Over dorre planten en begraven

Over dorre planten en begraven

En zo moest ik toch wel even een tijdje een soort van bijkomen van de laatste sessie met mijn coach. Wat er gebeurde, gaf te denken. Was confronterend. Zorgde voor chaos (volgens mijn coach is dat de nieuwe orde). Er moest iets landen. Mijn eigen ik van nu moest landen. Het meisje van vijftien moest haar koffers pakken als gevolg van een opdracht in de kas op de biologische boerderij waar de coachingsgesprekken plaatsvinden.

Even terug naar dat moment….

Met een schep in de hand sta ik op laarzen midden in een kas. Samen met coach Oscar. Om ons heen liggen verdorde planten van het afgelopen seizoen. Mijn opdracht is om te proberen afscheid te nemen van de meisje van 15 dat elke keer blokkeert als er ook maar iets wat op een ‘beoordeling’ lijkt op de loer ligt.

De dorre planten staan symbool voor het meisje dat bang wegkruipt als haar verteld gaat worden hoe ze haar schoolwerk doet.

Dat is oud gedrag. Oud zeer dat ik meegenomen heb uit mijn middelbare schooltijd, al zo’n 20 jaar met me meezeul en dat de afgelopen jaren zo sterk aan de oppervlakte is gekomen dat ik mijn werk bijna niet meer kan doen.

De schep die ik krijg is gewoon een schep waar ik geulen mee ga graven. En de geul gewoon een geul. Het gaat er om wat daarna komt. In die geul moet het plantafval. Dat spit ik door de grond en bedek het weer met een laag grond. De dorre oude planten die het afgelopen seizoen een mooie oogst hebben opgeleverd en nu dood zijn, krijgen een nieuwe bestemming. Worden door de grond gemengd en dienen als compost voor het volgende groei- en bloeiseizoen. Ze zorgen voor vruchtbare grond waar verder op verbouwd kan worden, voor een nieuwe fase.

En zo stort ik mijn eigen zooi, het gedrag en het angstige gevoel samen met dat meisje van 15 in die geul.

Hussel het door de grond en gooi er een volgende laag over heen. Dit is de nieuwe basis om op verder te groeien. En terwijl ik terug kijk, neem ik heel bewust afscheid van dat meisje. Ze was er. Ze mocht er zijn. Het heeft gezorgd dat ze bereikte wat ze wilde bereiken. Maar om je op je veertigste nog steeds een meisje van vijftien te voelen? Nee, nu is het mooi geweest.

Hoe voelt dat? Vreemd en unheimisch in eerste instantie.

Dat bange gevoel is iets waar ik aan gewend ben geraakt. Het gaat vanzelf ‘aan’ als ik het idee heb dat ik beoordeeld ga worden. Het is mijn oncomfortabele comfortzone geworden en daar stap ik nu uit. Met kleine onwennige stapjes. Vooruitkijkend. Soms kort een verloren blik achterom. Ik hoef niet bang te zijn. Natuurlijk maak ik fouten en daar mag wat van gezegd worden, maar ik hoef daar niet van in paniek te raken.

Het kostte moeite en het is nog steeds niet altijd gemakkelijk om dat gevoel niet de overhand te laten krijgen. Toch merk ik inmiddels dat ik de vruchten van de oefening begin te plukken. Er zit meer rust in mijn hoofd en in mijn lijf. Het vertrouwen in mezelf groeit. Langzaam, maar het groeit! Als de telefoon gaat, schiet ik niet in de paniek- en vluchtmodus. Nou ja, toegeven, heel af en toe gebeurt me dat nog wel eens.

Ook mijn werk gaat veel soepeler, soms weer als vanzelf.

Een redelijk uitgebreid interview bijvoorbeeld. Dat kon ik vorige week uitwerken in nog geen uur, terwijl ik daar een paar maanden geleden eerst uren (in sommige gevallen zelfs een paar dagen) tegenaan zat te hikken. Vervolgens ontelbaar veel minuten bezig was met de eerste alinea en nog langer worstelde met de rest van het verhaal. En dan durfde ik het ook nog eens niet op te sturen….. Zo bang voor wat de ander er van zou vinden….. Dan liet ik het op het allerlaatste moment aankomen en stuurde het bijna hyperventilerend op….. midden in de nacht.

