Zo kan het dus ook

Zo kan het dus ook

Hoe kom ik uit die vicieuze cirkel waar ik in ronddraai? Ik blijf steeds tegen dezelfde dingen aanlopen‘, zo appte ik mijn coach een tijdje geleden.

De verkorte versie van zijn antwoord: ‘Ga in stilte op zoek naar de antwoorden op je vragen. Je hebt voldoende vragen gesteld. Nu is het tijd om ruimte te geven aan de antwoorden die ergens in jouw stilte verscholen liggen. Ga op zoek naar verstilling die bij je past: Wandelen, muziek, lezen, stil zijn, kunst, creatief bezig zijn en werken, zijn allemaal manieren om de stem van de stilte en gevoel te laten horen.’

En dat heb ik gedaan. Op de een of andere manier kon ik mijn malende gedachten loslaten en werd het rustig.

Stil in mijn hoofd, rustig in mijn lijf. Ik lees, luister, kijk en voel. Zonder stress over wat er gaat en kan gebeuren. Een plan van aanpak en offerte die ik moest maken, gingen als een tierelier. Geen extreme spanning en slapeloze nachten over wat mijn opdrachtgever er misschien van zou vinden. Ik heb ‘m afgeleverd voor de afgesproken deadline en hij is goed. Dat vind ik en mijn opdrachtgever ook. Er moeten nog wel wat dingen worden aangepast, zo hoorde ik van mijn klant en daar hebben we binnenkort een afspraak over. Een paar weken geleden zou ik bij het idee alleen al hyperventilerend geblokkeerd raken. Nu kan ik dat naast me neer leggen en denken: ‘Daar wordt het alleen maar beter van’.

Met relaxte verbazing kijk ik naar mezelf. Dit ben ik ook. Zo kan het dus ook.

 

 

 

Advertentie
Vluchten

Vluchten

Een hele klus, dat bij mijn gevoel komen. Jarenlang hard gewerkt om me niet meer te laten raken en dan krijg ik het advies/ de opdracht om bij wat ik doe en denk mij gevoel weer toe te laten. Te voelen, zonder dat ik er in verdwijn. Het aan te raken zodat ik echt weet wat ik er van vindt.

En daar raak ik eerlijk gezegd soms wat van in de war. Niet dat ik compleet van het pad ben. Doordat ik voor mezelf de deur jaren geleden heb dichtgegooid, heb ik het gevoel dat ik letterlijk en figuurlijk voor mijn eigen dichte deur sta. Hij gaat weer open, dat weet en voel ik. Maar dat gaat wel wat tijd en inspanning kosten.

En dan kreeg ik ook nog een gevoelsopdracht tijdens de afgelopen sessie met mijn coach Oscar:

Schrijf eens op wat je voelt als je aan het werk gaat/ bent?

Dan haper ik aan alle kanten.

Ik word door m’n eigen gehakketak, getwijfel en inwendig commentaar belemmerd. In mijn creativiteit en in mijn leven, want mijn werk dat ben ik en andersom. Daardoor loop ik weg van mijn werk (en van mezelf), terwijl ik altijd zo graag aan het werk was.

Oscar heeft me in ieder geval al wel eerder wakker geschud met de vraag of mijn werk inmiddels niet een overlevingsmiddel is geworden in plaats van iets  wat ik met heel veel liefde doe. Daar had hij een raak punt. Ik wil dit zo niet meer. Er moet wat veranderen en dus…..

…….terug naar de vraag: Wat voel ik en wat gebeurt er als ik achter mijn laptop zit en voor een klant aan het werk ga of ben?

Het volgende:

  • er komt een soort waas, mist, om me heen en in mijn hoofd
  • het voelt alsof ik in een luchtbel terecht kom
  • mijn ademhaling verandert: de verborgen hyperventilatie steekt de kop weer op.
  • angst (voor fouten, kritiek)
  • ik wil vluchten. Mijn hele systeem schreeuwt: ‘Wegwezen!’

En als kers op de taart is daar mijn hoofd vol gedachten: ‘ik kan het niet, ik kan het niet’, ‘wat als het niet goed is?’

En ik heb wel zo’n flauw vermoeden wat dit inhoudt: een typisch geval van faalangst waar ik aan moet gaan werken. Anders kost het me mijn bedrijf, gezondheid en mezelf.

