Vluchten

Vluchten

Een hele klus, dat bij mijn gevoel komen. Jarenlang hard gewerkt om me niet meer te laten raken en dan krijg ik het advies/ de opdracht om bij wat ik doe en denk mij gevoel weer toe te laten. Te voelen, zonder dat ik er in verdwijn. Het aan te raken zodat ik echt weet wat ik er van vindt.

En daar raak ik eerlijk gezegd soms wat van in de war. Niet dat ik compleet van het pad ben. Doordat ik voor mezelf de deur jaren geleden heb dichtgegooid, heb ik het gevoel dat ik letterlijk en figuurlijk voor mijn eigen dichte deur sta. Hij gaat weer open, dat weet en voel ik. Maar dat gaat wel wat tijd en inspanning kosten.

En dan kreeg ik ook nog een gevoelsopdracht tijdens de afgelopen sessie met mijn coach Oscar:

Schrijf eens op wat je voelt als je aan het werk gaat/ bent?

Dan haper ik aan alle kanten.

Ik word door m’n eigen gehakketak, getwijfel en inwendig commentaar belemmerd. In mijn creativiteit en in mijn leven, want mijn werk dat ben ik en andersom. Daardoor loop ik weg van mijn werk (en van mezelf), terwijl ik altijd zo graag aan het werk was.

Oscar heeft me in ieder geval al wel eerder wakker geschud met de vraag of mijn werk inmiddels niet een overlevingsmiddel is geworden in plaats van iets  wat ik met heel veel liefde doe. Daar had hij een raak punt. Ik wil dit zo niet meer. Er moet wat veranderen en dus…..

…….terug naar de vraag: Wat voel ik en wat gebeurt er als ik achter mijn laptop zit en voor een klant aan het werk ga of ben?

Het volgende:

  • er komt een soort waas, mist, om me heen en in mijn hoofd
  • het voelt alsof ik in een luchtbel terecht kom
  • mijn ademhaling verandert: de verborgen hyperventilatie steekt de kop weer op.
  • angst (voor fouten, kritiek)
  • ik wil vluchten. Mijn hele systeem schreeuwt: ‘Wegwezen!’

En als kers op de taart is daar mijn hoofd vol gedachten: ‘ik kan het niet, ik kan het niet’, ‘wat als het niet goed is?’

En ik heb wel zo’n flauw vermoeden wat dit inhoudt: een typisch geval van faalangst waar ik aan moet gaan werken. Anders kost het me mijn bedrijf, gezondheid en mezelf.

Advertentie
Van hoofd, naar hart en gevoel

Van hoofd, naar hart en gevoel

De mededeling dat ik ‘wegloop’ als een gebeurtenis of iemand mijn gevoel dreigt te raken, kwam wel even binnen. Natuurlijk weet ik wel dat ik dat doe, maar om het (weer) van iemand, mijn coach, te horen komt wel aan. En om het dan zelf ook te (durven) erkennen, is toch wel een ding. Het heeft me aan het denken gezet. Want hoe laat je je weer door iets raken? Hoe laat je je gevoel weer optimaal z’n werk doen? Hoe ga ik naar mijn gevoel? Hoe laat ik mijn hoofd en gevoel harmonieus samenwerken? Want ik leef echt vanuit mijn hoofd. Ik rationaliseer en relativeer me helemaal suf.

Nu heeft leven en werken vanuit mijn hoofd me veel gebracht, maar de laatste paar jaar ontneemt het me meer dan het me oplevert.

Voelen is zo ondergesneeuwd geraakt dat ik mijn best moet doen om nog bij mijn gevoel te kunnen. Ik weet vaak niet meer wat ik voel omdat ik er niet bij kan. Ik ben het verleerd, geloof ik. Maar inmiddels ook hard bezig om weer te voelen. Want als ik zie wat het negeren van mijn onderbuik en hart me de laatste jaren heeft opgeleverd?  Dan had ik niet ‘ja’ gezegd tegen een baan waarvan ik bij de vacature al dacht ‘moet ik dit nu wel doen?’. En waarbij ik toen ik daar aan het werk was overspannen thuis kwam te zitten. Dan had ik de relatie met mijn partner al verbroken…. was er waarschijnlijk niet eens een relatie geweest. Pijnlijk. Want bij één van onze eerste dates ben ik halverwege opgestapt omdat ik er geen goed gevoel  bij had. Toen luisterde ik naar mijn gevoel! Toch zijn we uiteindelijk weer in gesprek geraakt en bij elkaar gekomen. Er was liefde, maar had ik naar mijn eerste gevoel geluisterd dan had ik ons nogal wat gedoe bespaard. Maar dan was ons kind er ook niet geweest. En haar wil ik voor geen goud meer missen. Dus uit onze relatie is zeker iets heel moois en dierbaars voortgekomen.