Al zal het met ups en downs zijn, het lijkt alsof dat grotendeels voorbij is. Het voelt als een nieuwe fase. Ik ben blij!

 

 

Advertentie
Zo kan het dus ook

Zo kan het dus ook

Hoe kom ik uit die vicieuze cirkel waar ik in ronddraai? Ik blijf steeds tegen dezelfde dingen aanlopen‘, zo appte ik mijn coach een tijdje geleden.

De verkorte versie van zijn antwoord: ‘Ga in stilte op zoek naar de antwoorden op je vragen. Je hebt voldoende vragen gesteld. Nu is het tijd om ruimte te geven aan de antwoorden die ergens in jouw stilte verscholen liggen. Ga op zoek naar verstilling die bij je past: Wandelen, muziek, lezen, stil zijn, kunst, creatief bezig zijn en werken, zijn allemaal manieren om de stem van de stilte en gevoel te laten horen.’

En dat heb ik gedaan. Op de een of andere manier kon ik mijn malende gedachten loslaten en werd het rustig.

Stil in mijn hoofd, rustig in mijn lijf. Ik lees, luister, kijk en voel. Zonder stress over wat er gaat en kan gebeuren. Een plan van aanpak en offerte die ik moest maken, gingen als een tierelier. Geen extreme spanning en slapeloze nachten over wat mijn opdrachtgever er misschien van zou vinden. Ik heb ‘m afgeleverd voor de afgesproken deadline en hij is goed. Dat vind ik en mijn opdrachtgever ook. Er moeten nog wel wat dingen worden aangepast, zo hoorde ik van mijn klant en daar hebben we binnenkort een afspraak over. Een paar weken geleden zou ik bij het idee alleen al hyperventilerend geblokkeerd raken. Nu kan ik dat naast me neer leggen en denken: ‘Daar wordt het alleen maar beter van’.

Met relaxte verbazing kijk ik naar mezelf. Dit ben ik ook. Zo kan het dus ook.

 

 

 

Vluchten

Vluchten

Een hele klus, dat bij mijn gevoel komen. Jarenlang hard gewerkt om me niet meer te laten raken en dan krijg ik het advies/ de opdracht om bij wat ik doe en denk mij gevoel weer toe te laten. Te voelen, zonder dat ik er in verdwijn. Het aan te raken zodat ik echt weet wat ik er van vindt.

En daar raak ik eerlijk gezegd soms wat van in de war. Niet dat ik compleet van het pad ben. Doordat ik voor mezelf de deur jaren geleden heb dichtgegooid, heb ik het gevoel dat ik letterlijk en figuurlijk voor mijn eigen dichte deur sta. Hij gaat weer open, dat weet en voel ik. Maar dat gaat wel wat tijd en inspanning kosten.

En dan kreeg ik ook nog een gevoelsopdracht tijdens de afgelopen sessie met mijn coach Oscar:

Schrijf eens op wat je voelt als je aan het werk gaat/ bent?

Dan haper ik aan alle kanten.

Ik word door m’n eigen gehakketak, getwijfel en inwendig commentaar belemmerd. In mijn creativiteit en in mijn leven, want mijn werk dat ben ik en andersom. Daardoor loop ik weg van mijn werk (en van mezelf), terwijl ik altijd zo graag aan het werk was.

Oscar heeft me in ieder geval al wel eerder wakker geschud met de vraag of mijn werk inmiddels niet een overlevingsmiddel is geworden in plaats van iets  wat ik met heel veel liefde doe. Daar had hij een raak punt. Ik wil dit zo niet meer. Er moet wat veranderen en dus…..

…….terug naar de vraag: Wat voel ik en wat gebeurt er als ik achter mijn laptop zit en voor een klant aan het werk ga of ben?