Van hoofd, naar hart en gevoel

Van hoofd, naar hart en gevoel

De mededeling dat ik ‘wegloop’ als een gebeurtenis of iemand mijn gevoel dreigt te raken, kwam wel even binnen. Natuurlijk weet ik wel dat ik dat doe, maar om het (weer) van iemand, mijn coach, te horen komt wel aan. En om het dan zelf ook te (durven) erkennen, is toch wel een ding. Het heeft me aan het denken gezet. Want hoe laat je je weer door iets raken? Hoe laat je je gevoel weer optimaal z’n werk doen? Hoe ga ik naar mijn gevoel? Hoe laat ik mijn hoofd en gevoel harmonieus samenwerken? Want ik leef echt vanuit mijn hoofd. Ik rationaliseer en relativeer me helemaal suf.

Nu heeft leven en werken vanuit mijn hoofd me veel gebracht, maar de laatste paar jaar ontneemt het me meer dan het me oplevert.

Voelen is zo ondergesneeuwd geraakt dat ik mijn best moet doen om nog bij mijn gevoel te kunnen. Ik weet vaak niet meer wat ik voel omdat ik er niet bij kan. Ik ben het verleerd, geloof ik. Maar inmiddels ook hard bezig om weer te voelen. Want als ik zie wat het negeren van mijn onderbuik en hart me de laatste jaren heeft opgeleverd?  Dan had ik niet ‘ja’ gezegd tegen een baan waarvan ik bij de vacature al dacht ‘moet ik dit nu wel doen?’. En waarbij ik toen ik daar aan het werk was overspannen thuis kwam te zitten. Dan had ik de relatie met mijn partner al verbroken…. was er waarschijnlijk niet eens een relatie geweest. Pijnlijk. Want bij één van onze eerste dates ben ik halverwege opgestapt omdat ik er geen goed gevoel  bij had. Toen luisterde ik naar mijn gevoel! Toch zijn we uiteindelijk weer in gesprek geraakt en bij elkaar gekomen. Er was liefde, maar had ik naar mijn eerste gevoel geluisterd dan had ik ons nogal wat gedoe bespaard. Maar dan was ons kind er ook niet geweest. En haar wil ik voor geen goud meer missen. Dus uit onze relatie is zeker iets heel moois en dierbaars voortgekomen.

Een ander moment was de verjaardag van mijn vader, bijna 2 jaar geleden.

Een paar maanden daarvoor had ik het idee om als cadeau met de hele familie op de foto te gaan. Het kwam er maar niet van. We waren allemaal druk. En toen vlogen de woorden ‘straks is het te laat’ door mijn hoofd. Genegeerd, naar de achtergrond geduwd. Een paar weken later kreeg mijn vader een zware hersenbloeding. Bam! Gelukkig is hij er nog, maar toen werd ik me wel even heel bewust van het wegdrukken van (voor)gevoel. Dat bewustzijn heb ik vervolgens met dezelfde noodgang als altijd ergens ver weg geparkeerd. Hoe kan dat nou? Wat moet er gebeuren wil ik weer naar mezelf gaan luisteren.

En dan komt plotseling het overlijden van een lieve vriend weer als een mokerslag binnen.

In één keer was hij er weer. Alsof het gisteren gebeurd is. Hij is verongelukt in 1993, hij was 24 jaar. Ik weet nog precies wat ik zei toen iemand uit onze vriendgroep me belde om dat te vertellen: ‘Maar hij is niet dood toch? Dat kan toch niet?’. Maar hij was wel dood. En weer krijg ik dat benauwde gevoel van toen. Van buiten de werkelijkheid staan. Van onmacht. Ik zie me nog in mijn studentenkamer staan, heen en weer lopen. Iets moeten doen, iets willen doen om weer grip te krijgen op iets, op het leven, op mezelf. Heeft dit ongemerkt zo’n enorme impact gehad? En heb ik toen de fundering van de muur om mijn gevoel gelegd die me nu op veel vlakken parten speelt?

Keihard

Keihard

Een mooie 8. Daar kom ik op uit als ik mijn leven tot nu toe een cijfer zou moeten geven. Door veel prachtige momenten, plezier en mooie mensen om me heen. Natuurlijk waren (en zijn) er mindere periodes, maar ik ben altijd weer in staat om die roze bril op mijn neus te zetten en de positieve kanten te zien.