Een ander moment was de verjaardag van mijn vader, bijna 2 jaar geleden.

Een paar maanden daarvoor had ik het idee om als cadeau met de hele familie op de foto te gaan. Het kwam er maar niet van. We waren allemaal druk. En toen vlogen de woorden ‘straks is het te laat’ door mijn hoofd. Genegeerd, naar de achtergrond geduwd. Een paar weken later kreeg mijn vader een zware hersenbloeding. Bam! Gelukkig is hij er nog, maar toen werd ik me wel even heel bewust van het wegdrukken van (voor)gevoel. Dat bewustzijn heb ik vervolgens met dezelfde noodgang als altijd ergens ver weg geparkeerd. Hoe kan dat nou? Wat moet er gebeuren wil ik weer naar mezelf gaan luisteren.

En dan komt plotseling het overlijden van een lieve vriend weer als een mokerslag binnen.

In één keer was hij er weer. Alsof het gisteren gebeurd is. Hij is verongelukt in 1993, hij was 24 jaar. Ik weet nog precies wat ik zei toen iemand uit onze vriendgroep me belde om dat te vertellen: ‘Maar hij is niet dood toch? Dat kan toch niet?’. Maar hij was wel dood. En weer krijg ik dat benauwde gevoel van toen. Van buiten de werkelijkheid staan. Van onmacht. Ik zie me nog in mijn studentenkamer staan, heen en weer lopen. Iets moeten doen, iets willen doen om weer grip te krijgen op iets, op het leven, op mezelf. Heeft dit ongemerkt zo’n enorme impact gehad? En heb ik toen de fundering van de muur om mijn gevoel gelegd die me nu op veel vlakken parten speelt?

Keihard

Keihard

Een mooie 8. Daar kom ik op uit als ik mijn leven tot nu toe een cijfer zou moeten geven. Door veel prachtige momenten, plezier en mooie mensen om me heen. Natuurlijk waren (en zijn) er mindere periodes, maar ik ben altijd weer in staat om die roze bril op mijn neus te zetten en de positieve kanten te zien.

Ondanks dat heb ik toch ooit besloten dat ik me niet meer laat kwetsen.

Door niemand. Dat heeft me geholpen in emotioneel zware situaties. Iemand noemde me eens een ijskoude vrouw omdat ik geen traan liet toen ik de relatie met die persoon verbrak. Die tranen waren er wel, in overvloed zelfs. Alleen heeft hij ze nooit gezien. Ik wilde ze niet laten zien, hij heeft ze nooit willen zien. Karakterding of kwetsbaarheidsangst van twee kanten? En toen hij ze verwachte waren de tranen op en ik weg.

Zijn tranen een teken van zwakte? Tot voorkort vond ik van wel, vooral voor mezelf.

Voor een ander niet. Heeft een vriendin verdriet, dan kan ik dat soms bijna voelen en huil ik mee. Gaat het om mijn eigen tranen, dan slik ik ze weg. Zoek en vind ik afleiding in kleine dingetjes als ik die tranen maar weg krijg. Samen met dat gevoel van onmacht, boosheid, verdriet of teleurstelling. Weg moet het, weg! Ik wil het niet voelen! Zelfspot en humor zijn daarbij ook uitstekende bliksemafleiders. Vooral als mijn emotionele kant aangeraakt dreigt te worden. Met één opmerking draai ik een gesprek de andere kant op. Bang voor tranen. Bang om tot de kern van die tranen te komen. Bang dat een ander dat ziet. Hoe komt dat toch?

En kun je daar ook te ver in gaan?Kun je daardoor zo ver van jezelf af komen te staan dat je ook anderen op een afstand houdt?

