ik niet tegen haar zeggen volgens mijn moeder. Dat was sneu voor de buurvrouw die zo haar best voor mij had gedaan. Ik moest dank u wel zeggen voor iets waar ik eigenlijk niet zo blij mee was. Vooral niet aangeven wat ik vond omdat dat niet leuk is voor de ander. Haar gevoelens wogen blijkbaar zwaarder dan die van mij. Terwijl ze het waarschijnlijk niet eens erg had gevonden.

Deze ‘les’ heeft zich diep in mijn zijn, doen en laten geworteld en heeft invloed gehad op alles wat ik deed en doe.

Beslissingen durf(de) ik niet te nemen omdat de persoon waar het om ging het er wel eens niet mee eens kon zijn of er verdriet door zou kunnen krijgen. Meningen hield ik voor me. Mijn eigen ik en mijn eigen geluk waren (en zijn) altijd minder belangrijk dan die van een ander. Jarenlang heb ik bij alles wat ik doe rekening gehouden met de andere partij. Te veel. Ik mocht vooral niet teleurstellen of op tenen trappen. Ik moest mijn minder leuke boodschap maar gewoon voor me houden. Die zou namelijk wel eens sneu of zielig voor de ander kunnen. Zij zijn belangrijker dan ik. Altijd.

Ik weet dit al een tijdje. En probeer het te doorbreken.

Maar omdat ik al jaren leef volgens de overtuiging dat de gevoelens van anderen de mijne overstijgen en ik hen niet mag teleurstellen, ben ik daar niet bijzonder succesvol in. Het lukt me vaker niet dan wel. In mijn hoofd stormt het dan als een wilde. Want ik weet wat ik wil zeggen. Ik weet dat ik wil kiezen voor mezelf, aangeven wat ik er van vind. Maar ik doe het niet! Het is dat zesjarige meisje dat aan de hand van haar moeder zegt wat haar moeder wil.

Lukt het me wel om die zesjarige af te schudden en mijn mening te geven, dan gaat het vaak met zo’n botte bijl dat de honden er geen brood van lusten.

Logisch! Ik heb dit immers nooit goed geleerd. Het lijkt er op dat ik vooral geleerd heb om mee te praten om anderen gelukkig te maken. Tegengas geven of iets zeggen waar de andere partij het of niet mee eens is of er niet blij van wordt, heb ik afgeleerd. Dit stukje moet ik opnieuw laten groeien.

Nu heb ik van mijn coach geleerd dat ik dat zesjarige meisje gewoon liefdevol kan toespreken en vertellen dat dat toen zo was, maar dat we inmiddels ruim dertig jaar verder zijn. Dat zij belangrijk is. Dat ik gewoon mag zeggen wat ik vind. Dat dit gedrag toen misschien handig was, net als de stress bij die vijftienjarige puber die met angst en beven de resultaten van haar economietoetsen tegemoet zag. Maar dat het nu echt mooi geweest is.

Toch kom ik maar niet bij haar.

Ik kom maar niet bij dat meisje van zes om haar duidelijk te maken dat ze inmiddels veertig is en dat het hoog tijd wordt dat ze voor zichzelf kiest. Dat ze echt mag zeggen wat ze er van vindt, ongeacht de mening van een ander. Dat ze beslissingen mag en kan nemen waar zij blij van wordt, ook als een ander het niet met haar eens is. Dat haar mening er toe doet en ze zichzelf echt te kort blijft doen als ze zo door gaat.