Waar gaat het echt om?

Waar gaat het echt om?

En dat geconstateerd hebbende, is het tijd een paar stappen terug te doen. Ik dacht voor mezelf te kiezen als ik mijn eigen zaak aan de wilgen hing en koos voor een baan in loondienst. Is dat echt zo? Of is dat toch weer een keuze die gebaseerd is op angst. Blijft een moeilijk punt. Ik hou niet van (financiële) onzekerheid en heb bij voorbaat al stress omdat ik bang ben dat ik niet goed presteer. Bij een werkgever is dat niet anders natuurlijk, ook daar is het vrij gebruikelijk dat je een goed product neerzet. Anders word je er gewoon op afgerekend. Maar op de een of andere manier voelt dat beter, fijner, vertrouwder. Komt door mijn verleden in loondienst. Ik heb geweldige werkgevers gehad. Leuke banen, inspirerende collega’s die soms zelfs voelden als familie en geweldige werkomgevingen met werkstages en congressen in landen als Duitsland, Oeganda en Zuid-Afrika. Naast leuk, ook bijzonder leerzaam.

Nu doe ik het alleen.

En al heb ik leuke mede-zelfstandigen waar ik goed mee kan sparren, ik mis het ‘samen er voor gaan’. Het teamgevoel. Kan ik dat op een andere manier creëren? Door me aan te sluiten bij een ondernemersnetwerk? Eerlijk gezegd heb ik me tot nu toe niet echt vaak op mijn gemak gevoeld tijdens zulke bijeenkomsten waar iedereen ontzettend zijn of haar best loopt te doen om zichzelf en de bijbehorende business te promoten. Die mensen zijn er voor geboren, kunnen een knop omzetten of wat dan ook. Voor mij voelt dat unheimisch en onnatuurlijk.

Wat is mijn grootste struikelblok? Twijfel over het eigen kunnen, financiële onzekerheid of het gemis van een team waar je onderdeel van uit maakt en waarmee je je samen hard maakt voor een product.

Loop ik weg voor verantwoordelijkheid? Kies ik voor de weg van de minste weerstand? Ik blijf in dezelfde materie rondzeuren. Blijkbaar is dat nodig. En daarom ga ik er gewoon maar weer eens een nachtje over slapen (vanavond).

Advertentie
Dat gevoel

Dat gevoel

Dat meisje van 15 dat op van de zenuwen op haar kamer zat, dat was ik. Dat ben ik . De beste bedoelingen waarmee mijn leraar economie bij ons thuis kwam, hebben er aardig ingehakt. En daar kom ik bijna 30 jaar later pas achter.

Hij had het beste met me voor. 

Hij was een ouderwetse leraar die op zijn fiets stapte en bij je thuis langskwam om er voor te zorgen dat het weer de goede kant op ging. Hij hield van zijn vak, zijn leerlingen en als hij daarvoor ’s avonds nog op pad moest, deed hij dat. Hoe vaak is iemand zo betrokken! Dankzij hem en mijn vader die me geduldig steeds alles opnieuw bleef uitleggen, ben ik geslaagd voor mijn examen economie. Ik haalde zelfs een 7! Wat was ik blij! En trots!

Niet dat cijfers en ik daarna vrienden werden.

Op het HBO struikelde en viel ik mijn weg door economische verhandelingen en marketingvakken. Elke keer stond ik weer op en ging ik door. Gelukkig waren er veel andere vakken waar ik het wel goed mee kon vinden en dat maakte veel goed. Ik heb school daarom ook altijd erg leuk gevonden. Dat cijfers en berekeningen bij het leven horen, daar heb ik me inmiddels ook bij neergelegd. Net als bij het feit dat ik er niet in uitblink. Waar nodig, heb ik mijn ezelsbruggetjes. En ik heb iemand ingehuurd die mijn administratie en belasting doet. Ze helpt ook met ander financiële vraagstukken zodat ik mezelf en mijn bedrijf niet de financiële verdoemenis in help. En dat geeft een fijn gevoel.

Dat nare gevoel dat ik als 15-jarig meisje kreeg als ik weer niet goed gepresteerd had, daar ben ik nog geen vrienden mee.