Het volgende:

  • er komt een soort waas, mist, om me heen en in mijn hoofd
  • het voelt alsof ik in een luchtbel terecht kom
  • mijn ademhaling verandert: de verborgen hyperventilatie steekt de kop weer op.
  • angst (voor fouten, kritiek)
  • ik wil vluchten. Mijn hele systeem schreeuwt: ‘Wegwezen!’

En als kers op de taart is daar mijn hoofd vol gedachten: ‘ik kan het niet, ik kan het niet’, ‘wat als het niet goed is?’

En ik heb wel zo’n flauw vermoeden wat dit inhoudt: een typisch geval van faalangst waar ik aan moet gaan werken. Anders kost het me mijn bedrijf, gezondheid en mezelf.

Van hoofd, naar hart en gevoel

Van hoofd, naar hart en gevoel

De mededeling dat ik ‘wegloop’ als een gebeurtenis of iemand mijn gevoel dreigt te raken, kwam wel even binnen. Natuurlijk weet ik wel dat ik dat doe, maar om het (weer) van iemand, mijn coach, te horen komt wel aan. En om het dan zelf ook te (durven) erkennen, is toch wel een ding. Het heeft me aan het denken gezet. Want hoe laat je je weer door iets raken? Hoe laat je je gevoel weer optimaal z’n werk doen? Hoe ga ik naar mijn gevoel? Hoe laat ik mijn hoofd en gevoel harmonieus samenwerken? Want ik leef echt vanuit mijn hoofd. Ik rationaliseer en relativeer me helemaal suf.

Nu heeft leven en werken vanuit mijn hoofd me veel gebracht, maar de laatste paar jaar ontneemt het me meer dan het me oplevert.

Voelen is zo ondergesneeuwd geraakt dat ik mijn best moet doen om nog bij mijn gevoel te kunnen. Ik weet vaak niet meer wat ik voel omdat ik er niet bij kan. Ik ben het verleerd, geloof ik. Maar inmiddels ook hard bezig om weer te voelen. Want als ik zie wat het negeren van mijn onderbuik en hart me de laatste jaren heeft opgeleverd?  Dan had ik niet ‘ja’ gezegd tegen een baan waarvan ik bij de vacature al dacht ‘moet ik dit nu wel doen?’. En waarbij ik toen ik daar aan het werk was overspannen thuis kwam te zitten. Dan had ik de relatie met mijn partner al verbroken…. was er waarschijnlijk niet eens een relatie geweest. Pijnlijk. Want bij één van onze eerste dates ben ik halverwege opgestapt omdat ik er geen goed gevoel  bij had. Toen luisterde ik naar mijn gevoel! Toch zijn we uiteindelijk weer in gesprek geraakt en bij elkaar gekomen. Er was liefde, maar had ik naar mijn eerste gevoel geluisterd dan had ik ons nogal wat gedoe bespaard. Maar dan was ons kind er ook niet geweest. En haar wil ik voor geen goud meer missen. Dus uit onze relatie is zeker iets heel moois en dierbaars voortgekomen.

Een ander moment was de verjaardag van mijn vader, bijna 2 jaar geleden.

Een paar maanden daarvoor had ik het idee om als cadeau met de hele familie op de foto te gaan. Het kwam er maar niet van. We waren allemaal druk. En toen vlogen de woorden ‘straks is het te laat’ door mijn hoofd. Genegeerd, naar de achtergrond geduwd. Een paar weken later kreeg mijn vader een zware hersenbloeding. Bam! Gelukkig is hij er nog, maar toen werd ik me wel even heel bewust van het wegdrukken van (voor)gevoel. Dat bewustzijn heb ik vervolgens met dezelfde noodgang als altijd ergens ver weg geparkeerd. Hoe kan dat nou? Wat moet er gebeuren wil ik weer naar mezelf gaan luisteren.

En dan komt plotseling het overlijden van een lieve vriend weer als een mokerslag binnen.