Ondanks dat heb ik toch ooit besloten dat ik me niet meer laat kwetsen.

Door niemand. Dat heeft me geholpen in emotioneel zware situaties. Iemand noemde me eens een ijskoude vrouw omdat ik geen traan liet toen ik de relatie met die persoon verbrak. Die tranen waren er wel, in overvloed zelfs. Alleen heeft hij ze nooit gezien. Ik wilde ze niet laten zien, hij heeft ze nooit willen zien. Karakterding of kwetsbaarheidsangst van twee kanten? En toen hij ze verwachte waren de tranen op en ik weg.

Zijn tranen een teken van zwakte? Tot voorkort vond ik van wel, vooral voor mezelf.

Voor een ander niet. Heeft een vriendin verdriet, dan kan ik dat soms bijna voelen en huil ik mee. Gaat het om mijn eigen tranen, dan slik ik ze weg. Zoek en vind ik afleiding in kleine dingetjes als ik die tranen maar weg krijg. Samen met dat gevoel van onmacht, boosheid, verdriet of teleurstelling. Weg moet het, weg! Ik wil het niet voelen! Zelfspot en humor zijn daarbij ook uitstekende bliksemafleiders. Vooral als mijn emotionele kant aangeraakt dreigt te worden. Met één opmerking draai ik een gesprek de andere kant op. Bang voor tranen. Bang om tot de kern van die tranen te komen. Bang dat een ander dat ziet. Hoe komt dat toch?

En kun je daar ook te ver in gaan?Kun je daardoor zo ver van jezelf af komen te staan dat je ook anderen op een afstand houdt?

Ja, zeg ik nu. Want als je jezelf niet toelaat om emoties te ervaren, hoe kun je een ander dan toelaten om jou echt te leren kennen? Om een echte hechte band te hebben.

In mijn coachingstraject bij Acore werd dat tijdens de laatste sessie maar weer eens duidelijk. Als iets me dreigt te raken, zoek ik afleidingsmanoeuvres. Elke vlieg die voorbij zoemt of een koe die loeit, grijp ik aan als afleiding. Waarom? Oscar confronteert me met mijn gedrag en stelt de volgende vraag: wat heb ik nou van hem te vrezen? Want ik doe dit om mezelf beter te leren kennen en fijn te kunnen werken en leven. Om een verdiepingsslag te maken voor mezelf. Waarom ga ik dat uit de weg? Verdedigingsmechanisme? Waarom? Ik weet dat ik hier niet word afgerekend op wat ik zeg of doe. En toch…. ik slik mijn tranen weg en vind het moeilijk om een echt contact te laten ontstaan. Ik houd afstand, letterlijk en figuurlijk. Ook nu nog, nu ik weet dat het heel goed voor me zou zijn. Op papier lukt het me goed om bij mijn gevoel te komen. Dan laat ik mijn gedachten gaan en drupt er zelfs af en toe een traan op het toetsenbord. Dat mag. Maar owee als een ander dat ziet…..

Ja dan….. Wat dan? Wat zou het als een ander ziet dat ik huil? 

Dat ik gevoel heb, dat iets me raakt. Of gaat het er niet om wat iemand anders vind? En gaat het juist om mij. Dat ik mezelf dan zwak vind, dat ik sterk moet zijn terwijl dat echt niet altijd hoeft. En ik kan mijn gevoel toelaten. Echt. Heel soms. En pas alleen als het bijna te laat is. Iets met een emmer en een druppel.

Ik realiseer me dat ik in de loop der jaren door ervaringen waarbij ik afgerekend werd op mijn kwetsbare kant, hard voor mezelf ben geworden. Keihard misschien wel.

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Een tijdje geleden kreeg ik de opdracht van Oscar om een lijstje te maken met 10 dingen die ik leuk vind. Daar struikelde ik over omdat ik me sterk afvroeg of dit echt vanuit mezelf kwam of dat ik hierin werd beïnvloed door de wereld om me heen.

Om er achter te komen of het ook echt mijn eigen leuke lijstje was, heb ik geprobeerd om te voelen wat deze dingen met mij doen als ik er mee bezig ben. Niet gemakkelijk als je, zoals ik, (te) veel vanuit je hoofd leeft en denkt te moeten doen waar je omgeving van houdt. Maar… rapapa rapapa…. het is gelukt!