Eerlijk gezegd was ik me daar tot nu toe zelfs niet eens van bewust. Wel van het gevoel van ‘niet kunnen’ en ‘niet goed genoeg zijn’, maar niet dat het toen gevormd is. En het zit diep, maar is in de loop van afgelopen jaar duidelijk merkbaar en zichtbaar aan de oppervlakte gekomen. Want als zelfstandig ondernemer moet en wil ik goed presteren. Nu pas herken ik dat knagende nare gevoel als ik een opdracht heb afgerond en verstuur. Ik ben bang voor het oordeel van mijn klanten. Dat het niet goed genoeg is. Dat ik weer een onvoldoende scoor. Zie ik dat een opdrachtgever me belt of een mail gestuurd heeft nadat ik iets heb afgeleverd?  Dan zit ik plotseling weer in mijn rode stoel op mijn meisjeskamer. De bel gaat, de deur wordt open gedaan en ik hoor wie het is. Ik kan alleen niet verstaan wat er gezegd wordt. Zie je wel! Ik kan dit niet! Ik wil dit niet!

Ik realiseer me nu pas echt dat dit dat 15-jarige meisje is dat bijna 30 jaar later nog steeds bang is om te falen. Ze is een stukje van me, maakt me tot wie ik ben. Ze was er jaren niet of nauwelijks. En nu er (voor mijn gevoel) veel afhangt van mijn prestaties wordt ze wakker en richt ze haar pijlen op de dingen waar ze wel goed in is. Taal, schrijven en van alles regelen. Terwijl ze diep van binnen weet dat ze er gewoon goed in is!

Meisje, meisje, meisje….. wat kan ik doen om er voor te zorgen dat die faalangst je niet meer dwars zit.

Dat ik dat gevoel om zet in een positief kritische blik zodat ik wat ik al goed doe,  goed (of zelfs nog beter) kan blijven doen. Dat ik gewoon tegen mezelf kan zeggen: het is goed zo. Ik ben tevreden over mijn werk en over mezelf.

Het proefwerk

Het proefwerk

Ze is 15 jaar en zit in haar kamer. Wachtend totdat de bel gaat. Nerveus, doodnerveus is ze. Want er komt vast weer slecht nieuws. Gisteren had ze een proefwerk economie en daar is ze niet goed in. Sterker nog…. ze is dramatisch slecht, rekenkundig inzicht heeft ze nooit gehad. Op de basisschool al moest ze keihard haar best doen om een piepklein zesje te halen voor rekenen. Op het voortgezet onderwijs was dat niet anders. Ze redde het meestal net op haar theoretische kennis, maar daar was ook alles mee gezegd.

Wiskunde, natuurkunde, scheikunde en economie lagen haar echt niet.

Met allerlei kunst- en vliegwerk en hulp van vrienden kreeg ze het voor elkaar om toch een zeer magere voldoende te scoren. In de gloria was ze toen ze de eerste drie kon laten vallen. Voor economie lag dat anders. Dat kon ze niet laten vallen. Dat moest ze houden, was nodig ook voor vervolgopleidingen. Ze nam zich voor om goed haar best te doen. Die goede voornemens vervlogen echter meteen toen ze, puber als ze was, besloot dat ze haar leraar economie een vreselijke man vond. Daar ging ze dus echt geen aandacht aan besteden. Tijdens de lessen verplaatste ze haar aandacht daarom naar buiten. Naar het schoolplein, vogels en feestjes in het weekend. Ondertussen hielp ze de bedrijven uit haar rekenopdrachten en proefwerken zonder enige moeite de financiële verdoemenis in.

Op van de zenuwen zit ze op haar kamer in de rode stoel waar ze altijd haar huiswerk maakt.

Voeten op de kachel, radio aan. Mooi plekje.  Maar nu even niet. Het hart klopt in haar keel als plotseling de bel gaat. Ze had het al verwacht…. ze wist het wel….. daar is die vreselijke man weer om te vertellen dat ze weer een onvoldoende heeft gehaald. Of zou het toch iemand anders zijn…. een collectant misschien? Beneden gaat de deur open en ze hoort haar vader praten met een man.

Ze herkent de stem….. het is haar leraar economie.

Een man van de oude stempel, een man ook met hart voor zijn leerlingen. Hij merkte meteen dat economie niet haar sterkste vak was. Toen hij ook nog eens door kreeg dat ze haar gedachten er tijdens de les ook niet bij had en vette onvoldoendes bleef halen, kwam hij op een avond bij hen thuis. Hij maakte zich namelijk zorgen want als ze zo zou doorgaan, zou ze haar examen niet halen. Puur en alleen door het vak economie. Dat zou hij zonde vinden omdat ze op haar andere vakken meer dan goed scoorde.