In één keer was hij er weer. Alsof het gisteren gebeurd is. Hij is verongelukt in 1993, hij was 24 jaar. Ik weet nog precies wat ik zei toen iemand uit onze vriendgroep me belde om dat te vertellen: ‘Maar hij is niet dood toch? Dat kan toch niet?’. Maar hij was wel dood. En weer krijg ik dat benauwde gevoel van toen. Van buiten de werkelijkheid staan. Van onmacht. Ik zie me nog in mijn studentenkamer staan, heen en weer lopen. Iets moeten doen, iets willen doen om weer grip te krijgen op iets, op het leven, op mezelf. Heeft dit ongemerkt zo’n enorme impact gehad? En heb ik toen de fundering van de muur om mijn gevoel gelegd die me nu op veel vlakken parten speelt?

Keihard

Keihard

Een mooie 8. Daar kom ik op uit als ik mijn leven tot nu toe een cijfer zou moeten geven. Door veel prachtige momenten, plezier en mooie mensen om me heen. Natuurlijk waren (en zijn) er mindere periodes, maar ik ben altijd weer in staat om die roze bril op mijn neus te zetten en de positieve kanten te zien.

Ondanks dat heb ik toch ooit besloten dat ik me niet meer laat kwetsen.

Door niemand. Dat heeft me geholpen in emotioneel zware situaties. Iemand noemde me eens een ijskoude vrouw omdat ik geen traan liet toen ik de relatie met die persoon verbrak. Die tranen waren er wel, in overvloed zelfs. Alleen heeft hij ze nooit gezien. Ik wilde ze niet laten zien, hij heeft ze nooit willen zien. Karakterding of kwetsbaarheidsangst van twee kanten? En toen hij ze verwachte waren de tranen op en ik weg.

Zijn tranen een teken van zwakte? Tot voorkort vond ik van wel, vooral voor mezelf.

Voor een ander niet. Heeft een vriendin verdriet, dan kan ik dat soms bijna voelen en huil ik mee. Gaat het om mijn eigen tranen, dan slik ik ze weg. Zoek en vind ik afleiding in kleine dingetjes als ik die tranen maar weg krijg. Samen met dat gevoel van onmacht, boosheid, verdriet of teleurstelling. Weg moet het, weg! Ik wil het niet voelen! Zelfspot en humor zijn daarbij ook uitstekende bliksemafleiders. Vooral als mijn emotionele kant aangeraakt dreigt te worden. Met één opmerking draai ik een gesprek de andere kant op. Bang voor tranen. Bang om tot de kern van die tranen te komen. Bang dat een ander dat ziet. Hoe komt dat toch?

En kun je daar ook te ver in gaan?Kun je daardoor zo ver van jezelf af komen te staan dat je ook anderen op een afstand houdt?

Ja, zeg ik nu. Want als je jezelf niet toelaat om emoties te ervaren, hoe kun je een ander dan toelaten om jou echt te leren kennen? Om een echte hechte band te hebben.

In mijn coachingstraject bij Acore werd dat tijdens de laatste sessie maar weer eens duidelijk. Als iets me dreigt te raken, zoek ik afleidingsmanoeuvres. Elke vlieg die voorbij zoemt of een koe die loeit, grijp ik aan als afleiding. Waarom? Oscar confronteert me met mijn gedrag en stelt de volgende vraag: wat heb ik nou van hem te vrezen? Want ik doe dit om mezelf beter te leren kennen en fijn te kunnen werken en leven. Om een verdiepingsslag te maken voor mezelf. Waarom ga ik dat uit de weg? Verdedigingsmechanisme? Waarom? Ik weet dat ik hier niet word afgerekend op wat ik zeg of doe. En toch…. ik slik mijn tranen weg en vind het moeilijk om een echt contact te laten ontstaan. Ik houd afstand, letterlijk en figuurlijk. Ook nu nog, nu ik weet dat het heel goed voor me zou zijn. Op papier lukt het me goed om bij mijn gevoel te komen. Dan laat ik mijn gedachten gaan en drupt er zelfs af en toe een traan op het toetsenbord. Dat mag. Maar owee als een ander dat ziet…..

Ja dan….. Wat dan? Wat zou het als een ander ziet dat ik huil? 