1. Water: varen

Ik hou van water in alle hoedanigheden. Ik hou van de geur van water als ik vaar, als ik over een brug rij doe ik mijn raam open om die op te snuiven. Ik hou van het water dat over de boeg en de reling in mijn gezicht kletst. Ik hou van het geluid van kabbelende golfjes, de deining en de wind om me heen. Het moment dat ik voet aan boord zet, overkomt me een gevoel van vrijheid en voel ik rust in mijn hele lijf en hoofd.

Hoe vaak doe ik dit? Veel te weinig.

2. Water: schaatsen

Ik hou van water in bevroren vorm, van de bevroren en besneeuwde wereld. In de winter sta ik, als er ijs ligt, in alle vroegte op om tochten te schaatsen. Soms in gezelschap, maar ook alleen. Ik geniet van het donkere ijs, van het stille landschap en de koude lucht in mijn longen als ik met 10 graden onder nul mijn tocht schaats. Van de zon die zo’n ijskoude dag iets magisch geeft, vooral in de vroege ochtend.

Hoe vaak doe ik dit? Als het weer het toe laat en dat was de afgelopen paar jaar dik in orde (alleen de afgelopen winter niet…)

3. Foto’s

Ik hou van foto’s maken. Maakt niet uit waarvan. Van mijn kind, mijn familie, een feestje, een auto, vakanties, een grasspriet, een slak of een stuk kaas dat lijkt op Dikkie Dik. Soms alles omvattend, soms een detail. En daar maak ik fotoboeken van. Ondertussen verzamel ik ook van alles dat ik daar weer bij kan plakken. Scrappen heet dat geloof ik ook wel als je het echt groots aanpakt. Prachtige kunstige knutselwerken heb ik wel gezien, maar daar doe ik niet aan. Ik houd het basic en word daar bijzonder blij van.

Hoe vaak ik dit doe? Eigenlijk ook te weinig. Mijn verzameling foto’s  en bijbehorende items is immens.

4. Theater, muziek, film en festivals

Lekkere muziek, pakkende toneelstukken en (culturele) festivals tot meezingfestijnen (tot op zekere hoogte), musicals en hilarisch cabaret. Je mag me er midden in de nacht voor wakker maken. Ik word er gewoon blij van.

Maar er springen wel een paar dingen uit. Ik hou namelijk van zwaar belegen.

Denk aan cabaret van Wim Sonneveld. Scherpe, venijnige maar oh zo droge en heerlijke humor. Denk aan de oude blije dansfilms met Fred Astaire & Ginger Rogers van meer dan 70 jaar oud. Of Lucille Ball! Ongelofelijk grappig. Allemaal geen gedoe, gewoon puur.

Hoe vaak ik kijk, luister en ga? De laatste jaren nauwelijks meer. Maar daar gaat verandering in komen. In de categorie cabaret: Kaartjes voor Jochem Myjer in Carré zijn geboekt!

 5. Reizen

Dit was wel een dingetje. Want hou ik echt zelf van reizen of ben ik steeds lekker veilig aangehaakt bij de mensen die op mijn pad kwamen? Ik ben er namelijk wel achter dat ik redelijk onrustig word als ik op reis ga en ben. Maar toch…. ik vind de wereld om me heen prachtig! Te mooi, te interessant en te wonderbaarlijk om niet uitgebreid te bewonderen. Dat begon toen ik op mijn 16e voor het eerst naar een ander land ging: eerst een week naar Parijs en daarna twee weken Denemarken. Ik had al een soort fascinatie voor de wereld. Naast mijn bed stond zo’n wereldbol met een lampje er in en daar keek ik elke avond naar. Naar de exotische namen, blauwe zeeën, hoe ver het van Nederland was.

Maar… op mijn 16 kwam er dus een eind aan het gestaar op die globe en ging er letterlijk en figuurlijk een nieuwe wereld voor me open. Het gevolg? Sinds mijn 18e heb ik prachtige stukjes van de wereld gezien. Veel beleefd en genoten. Conclusie? Ik hou van reizen! En dat hoeft niet perse ver weg te zijn. Ook dicht bij huis is de wereld mooi.