Ja, zeg ik nu. Want als je jezelf niet toelaat om emoties te ervaren, hoe kun je een ander dan toelaten om jou echt te leren kennen? Om een echte hechte band te hebben.

In mijn coachingstraject bij Acore werd dat tijdens de laatste sessie maar weer eens duidelijk. Als iets me dreigt te raken, zoek ik afleidingsmanoeuvres. Elke vlieg die voorbij zoemt of een koe die loeit, grijp ik aan als afleiding. Waarom? Oscar confronteert me met mijn gedrag en stelt de volgende vraag: wat heb ik nou van hem te vrezen? Want ik doe dit om mezelf beter te leren kennen en fijn te kunnen werken en leven. Om een verdiepingsslag te maken voor mezelf. Waarom ga ik dat uit de weg? Verdedigingsmechanisme? Waarom? Ik weet dat ik hier niet word afgerekend op wat ik zeg of doe. En toch…. ik slik mijn tranen weg en vind het moeilijk om een echt contact te laten ontstaan. Ik houd afstand, letterlijk en figuurlijk. Ook nu nog, nu ik weet dat het heel goed voor me zou zijn. Op papier lukt het me goed om bij mijn gevoel te komen. Dan laat ik mijn gedachten gaan en drupt er zelfs af en toe een traan op het toetsenbord. Dat mag. Maar owee als een ander dat ziet…..

Ja dan….. Wat dan? Wat zou het als een ander ziet dat ik huil? 

Dat ik gevoel heb, dat iets me raakt. Of gaat het er niet om wat iemand anders vind? En gaat het juist om mij. Dat ik mezelf dan zwak vind, dat ik sterk moet zijn terwijl dat echt niet altijd hoeft. En ik kan mijn gevoel toelaten. Echt. Heel soms. En pas alleen als het bijna te laat is. Iets met een emmer en een druppel.

Ik realiseer me dat ik in de loop der jaren door ervaringen waarbij ik afgerekend werd op mijn kwetsbare kant, hard voor mezelf ben geworden. Keihard misschien wel.

Boontje in de dop

Boontje in de dop

‘Ik heb een opdracht voor je. Loop langs de gewassen en kijk welke overeenkomt met hoe je je op dit moment voelt.’ Zo stuurt coach Oscar me tijdens onze derde sessie meteen na aankomst de tuin in. Mijn slippers maken plaats voor stevige stampers en daar ga ik. Langs pompoenen, wortelen en een strookje vlinderbloemen. Bij hoge bonenranken blijf ik even staan. Er zitten al flink wat bonen aan, maar ook nog prachtige bloemetjes. Wit met helder rood. Eigenlijk viel mijn oog er vrijwel meteen op.

Ik loop door. Op zoek…. Op zoek naar wat? Naar iets mooiers, beters?

En voor wie dan? Heb ik al niet gevonden wat ik zocht? Of zoek ik iets wat ik (nog) niet ben? Kijk ik vooruit? Uitbundig bloeiende bloemen een stukje verderop blijven toch een onweerstaanbare aantrekkingskracht op me uitoefenen. Dat wil ik zijn! Maar dat ben ik (nog) niet. Ik voel me bij lange na nog geen bloem in volle bloei en dus keer ik om en ga terug naar die bonen. Want dat ben ik. Ben ik dat? Wat betekent dat?

Oscar komt naar me toe en vertelt dat het kievitsbonen zijn. Bonen die er uit zien als de bespikkelde schaal van een kievitsei. En kievitseieren zijn erg mooi, zo weet ik uit mijn weilandverleden. Maar waarom nou die bonen? Wat mij aantrekt zijn de kleine tere bloemetjes die nog niet klaar zijn met groeien, die nog een transformatie moeten ondergaan tot zo’n gekke grote boon. Op dat moment moeilijk om onder woorden te brengen. Oscar verwoordt het als volgt: ‘Deze bonen hebben al een heel traject achter de rug. Ze zijn piepklein begonnen, als een zaadje in de grond. En in een paar maanden tijd zijn ze flink groot gegroeid. Zijn er bloemen aangekomen en bonen.’ Gemakkelijk legt hij de link met mijn groeiproces. Ik ben van ver gekomen en al een behoorlijk eind onderweg, maar ik ben er nog niet.