Dat ik gevoel heb, dat iets me raakt. Of gaat het er niet om wat iemand anders vind? En gaat het juist om mij. Dat ik mezelf dan zwak vind, dat ik sterk moet zijn terwijl dat echt niet altijd hoeft. En ik kan mijn gevoel toelaten. Echt. Heel soms. En pas alleen als het bijna te laat is. Iets met een emmer en een druppel.

Ik realiseer me dat ik in de loop der jaren door ervaringen waarbij ik afgerekend werd op mijn kwetsbare kant, hard voor mezelf ben geworden. Keihard misschien wel.

Struisvogelpolitiek

Struisvogelpolitiek

Het was vannacht weer behoorlijk druk. In m’n hoofd. Alles wat gedaan en gezegd is, komt voorbij. Maar vooral wat ik niet gezegd heb. Want ik heb me ingehouden. Weer. Omdat ik niet van ruzie en onenigheid houd. Het moeilijk blijf vinden om me kwetsbaar op te stellen en mijn gevoel te laten spreken. Omdat ik bang ben voor confrontatie en de gevolgen daarvan. Omdat mijn gedachten de weg naar mijn mond niet altijd kunnen (willen?) vinden. En, zo realiseerde ik me rond een uur of drie vanmorgen: ik heb ook niet altijd het goede voorbeeld gekregen.

Met mijn vader kon ik tot in de eeuwigheid discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen.

We konden het vreselijk met elkaar oneens zijn zonder dat dat tussen ons in stond. Naderhand waren we weer even goede vrienden. Daar ligt een stevige basis, een diep vertrouwen. Maar ik heb mijn ouders samen nooit een discussie horen voeren. Mijn vader was leidend, hij bepaalde de koers. Mijn moeder volgde. Ze hield haar mening voor zich, zo zie ik nu. Ik herinner me op dat vlak vooral haar stiltes. En van die blikken en gezucht als mijn vader en ik heftig aan het discussiëren waren. Nog steeds is dat zo. Komt een gesprek in de buurt van een discussie, dan trekt ze zich terug en voelt ze zich aangevallen. Zelfs als ze er zelf niet bij betrokken is. Al is het wel iets beter geworden, ze kan het nog steeds niet en gaat stevige gesprekken uit de weg. Ze is inmiddels 75. Generatiekwestie? Karakterdingetje? Familietrekje van die kant van de familie?

Dat laatste zeker. Zowel mijn opa, mijn oom en mijn neef vertonen deze neiging tot struisvogelpolitiek.

Ben ik ook zo? Steek ik ook mijn kop in het zand als het er op aankomt? Zit dit in mijn karakter of heb ik dit gedrag van mijn moeder overgenomen? Laatst sprak iemand (weer) een paar wijze woorden: ‘Je bent zo beheerst. Je houdt je zo in, laat dat eens los.’ Heeft hij gelijk? Trap ik continue op de rem en ben ik anders dan ik denk te zijn?

Wat ik wel weet is dat ik de afgelopen jaren (te) vaak ben aangesproken op hoe ik ben, op mijn eigen ik. Thuis. Maar is het niet zo dat je juist daar je eigen rauwe en pure zelf kunt en mag laten zien als dat nodig is? En dan bedoel ik niet alleen onmacht, verdriet, boosheid en frustratie. Maar ook intense blijdschap, verwondering  en plezier. Wat als zelfs dat niet kan? Wat betekent dat voor mijn ontwikkeling? Komt het ook daardoor dat het voelt alsof ik stil sta?

Lijst met een staartje

Lijst met een staartje

Vers terug van vakantie. Van in bikini relaxen aan het zwembad, uitwaaien op een hoogte van bijna twee kilometer, van een ritje met een stoomtrein en wandeling diep onder de grond. En van wijn drinken, ijsjes verorberen en lekker eten. En met in mijn achterhoofd de opdracht die coach Oscar me tijdens de laatste sessie voor de vakantie gaf:

‘Maak een lijstje met 10 dingen die je leuk vindt.’