Haar leraar bood aan om haar bijles te geven.

Maar haar vader wist hoe ze over de beste man dacht en nam die ondankbare taak op zich. Ze was boos! Woest! Opstandig! Omdat ze zich elke week met haar vader over extra economieopdrachten moest buigen. Tranen met tuiten. Bijles met het mes op tafel! Maar hoe goed ze haar best ook probeerde te doen, ze snapte het niet. Zag er de logica niet van in, ze bleef onvoldoendes halen. Ze keerde tijdens de bijlessen in zichzelf om die angst en boosheid maar niet te hoeven voelen. Ze wilde dit niet! En na elke schriftelijke overhoring, na elk proefwerk kwam de leraar weer bij hen thuis om de zoveelste 3 of 4 te melden en te bespreken. Ze voelde zich machteloos, werd nog bozer en banger om te falen.

Dat ging weken zo door. Totdat het kwartje ineens viel.

Haar vader had allerlei ezelsbruggetjes voor haar uitgedokterd waardoor formules en berekeningen een minder hoog abacadabra-gehalte kregen. Soms bespeurde ze zelfs enige logica in de uitleg. Wat minder boos maakte ze haar opdrachten, oefende zich samen met haar vader steeds wat blijer een slag in de rondte. Ze was trots dat het eindelijk wat beter ging, net als haar vader. Maar toen diende zich dat proefwerk aan, dat proefwerk van gisteren.

Ze vond dat het wel aardig ging. Maar waarom zal ze het nu wel goed gemaakt hebben?

Want dat was eerder ook niet zo. Wie zegt dat het nu wel een voldoende is? Haar ouders stellen haar gerust: eerst maar eens even afwachten, ze heeft toch haar best gedaan? Maar als ze weggekropen zit in haar vertrouwde rode stoel op haar kamer slaat de twijfel weer in alle hevigheid toe. Ze kan dit niet! Ze vindt het niet leuk! Ze wil dit niet!

Terwijl ze naar de stemmen van haar vader en haar leraar in de hal luistert denkt ze: Zie je wel! Zie je wel!

Ze zet de radio zachter maar hoort niet wat er gezegd wordt. Zie je wel….. schiet het weer door haar hoofd, weer een onvoldoende! Anders was hij hier niet. Als haar vader haar roept, loopt ze met lood in haar schoenen en een knoop in haar maag naar beneden. Tranen prikken achter haar ogen. Zie je wel!  Haar vader en de leraar zitten in de woonkamer.

De leraar kijkt haar aan als ze binnenkomt en zegt: Je hebt het goed gedaan, je hebt een zes gehaald. Ik wilde je dit na al dat slechte nieuws heel graag zelf komen vertellen.

Ze weet niet wat ze hoort en is dolblij met haar zes! Maar terwijl ze daar zo gelukkig zit te zijn denkt ze: wat ben je toch een vreselijke man!*

Wordt vervolgd

*een iets nettere vertaling van de benaming die ik deze man toen toedichtte.
Gevangen in vrijheid

Gevangen in vrijheid

Buiten is het stil en erg mistig. En dat is totaal niet in overeenstemming met mijn gedachten. Ik heb inmiddels heel goed helder wat ik wel en niet wil. Dat komt door een opdracht die ik een tijdje geleden van mijn coach kreeg: zoek drie symbolen die staan voor inzichten die je de afgelopen tijd heb opgedaan.

  • Het eerste symbool: een klavertje drie

Ik was op zoek naar een klavertje vier, maar drie voldeed ook. Het ging om de symbolische waarde: geluk. Want ik weet dat ik op weg ben naar mijn eigen geluk. Al gaat het met horten en stoten. Het is ok, ik kies voor mijn eigen weg.

  • Mijn tweede symbool: een steen

Een stuk steen met ruwe puntige kanten, maar ook een wat afgeronde kant werd mijn tweede symbool. Dat staat voor het proces waar ik nog tot over mijn oren in zit. Waar op momenten de scherpe kanten zoals twijfel en onzekerheid ongenadig pijnlijk aan de oppervlakte komen, terwijl op andere momenten het venijn er al af is.