En dat klopt. Want er zijn nog wel wat punten die aandacht verdienen:

  1. Waar komt die spanning in mijn hoofd en lijf vandaan als ik werk of aan het werk ga? Waarom lukt het me dan niet om te werken? Waarom voelt mijn werk niet goed meer?
  2. Waarom heb ik moeite met het laten zien van mijn echte ik? En wie ben ik dan eigenlijk?
  3. En daarop aansluitend: waarom houd ik mensen op een afstand? Waarom heb ik zowel lichamelijk als in mijn hoofd een Berlijnse muur opgetrokken?

Nadat we hebben vastgesteld dat ik me voel als een bloemetje van een kievitsboon of misschien wel een boontje in de dop, gaan we aan de slag met het oogsten van sperziebonen.

De grote in de ene emmer. Die worden gebruikt in de wekelijkse groentepakketten waarop je bij Landjuweel De Hoeven een abonnement kunt nemen. De kleine in de andere emmer, die mag ik meenemen (maar ik heb ze jammer genoeg vergeten).

Het gesprek gaat over ‘in je kracht staan’, over ‘werken vanuit je kracht’. Die term die me af en toe zo tegen staat. Omdat mijn werk me vaak zo gemakkelijk afging terwijl het me nu, juist nu ik eigen baas ben, zo ontzettend tegen is gaan staan.

Hoe komt dat? Wat zijn de omstandigheden?

Wanneer heb ik afkeer en wanneer gaat het goed? Vooral bij langdurende opdrachten krijg ik het soms benauwd, denk ik. Vooral als ik thuis werk gaat het niet fijn. Komt dat doordat de sfeer thuis niet opperbest is? Of laat ik me te veel leiden door afleiding? Zit ik bij mijn opdrachtgever, dan werkt het een stuk gemakkelijker. Hoewel er veel mensen in de kantoortuin zitten, ervaar ik rust en is de sfeer prettig. Ik ben daar gevoelig voor.

Dan brengt Oscar een ander punt ter sprake. Ben ik mijn werk niet gaan zien als een middel om te overleven in plaats van als mijn passie?

De relatie met mijn man is op sterven na dood . Hakken we de knoop door, dan moet ik het zelf financieel zien te rooien. Hoewel ik diep van binnen weet dat ik dat kan, hangt juist dat als een enorme donkere donderwolk boven mijn hoofd. Een donderwolk die steeds groter wordt door mijn eigen gedachten en ego. Mijn werk, mijn passie is een moetje geworden. En dat nekt me, het doet pijn. Ben ik van kracht naar kreupel gegaan?

Over kracht, frustratie en regie

Over kracht, frustratie en regie

‘In je kracht staan’. ‘Leven en werken vanuit je passie.’ Allemaal zinnen die me op internet en in de bladen om de oren vliegen. Gekoppeld aan verhalen over mensen waar het kwartje plotseling is gevallen en die zijn gaan doen waar ze blij en gelukkig van worden. Aan de ene kant vind ik het fijn om te lezen dat dat kan. Aan de andere kant vind ik het een ondefinieerbaar en zweverig begrip. En ik krijg er een licht weeïg gevoel van in mijn maag. Vertoon ik tekenen van jaloezie omdat ik het gevoel heb dat ik mijn passie, mijn kracht nog steeds niet heb gevonden? Dat de fase waar ik nu al een tijd in zit aanvoelt als een vacuüm? Een wat machteloos gevoel waardoor ik het zo af en toe flink benauwd krijg?

En wat is dat dan…  in je kracht staan, je passie volgen? Doen wat je leuk vind, dat wat je doet heel natuurlijk aanvoelt. Heeft iedereen dat in zich? Wat nou als dat niet zo is?

Dat ik dit me dit afvraag heeft waarschijnlijk ook te maken met mijn onzekerheid. Dat ik dacht dat ik mijn passie ben gaan volgen en dat schrijven mijn kracht is. 