Hoe moeilijk kan het zijn, zo dacht ik. Want ik heb al eens eerder nadacht over de rode draden in mijn leven. Verrassend genoeg kwam daar toen geen concreet dingen-die-ik-nu-leuk-vind-lijstje uit, maar wel het inzicht dat (het gevoel van) vrijheid voor mij enorm belangrijk is. Maar…. terug naar de opdracht. Terwijl de Mistral keihard om me heen waaide schreef ik wat dingen op. En dan geen materiële zaken, zo had Oscar me op het hart gedrukt. Nu ben ik me er al een tijdje van bewust dat ik daar inderdaad niet dolgelukkig van wordt, dus op naar mijn bron van levensvreugde. Waar word ik in- en inblij van? Waar krijg ik een warm gevoel van, een vrij gevoel van?

En zo stonden er redelijk snel dingen die ik leuk vind op papier.

Maar toen kwam de twijfel, want vind ik dit echt zelf leuk? Of denk ik er plezier aan te beleven omdat het me met de paplepel is ingegoten en ik er daardoor blij van word? Of doe ik het omdat het door de buitenwereld leuk wordt gevonden en ik nog steeds denk dat ik dat dan ook moet doen? Doe of deed ik het om er bij te horen? Vragen die ik mezelf wel vaker heb gesteld, maar toen kwamen ze niet zo binnen als nu.

Best stevige kwesties zo op een gemiddelde maandag na de vakantie.

Want het drukt me namelijk ook weer met mijn neus op het feit dat ik vrij extern georiënteerd ben en leef. Op zich niet heel raar omdat je natuurlijk leeft, woont en werkt met andere mensen. Maar ik heb wel heel erg de neiging om me te laten leiden en leven door mijn omgeving. Zowel in mijn doen en laten als in wat ik voel. En vooral dat laatste vind ik behoorlijk heftig. Want is het zo dat je je gevoel voor de gek kunt houden? Hoe is het mogelijk dat je je eigen gevoel kunt uitschakelen en daar een ander gevoel voor in de plaats zet. Zit ik zo sterk in mijn hoofd dat ik van daaruit mijn gevoel kan uitschakelen en mijn gevoel iets anders kan laten zeggen? En hoe kun je jezelf zijn als je blijkbaar al lang op drift bent? Hoe reset ik mezelf zodat ik word wie ik wil zijn: mezelf! Dat ene unieke exemplaar dat lekker rustig met een glaasje wijn in een bootje op het water ronddobbert en geniet van water, zon en wind.

En steeds komt ik weer uit op dat ene punt. Waarom lukt het me niet om uit deze modus te komen? Waarom blijf ik passief zitten waar ik zit? Aal nadenkend weet ik eigenlijk wel weer waar het om gaat draaien en waar ik elke keer weer voor weg ren: het laten zien van mijn kwetsbaarheid. En dat lukt me nog steeds niet echt. Misschien wordt het tijd om gewoon te accepteren dat ik nu ben. Dat ik, zoals Oscar tijdens een van onze sessies aangaf, blijkbaar nog niet toe ben aan mijnvolgende stap. En dat heeft ook weer tijd nodig. Tijd….

Maar wat ik in ieder geval wel gewonnen heb is dat Oscars’ opdracht om een 10-leuke-dingen-lijstje te maken me wonderbaarlijk genoeg wel heeft wakker geschud. Hoe is het mogelijk dat een op het oog simpele opdracht dit teweeg kan brengen. Je kunt hier met recht spreken van een opdracht met een staartje….

Lieve onzekerheid,

Lieve onzekerheid,

Daar was je weer vandaag. En zoals altijd op een uitermate slecht moment. Niet geheel onverwacht hoor, je huppelt natuurlijk al een tijdje vrolijk achter me aan. Je tikt me net wat te vaak op mijn schouder om te laten weten dat je er nog bent. Geeft ondertussen wat ongezouten commentaar op mijn persoon en schiet met losse flodders op alles waar ik mee bezig ben. Daarna leun je tevreden achterover om mijn onmacht in alle rust te aanschouwen.

Zo ook vanmiddag. Toen kwam je in vol ornaat binnen terwijl ik je niet kon gebruiken tijdens een vergadering waar ik mijn hoofd echt bij moest houden. Je liet me krimpen, je liet me overdonderd worden door mensen die goed gebekt zijn. Je hinderde me terwijl ik me probeerde te herpakken en overschreeuwde me.