Hoe vaak doe ik dit? De laatste jaren minder vaak en ver omdat ik heb gezien en gehoord wat een tocht door Tibet en Nepal voor een Nederlandse kleuter betekent.

6. Languit in het gras liggen en naar de wolken en vliegtuigen turen

Gewoon omdat dat heerlijk is!

Hoe vaak ik dit doe? Ook te weinig! Hoe is het mogelijk!

7. Lezen

Boeken. Ik hou van de geur van papier, hoe ze er uitzien en van hoe ze voelen. Vaak ben ik in twee boeken tegelijk bezig. Eentje beneden, eentje naast mijn bed. Maakt me eigenlijk niet uit welk genre, als ik me er maar compleet in kan verliezen. Het kan Harry Potter zijn of een biografie van Annie M.G. Schmidt of Hillary Clinton. Een spannende John Grisham, een roman die helemaal nergens over gaat maar toch zo heerlijk wegleest of een Donna Tart van zo’n 600 bladzijden. Maar ook een dichtbundel van Toon Hermans, gewoon een tijdschrift of een stripboek.

Hoe vaak ik dit doe? Dagelijks.

8. Cadeautjes inpakken

Cadeautjes geven vind ik leuk! Maar wat nog leuker is, is het inpakken. Ik heb een doos staan met allerlei attributen om cadeautjes nog mooier te maken.

Hoe vaak ik dit doe? Met enige regelmaat.

9. Mijn vriendinnen

Ik hou van mijn vriendinnen. Van mijn groep ‘meisjes’ uit de Keistad. Van de ‘club van 5′, mijn dierbare oud-collega’s die ik tenminste één keer per jaar zie en spreek. Van mijn losse vriendinnen. Waarvan ik er eentje al ken sinds we kleuters waren en een ander ook al ruim 25 jaar. En van mijn wandel- en wijnvriendin die hier om de hoek woont. De uitjes, gezamenlijke workshops, meidenweekenden, praatsessies, vakanties samen, kleine pleziertjes, wandelingen, hilarische verhalen, etentjes, gedeelde vreugde en verdriet, spirituele bekentenissen en pure persoonlijke interesse. Het delen van onze levens. Met elkaar. Of het nu met biggels is of met tuiten. Dit doet me altijd goed.

Hoe vaak ik hen zie en spreek? Sommige bijna dagelijks. Anderen wat minder vaak. Maar dat is ok!

10. Het weer en de seizoenen

Afgelopen week heb ik het vliegeren herontdekt op Schiermonnikoog. Ik vond het als kind prachtig en dat vind ik nog steeds. Ongetwijfeld heeft dat te maken met mijn fascinatie voor weer, wind en de seizoenen. Want ook daar kan ik oprecht van genieten. Harde wind (en hoe die vlieger daar op mee gaat). Sneeuwstormen. Vallende bladeren. Ochtenddauw. Felle zon. De geur van de lente. Zomerse regenbuien. We hebben hier alles. Wat dat betreft ben ik wel in het goeie land geboren.

Hoe vaak ik geniet van het weer? Soms plotseling. Maar ik ga me er weer vaker bewust van zijn.

Tien leuke dingen op een rij. Bewustwording van het feit dat ik me nog te weinig bewust ben van waar ik ook al weer blij van word. Zou het er mee te maken hebben dat ik goed zorgen voor mezelf de laatste jaren niet echt serieus heb genomen? Dat ga ik veranderen. Hoog tijd dus voor een rosétje met wandel- en wijnvriendin.

Noot: Dit lijstje bevat ‘me-time-dingen’ waar ik soms heel diep over moest nadenken. Mijn dochter staat daarom niet in dit rijtje. Omdat ze geen ding is wat ik zomaar leuk vind. Ze is het mooiste, liefste en grappigste kleine mensje dat ik ken, dat altijd op nummer 1 zal staan en waarmee ik altijd veel plezier beleef (afgezien van kleutergedoe zoals driftbuien, niet van plan zijn om te luisteren en niet willen eten). Zij hoeft dus geen plaats op een lijstje, ze heeft al vier jaar een vaste plek in mijn hart.
Struisvogelpolitiek

Struisvogelpolitiek

Het was vannacht weer behoorlijk druk. In m’n hoofd. Alles wat gedaan en gezegd is, komt voorbij. Maar vooral wat ik niet gezegd heb. Want ik heb me ingehouden. Weer. Omdat ik niet van ruzie en onenigheid houd. Het moeilijk blijf vinden om me kwetsbaar op te stellen en mijn gevoel te laten spreken. Omdat ik bang ben voor confrontatie en de gevolgen daarvan. Omdat mijn gedachten de weg naar mijn mond niet altijd kunnen (willen?) vinden. En, zo realiseerde ik me rond een uur of drie vanmorgen: ik heb ook niet altijd het goede voorbeeld gekregen.