Juist dat natuurlijke gevoel ontbreekt en de passie al helemaal. Of is het weggeëbd? Ik schreef altijd graag en het schijnt ook best fijn leesbaar te zijn. Mijn columns als ghostwriter werden in twee regionale edities van het Algemeen Dagblad goed gelezen. De lezers bestempelden mijn werk uiteindelijk zelfs als beste en leukste column van die krant. Ik had er echt plezier in! En dat bleef. Ik ontwikkelde me door steeds meer verschillende schrijfdingen op te pakken die binnen mijn communicatiebaan op me af kwamen. Totdat ik besloot om bij een tekstbureau aan het werk te gaan, me echt te gaan specialiseren. Toen werd het productie draaien, werken met (te) strakke deadlines. In plaats van dat het naar meer smaakte, ging het me steeds meer tegen staan. Daarna heb ik weer breder werk gezocht waarbij schrijven een onderdeel was van een groter geheel. Maar toch heb ik het gevoel dat ik mijn schrijfdraai sinds mijn specialisatieavontuur niet echt meer gevonden. Wel bij vlagen een beetje, maar met aanzienlijk minder plezier dan eerst.

Waarom besloot ik dan bijna een jaar geleden om mijn brood te gaan verdienen met schrijven en advieswerk?

Ik had al een tijdje het idee om voor mezelf te gaan beginnen. Toen ik geen vaste baan meer had, heb ik de sprong gewaagd. En het loopt tot nog toe best goed. Van vriendinnen hoor ik dat ze bewondering hebben mijn keuze. Maar waarom voelt het dan zo überunheimisch? Is dat een erfenis uit mijn ‘bureautijd’? Ik moet me er echt toe zetten om aan het werk te gaan. En ben ik eenmaal bezig dan zit ik echt niet lekker in mijn kracht te zijn. Het voelt als lood en dat zou niet zo moeten zijn als je met je passie bezig bent. Om me heen heb ik genoeg voorbeelden van mensen die dat wel doen en dat zie je aan hen. Mooi voorbeeld is een vriendin die zilveren sieraden is gaan maken. Haar vaste baan heeft ze er nog bij voor de zekerheid, maar ik ben er zeker van dat ze die op korte termijn gaat opzeggen. Ze doet het zo goed! Ze maakt prachtige dingen en is blij. Ze straalt. Waarom voelt dat bij mij niet zo? Waarom voelt het werk dat ik ooit zo graag deed als een uitputtingsslag en een frustratie?

Is schrijven echt wat ik wil doen? Of moet ik het in een totaal andere hoek zoeken?

Toen ik deze vraag voor mezelf probeerde te beantwoorden, bekroop me het gevoel dat ik iets moet gaan doen met mijn handen. Iets in de categorie hout, timmeren en schilderen misschien. Hoe ik daar bij kom? Geen idee. Ben ik dan zo handig met mijn handen? Geen idee. Al dit soort klussen werd me altijd, zelfs in mijn eigen huis, uit handen genomen. Onder het mom dat een ander het beter, netter kon. Ik geef toe dat ik dat heb laten gebeuren, ik heb niet op de rem getrapt en zelf die kwast of hamer gepakt.

En zo loop ik voor de zoveelste keer aan tegen het gebrek aan regie over mijn eigen leven.

Gek. Want ik ben een behoorlijke controle freak, maar blijkbaar niet voor de dingen die er echt toe doen. Waar ik mee bezig ben, is het beheersen van kleine dagelijkse dingen zodat ik toch het gevoel heb dat ik baas ben over mijn eigen leven. Terwijl ik op het belangrijkste punt maar geen grip krijg: Over hoe ik mijn leven wil inrichten, welke koers ik wil varen. Heeft dat te maken met in mijn kracht staan? Of gaat het er over dat ik er weer achter kom dat ik nooit echt heb stil gestaan bij wat ik echt wil en daar geen verantwoordelijkheid voor heb genomen.

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Een tijdje geleden kreeg ik de opdracht van Oscar om een lijstje te maken met 10 dingen die ik leuk vind. Daar struikelde ik over omdat ik me sterk afvroeg of dit echt vanuit mezelf kwam of dat ik hierin werd beïnvloed door de wereld om me heen.

Om er achter te komen of het ook echt mijn eigen leuke lijstje was, heb ik geprobeerd om te voelen wat deze dingen met mij doen als ik er mee bezig ben. Niet gemakkelijk als je, zoals ik, (te) veel vanuit je hoofd leeft en denkt te moeten doen waar je omgeving van houdt. Maar… rapapa rapapa…. het is gelukt!