Ik krijg het maar niet voor elkaar om je af te schudden. Ondanks de tip van mijn coach dat ik je vriendelijk, maar duidelijk moet laten weten dat ik je heus zie en hoor maar dat ik even niet mee ga in je bombarie. Dat je zo af en toe best handig bent, maar niet als je zo loopt te drammen en te stampen. En ook niet altijd.

Lieve onzekerheid, ik waarschuw je niet nog een keer. De volgende keer dat je me lastig valt dan….. eh…. tsja….. wat dan…. eh…. geen idee…..

Maar ooit, als je het totaal niet verwacht, neem ik je te grazen!

Wat vind ik hier nu van?

Wat vind ik hier nu van?

Inmiddels heb ik twee coachsessies met Oscar Jansen van Acore Advies uit Zwolle achter de rug. Dit gaat me op weg helpen bij de volgende stap in mijn persoonlijke ontwikkeling, om inzicht te krijgen in mijn valkuilen en daarmee om te leren gaan. Dat dit geen standaard coaching is, is meteen duidelijk: een biologische boerderij in Dalfsen dient als locatie en ik ga echt aan het werk op het land, in de tuin. Tijd voor een kleine terugblik. Want hoe bevalt me dit eigenlijk?

Zowel de omgeving als het buiten werken zijn een verademing.

Toen ik voor de eerste keer het erf van de boerderij op liep, voelde dat wat onwennig. Je weet wel waar je naar toe gaat, maar coaching terwijl je met je beide handen in de  aarde loopt te wroeten is toch net even anders. Prettig anders want ik werd meteen uit mijn comfort zone getrokken. Laarzen en tuinfähige kleren aan en samen aan de slag…. weer of geen weer. Natuurlijk komen er pijnpunten boven drijven en word ik met de neus op mijn eigen gedrag gedrukt, maar ik ervaar het als een ontspannen manier van coaching.

Tijdens het werken in de tuin komen onbewuste gewoontes boven. Dingen die ik doe omdat ik dat altijd zo gedaan heb.

Een simpel werkje als onkruid wieden staat plotseling symbool voor een stuk van mezelf dat me al een tijd dwars zit. Mijn coach ziet dat en benoemt het. Hij maakt me bewust van het onbewuste, van de stem in mijn achterhoofd die vaak roept: ‘Dat kan veel beter!’ En van het feit dat ik me daardoor laat beïnvloeden zodat ik op dit moment niet verder kom.  In de gesprekken weet Oscar dit op een mooie manier duidelijk te maken en te relativeren. Ook geeft hij me handvatten om hier mee te leren om te gaan. In heldere bewoordingen en door rake vragen, vriendelijk maar toch indringend. En hij laat me dingen op een andere manier doen. Bijzonder om te merken dat je dan soms hapert in je actie omdat je systeem anders geprogrammeerd is.

Een ander aspect is de rust die de coach uitstraalt. Samen met de groene omgeving biedt dit mij een opening om mijn wirwar aan gedachten helderder te krijgen en te verwoorden. 

En dat is ook best een ding. Mijn hoofd is namelijk net een vliegveld. De ene gedachte is nog niet geland of een volgend idee dient zich al weer aan. En de luchtverkeersleiding is op vakantie…..  Drukte, chaos, opstoppingen! En dan ook nog met koffers die uitgeladen moeten worden en naar de juiste bestemming moeten. Lukt niet….omdat de omstandigheden niet optimaal zijn, blijven ze maar  rondjes draaien op de bagageband.

Zo gaat dat dus met mijn gedachten. Ik heb rust nodig om te ordenen, te bedenken wat ik voel, vind en wil. Zit ik in mijn kantoor achter de pc dan vloeien de woorden als vanzelf het beeldscherm op. Het lijntje van hersenen naar handen en toetsenbord lijkt korter en beter dan dat van mijn bovenkamer naar mijn mond. Al gaat praten me uitstekend af, als het de diepte in gaat vind ik het moeilijk om mijn mening en inzichten meteen, compleet en helder te brengen. Ik moet de informatie eerst laten bezinken, er over nadenken, een nachtje over slapen, dingen opschrijven, afwegen. Dan krijg ik overzicht en weet ik vervolgens precies hoe ik het wil hebben, hoe we iets kunnen oplossen.