Met mijn vader kon ik tot in de eeuwigheid discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen.

We konden het vreselijk met elkaar oneens zijn zonder dat dat tussen ons in stond. Naderhand waren we weer even goede vrienden. Daar ligt een stevige basis, een diep vertrouwen. Maar ik heb mijn ouders samen nooit een discussie horen voeren. Mijn vader was leidend, hij bepaalde de koers. Mijn moeder volgde. Ze hield haar mening voor zich, zo zie ik nu. Ik herinner me op dat vlak vooral haar stiltes. En van die blikken en gezucht als mijn vader en ik heftig aan het discussiëren waren. Nog steeds is dat zo. Komt een gesprek in de buurt van een discussie, dan trekt ze zich terug en voelt ze zich aangevallen. Zelfs als ze er zelf niet bij betrokken is. Al is het wel iets beter geworden, ze kan het nog steeds niet en gaat stevige gesprekken uit de weg. Ze is inmiddels 75. Generatiekwestie? Karakterdingetje? Familietrekje van die kant van de familie?

Dat laatste zeker. Zowel mijn opa, mijn oom en mijn neef vertonen deze neiging tot struisvogelpolitiek.

Ben ik ook zo? Steek ik ook mijn kop in het zand als het er op aankomt? Zit dit in mijn karakter of heb ik dit gedrag van mijn moeder overgenomen? Laatst sprak iemand (weer) een paar wijze woorden: ‘Je bent zo beheerst. Je houdt je zo in, laat dat eens los.’ Heeft hij gelijk? Trap ik continue op de rem en ben ik anders dan ik denk te zijn?

Wat ik wel weet is dat ik de afgelopen jaren (te) vaak ben aangesproken op hoe ik ben, op mijn eigen ik. Thuis. Maar is het niet zo dat je juist daar je eigen rauwe en pure zelf kunt en mag laten zien als dat nodig is? En dan bedoel ik niet alleen onmacht, verdriet, boosheid en frustratie. Maar ook intense blijdschap, verwondering  en plezier. Wat als zelfs dat niet kan? Wat betekent dat voor mijn ontwikkeling? Komt het ook daardoor dat het voelt alsof ik stil sta?

Lijst met een staartje

Lijst met een staartje

Vers terug van vakantie. Van in bikini relaxen aan het zwembad, uitwaaien op een hoogte van bijna twee kilometer, van een ritje met een stoomtrein en wandeling diep onder de grond. En van wijn drinken, ijsjes verorberen en lekker eten. En met in mijn achterhoofd de opdracht die coach Oscar me tijdens de laatste sessie voor de vakantie gaf:

‘Maak een lijstje met 10 dingen die je leuk vindt.’

Hoe moeilijk kan het zijn, zo dacht ik. Want ik heb al eens eerder nadacht over de rode draden in mijn leven. Verrassend genoeg kwam daar toen geen concreet dingen-die-ik-nu-leuk-vind-lijstje uit, maar wel het inzicht dat (het gevoel van) vrijheid voor mij enorm belangrijk is. Maar…. terug naar de opdracht. Terwijl de Mistral keihard om me heen waaide schreef ik wat dingen op. En dan geen materiële zaken, zo had Oscar me op het hart gedrukt. Nu ben ik me er al een tijdje van bewust dat ik daar inderdaad niet dolgelukkig van wordt, dus op naar mijn bron van levensvreugde. Waar word ik in- en inblij van? Waar krijg ik een warm gevoel van, een vrij gevoel van?

En zo stonden er redelijk snel dingen die ik leuk vind op papier.