1. Water: varen

Ik hou van water in alle hoedanigheden. Ik hou van de geur van water als ik vaar, als ik over een brug rij doe ik mijn raam open om die op te snuiven. Ik hou van het water dat over de boeg en de reling in mijn gezicht kletst. Ik hou van het geluid van kabbelende golfjes, de deining en de wind om me heen. Het moment dat ik voet aan boord zet, overkomt me een gevoel van vrijheid en voel ik rust in mijn hele lijf en hoofd.

Hoe vaak doe ik dit? Veel te weinig.

2. Water: schaatsen

Ik hou van water in bevroren vorm, van de bevroren en besneeuwde wereld. In de winter sta ik, als er ijs ligt, in alle vroegte op om tochten te schaatsen. Soms in gezelschap, maar ook alleen. Ik geniet van het donkere ijs, van het stille landschap en de koude lucht in mijn longen als ik met 10 graden onder nul mijn tocht schaats. Van de zon die zo’n ijskoude dag iets magisch geeft, vooral in de vroege ochtend.

Hoe vaak doe ik dit? Als het weer het toe laat en dat was de afgelopen paar jaar dik in orde (alleen de afgelopen winter niet…)

3. Foto’s

Ik hou van foto’s maken. Maakt niet uit waarvan. Van mijn kind, mijn familie, een feestje, een auto, vakanties, een grasspriet, een slak of een stuk kaas dat lijkt op Dikkie Dik. Soms alles omvattend, soms een detail. En daar maak ik fotoboeken van. Ondertussen verzamel ik ook van alles dat ik daar weer bij kan plakken. Scrappen heet dat geloof ik ook wel als je het echt groots aanpakt. Prachtige kunstige knutselwerken heb ik wel gezien, maar daar doe ik niet aan. Ik houd het basic en word daar bijzonder blij van.

Hoe vaak ik dit doe? Eigenlijk ook te weinig. Mijn verzameling foto’s  en bijbehorende items is immens.

4. Theater, muziek, film en festivals

Lekkere muziek, pakkende toneelstukken en (culturele) festivals tot meezingfestijnen (tot op zekere hoogte), musicals en hilarisch cabaret. Je mag me er midden in de nacht voor wakker maken. Ik word er gewoon blij van.

Maar er springen wel een paar dingen uit. Ik hou namelijk van zwaar belegen.

Denk aan cabaret van Wim Sonneveld. Scherpe, venijnige maar oh zo droge en heerlijke humor. Denk aan de oude blije dansfilms met Fred Astaire & Ginger Rogers van meer dan 70 jaar oud. Of Lucille Ball! Ongelofelijk grappig. Allemaal geen gedoe, gewoon puur.

Hoe vaak ik kijk, luister en ga? De laatste jaren nauwelijks meer. Maar daar gaat verandering in komen. In de categorie cabaret: Kaartjes voor Jochem Myjer in Carré zijn geboekt!

 5. Reizen

Dit was wel een dingetje. Want hou ik echt zelf van reizen of ben ik steeds lekker veilig aangehaakt bij de mensen die op mijn pad kwamen? Ik ben er namelijk wel achter dat ik redelijk onrustig word als ik op reis ga en ben. Maar toch…. ik vind de wereld om me heen prachtig! Te mooi, te interessant en te wonderbaarlijk om niet uitgebreid te bewonderen. Dat begon toen ik op mijn 16e voor het eerst naar een ander land ging: eerst een week naar Parijs en daarna twee weken Denemarken. Ik had al een soort fascinatie voor de wereld. Naast mijn bed stond zo’n wereldbol met een lampje er in en daar keek ik elke avond naar. Naar de exotische namen, blauwe zeeën, hoe ver het van Nederland was.

Maar… op mijn 16 kwam er dus een eind aan het gestaar op die globe en ging er letterlijk en figuurlijk een nieuwe wereld voor me open. Het gevolg? Sinds mijn 18e heb ik prachtige stukjes van de wereld gezien. Veel beleefd en genoten. Conclusie? Ik hou van reizen! En dat hoeft niet perse ver weg te zijn. Ook dicht bij huis is de wereld mooi.