Daar heb ik rust voor nodig. En vertrouwen. Niet alleen in de ander, ook weer in mezelf. Die elementen weet Oscar te combineren waardoor een open sfeer ontstaat die uitnodigt tot gesprek. In de gesprekken word ik uitgedaagd om te vertellen wat er in mij leeft. Al lukt dat me nog lang niet altijd, ik denk wel dat deze aanpak me uiteindelijk goed gaat helpen om er uit te laten komen wat er in zit.

Andermans schoenen

Andermans schoenen

Ondanks wat inwendige strubbelingen en terugvallen, merk ik dat ik stukje bij beetje steviger in mijn schoenen kom te staan. Ik ben er nog lang niet. Maar toch is er een wezenlijk verschil met een paar maanden geleden. Dingen worden helder. En dat is niet in de laatste plaats te danken aan een aantal mensen dat op mijn pad is gekomen de afgelopen tijd. Ze duwen me met zachte maar ferme hand de juiste kant op. Zorgen voor prikkels waarvan ik op dat moment niet altijd even gecharmeerd ben. Omdat ik dan, op mijn manier, druk ervaar, vind dat ze zich er niet mee moeten bemoeien of omdat ik liever wegloop voor confrontatie en verantwoordelijkheid.

Dat weglopen voor verantwoordelijkheid zit in mijn systeem, zo moest ik laatst toegeven in een telefonisch gesprek met Oscar Jansen. En moeilijke beslissingen ga ik het liefste uit de weg, dat moet een ander het liefste voor me afhandelen. Dat komt voort uit mijn opvoeding. Je kunt wel stellen dat ik behoorlijk beschermd ben opgevoed. Een tikkie meer eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheid om door eigen toedoen een (paar) keer flink op je plaat te gaan waren absoluut geen overbodige luxe geweest.

Wat doet zoiets met het vertrouwen in je eigen kunnen? Ik ben in ieder geval gaan denken dat ik bepaalde dingen niet kan.

Bepaalde dingen waarvan mijn ouders vaak zeiden: ‘Laat mij dat maar doen, dat is te moeilijk’. Ze deden dat natuurlijk met de beste bedoelingen. Maar uiteindelijk ga je denken dat je dat echt niet kunt, terwijl je je er in een andere setting heel goed mee kunt redden. Omdat….. anderen er op vertrouwen dat je het kunt. Nu zie ik dat dit me (heeft) belemmerd in het maken van een aantal voor mij juiste keuzes. Om de richting te kiezen die ik wil.

Te vaak heb ik geleund op anderen die wel de verantwoordelijkheid voor hun leven namen. Die hun mening gaven en hun ideeën duidelijk naar voren brachten. Ik was daar van onder de indruk, wilde dat ook en paste mezelf daar naadloos in omdat ik dacht dat ik dat op die manier nodig had. Ik ging doen alsof het bij me paste, alsof het mijn leven was.

Vergelijk het met een paar schoenen dat je van een ander leent: Ze zijn zo mooi!

Maar als je er een tijdje op loopt, gaan ze op bepaalde punten knellen of je sloft er uit waardoor je blaren krijgt. Niet fijn. Niet voor jouw gemaakt. En zo werkt het ook met je leven. Past het niet, dan gaat het wringen en zeer doen. Het resultaat? Een ongelukkig mens. Niet de bedoeling. En dan wordt het tijd voor nieuwe hippe exemplaren waar je wel blij van wordt en waar je de komende jaren heerlijk op vooruit kunt.

Of het zuur is, deze constatering? Nee.

Blijkbaar was dit gewoon nodig en komt het moment om nieuwe schoenen te kiezen steeds dichterbij. Maar niet voordat ik mijn wensen- en eisenlijst helemaal klaar en uitgekristalliseerd heb.