  • Een heksenbezem is mijn derde symbool

Iets met schoonschip maken. In mijn hoofd, huis en leven. Coach Oscar voegde er nog een mooie laatste betekenis aan toe: heksen waren wijze vrouwen. De bezem staat dus ook vrouwelijke wijsheid. Mooi. Die wijsheid helpt me op weg naar mijn eigen geluk en daarbij stoot ik me soms aan behoorlijk scherpe punten van mijn tweede symbool: de steen.

Al deze symbolen staan in het teken van geluk. Ik zit op de goede weg en leer steeds beter luisteren naar mijn gevoel.

Het belangrijkste punt is echter dat ik er ook wat mee moet doen. Dat het niet alleen bij een constatering moet blijven. Ik moet in beweging komen, actie ondernemen. Dat is een hele belangrijke les van de afgelopen maanden. Bovendien ben ik te gericht op wat de buitenwereld vindt. En dan ga ik ongemerkt nog wel eens aan mezelf voorbij, probeer ik weer te voldoen aan verwachtingen die niet bij me passen. En daar ben ik klaar mee. Wat dat me heeft opgeleverd zie ik als ik in de spiegel kijk: een vermoeide zelfstandig ondernemer die op haar tenen loopt en al een jaar onder hoogspanning leeft. Ik voel stress over opdrachten, over inkomsten  (al weet ik dat dat niet nodig is), over de toekomst. In de aanloop naar mijn start heb ik over allerlei en ook die dingen uitvoerig nagedacht. Ik vroeg me af of het zelfstandig ondernemerschap wel bij mijn persoonlijkheid zou passen. Ik had zo mijn twijfels.

En toch heb ik het gedaan.

Ik was trots op mezelf. Maar als ik de keuze had gehad tussen een baan bij een werkgever en zelfstandig ondernemerschap, had ik dan voor het laatste gekozen? Als ik eerlijk ben niet. Het was geen droom en geen verlangen, maar toch stapte ik vol vertrouwen mijn nieuwe toekomst in. Het voelde goed! Ik koos voor mezelf. Dat gevoel van overwinning duurde anderhalve maand. Sindsdien overheerst stress, onzekerheid en eenzaamheid. En dat kost me mijn gezondheid. Heel soms komt dat fijne gevoel van het begin weer terug, maar dat is van (te) korte duur.

Van verschillende kanten hoor ik dat ik het kan, dat het zelfstandig ondernemerschap zo goed bij me past. Dat ik het tot een succes kan maken.

Dat ik eerder ‘gevangen’ zat bij een werkgever maar dat dat goed voelde omdat het vertrouwd was en ik van huis uit heb meegekregen dat het belangrijk is om een vaste baan te hebben. Dat ik mezelf ‘moet’ vrij maken van dat gevoel. Ongetwijfeld zit daar een kern van waarheid in. Ik weet ook dat ik het wel kan.Vraagt iemand wat ik doe, dan kan ik ook met verve over mijn werk vertellen. Maar geloof ik diep in mijn hart ook dat ik dit moet doen? Dat ik hier enorm blij van word en vanuit mijn hart werk? Al die vragen moet ik met een dikke vette ‘nee’ beantwoorden.

Want inmiddels ben ik een jaar voor mezelf bezig. Ik verdien aardig en heb goede klanten, maar dat weegt niet op tegen de spanning. Ook weegt de vrijheid niet op tegen de eenzaamheid die ik ervaar, ondanks veelvuldig en fijn contact met andere zelfstandig ondernemers.

Juist nu ik de vrijheid heb waar ik blijkbaar behoefte aan heb, voel ik me meer dan ooit gevangen.

Constant voel ik de druk van mijn werk in mijn hele lijf, ook in mijn vrije tijd. Een misselijk makende en verlammende druk waardoor ik niet meer kan genieten van mijn vrije tijd en nog verder uitgeput raak. Kwestie van beter plannen? Typisch geval van de zaken beter regelen? Misschien. Maar mijn eindconclusie is:  ik word niet blij en gelukkig van werken als zelfstandig ondernemer.

En dat mag. Ik mag dat vinden en voelen.

Want als geluk betekent dat je staat voor jezelf en kiest voor jezelf, dan betekent dat voor mij dat ik de vrijheid neem om weer bij een werkgever aan de slag te gaan. Dan is vrijheid voor mij dat ik graag samen met anderen werk aan een doel waar we met z’n allen voor gaan. Dat vind ik fijn, daar word ik ongelofelijk blij van en juist daar krijg ik heel veel energie van!