Hoe vaak doe ik dit? De laatste jaren minder vaak en ver omdat ik heb gezien en gehoord wat een tocht door Tibet en Nepal voor een Nederlandse kleuter betekent.

6. Languit in het gras liggen en naar de wolken en vliegtuigen turen

Gewoon omdat dat heerlijk is!

Hoe vaak ik dit doe? Ook te weinig! Hoe is het mogelijk!

7. Lezen

Boeken. Ik hou van de geur van papier, hoe ze er uitzien en van hoe ze voelen. Vaak ben ik in twee boeken tegelijk bezig. Eentje beneden, eentje naast mijn bed. Maakt me eigenlijk niet uit welk genre, als ik me er maar compleet in kan verliezen. Het kan Harry Potter zijn of een biografie van Annie M.G. Schmidt of Hillary Clinton. Een spannende John Grisham, een roman die helemaal nergens over gaat maar toch zo heerlijk wegleest of een Donna Tart van zo’n 600 bladzijden. Maar ook een dichtbundel van Toon Hermans, gewoon een tijdschrift of een stripboek.

Hoe vaak ik dit doe? Dagelijks.

8. Cadeautjes inpakken

Cadeautjes geven vind ik leuk! Maar wat nog leuker is, is het inpakken. Ik heb een doos staan met allerlei attributen om cadeautjes nog mooier te maken.

Hoe vaak ik dit doe? Met enige regelmaat.

9. Mijn vriendinnen

Ik hou van mijn vriendinnen. Van mijn groep ‘meisjes’ uit de Keistad. Van de ‘club van 5′, mijn dierbare oud-collega’s die ik tenminste één keer per jaar zie en spreek. Van mijn losse vriendinnen. Waarvan ik er eentje al ken sinds we kleuters waren en een ander ook al ruim 25 jaar. En van mijn wandel- en wijnvriendin die hier om de hoek woont. De uitjes, gezamenlijke workshops, meidenweekenden, praatsessies, vakanties samen, kleine pleziertjes, wandelingen, hilarische verhalen, etentjes, gedeelde vreugde en verdriet, spirituele bekentenissen en pure persoonlijke interesse. Het delen van onze levens. Met elkaar. Of het nu met biggels is of met tuiten. Dit doet me altijd goed.

Hoe vaak ik hen zie en spreek? Sommige bijna dagelijks. Anderen wat minder vaak. Maar dat is ok!

10. Het weer en de seizoenen

Afgelopen week heb ik het vliegeren herontdekt op Schiermonnikoog. Ik vond het als kind prachtig en dat vind ik nog steeds. Ongetwijfeld heeft dat te maken met mijn fascinatie voor weer, wind en de seizoenen. Want ook daar kan ik oprecht van genieten. Harde wind (en hoe die vlieger daar op mee gaat). Sneeuwstormen. Vallende bladeren. Ochtenddauw. Felle zon. De geur van de lente. Zomerse regenbuien. We hebben hier alles. Wat dat betreft ben ik wel in het goeie land geboren.

Hoe vaak ik geniet van het weer? Soms plotseling. Maar ik ga me er weer vaker bewust van zijn.

Tien leuke dingen op een rij. Bewustwording van het feit dat ik me nog te weinig bewust ben van waar ik ook al weer blij van word. Zou het er mee te maken hebben dat ik goed zorgen voor mezelf de laatste jaren niet echt serieus heb genomen? Dat ga ik veranderen. Hoog tijd dus voor een rosétje met wandel- en wijnvriendin.

Noot: Dit lijstje bevat ‘me-time-dingen’ waar ik soms heel diep over moest nadenken. Mijn dochter staat daarom niet in dit rijtje. Omdat ze geen ding is wat ik zomaar leuk vind. Ze is het mooiste, liefste en grappigste kleine mensje dat ik ken, dat altijd op nummer 1 zal staan en waarmee ik altijd veel plezier beleef (afgezien van kleutergedoe zoals driftbuien, niet van plan zijn om te luisteren en niet willen eten). Zij hoeft dus geen plaats op een lijstje, ze heeft al vier jaar een vaste plek in mijn hart.