Maar toen kwam de twijfel, want vind ik dit echt zelf leuk? Of denk ik er plezier aan te beleven omdat het me met de paplepel is ingegoten en ik er daardoor blij van word? Of doe ik het omdat het door de buitenwereld leuk wordt gevonden en ik nog steeds denk dat ik dat dan ook moet doen? Doe of deed ik het om er bij te horen? Vragen die ik mezelf wel vaker heb gesteld, maar toen kwamen ze niet zo binnen als nu.

Best stevige kwesties zo op een gemiddelde maandag na de vakantie.

Want het drukt me namelijk ook weer met mijn neus op het feit dat ik vrij extern georiënteerd ben en leef. Op zich niet heel raar omdat je natuurlijk leeft, woont en werkt met andere mensen. Maar ik heb wel heel erg de neiging om me te laten leiden en leven door mijn omgeving. Zowel in mijn doen en laten als in wat ik voel. En vooral dat laatste vind ik behoorlijk heftig. Want is het zo dat je je gevoel voor de gek kunt houden? Hoe is het mogelijk dat je je eigen gevoel kunt uitschakelen en daar een ander gevoel voor in de plaats zet. Zit ik zo sterk in mijn hoofd dat ik van daaruit mijn gevoel kan uitschakelen en mijn gevoel iets anders kan laten zeggen? En hoe kun je jezelf zijn als je blijkbaar al lang op drift bent? Hoe reset ik mezelf zodat ik word wie ik wil zijn: mezelf! Dat ene unieke exemplaar dat lekker rustig met een glaasje wijn in een bootje op het water ronddobbert en geniet van water, zon en wind.

En steeds komt ik weer uit op dat ene punt. Waarom lukt het me niet om uit deze modus te komen? Waarom blijf ik passief zitten waar ik zit? Aal nadenkend weet ik eigenlijk wel weer waar het om gaat draaien en waar ik elke keer weer voor weg ren: het laten zien van mijn kwetsbaarheid. En dat lukt me nog steeds niet echt. Misschien wordt het tijd om gewoon te accepteren dat ik nu ben. Dat ik, zoals Oscar tijdens een van onze sessies aangaf, blijkbaar nog niet toe ben aan mijnvolgende stap. En dat heeft ook weer tijd nodig. Tijd….

Maar wat ik in ieder geval wel gewonnen heb is dat Oscars’ opdracht om een 10-leuke-dingen-lijstje te maken me wonderbaarlijk genoeg wel heeft wakker geschud. Hoe is het mogelijk dat een op het oog simpele opdracht dit teweeg kan brengen. Je kunt hier met recht spreken van een opdracht met een staartje….

De ontdekking van de rode draad

De ontdekking van de rode draad

Tijdens mijn zoektocht naar wat ik nou echt leuk vind betrap ik mezelf er op dat ik weer in mijn lijstjesflow zit. Ongemerkt is dat, waar ik blij en gelukkig van word (lees: wat overzicht en rust brengt), na maanden van ongewenste afwezigheid terug geslopen in mijn systeem! En het brengt me wat het me altijd heeft opgeleverd: heldere inzichten.

De grote grap is wel dat ik er nog steeds niet helemaal achter ben waar ik nu echt blij en gelukkig van wordt. Maar er zijn wel een paar rode draden ontstaan. En Met stip op 1 staat: Vrijheid.

Hoe briljant dat dat zo gebeurt! Gewoon door verschillende levensfasen onder de loep te nemen en op te schrijven wat ik toen leuk, grappig, prettig en geweldig vond. Waar ik een goed gevoel van kreeg en wat voor gevoel dat precies was. De eerste pakweg twintig jaar van mijn leven overheerste het gevoel van vrijheid . Ultieme vrijheid zelfs bij vlagen. Avonturen in zon, wind, water en met volop plezier. Binnen gestelde kaders, dat natuurlijk wel. Eerst binnen de veilige geborgenheid van het gezin waarin ik behoorlijk beschermd ben opgegroeid. Later steeds meer op eigen benen en tijdens mijn studie in een grote stad zover mogelijk bij het ouderlijk nest vandaan. Vrij! Met alle opties open.

Nieuwe vrijheid ontdek ik ook in het maken van verre reizen. Met de rugzak.

Dit tot lichtelijke gruwel van mijn ouders die alleen in Nederland op vakantie gaan. Maar ze vinden het geweldig voor mij. En (be)leven enorm met me mee. Van te voren duiken we samen in de wereldatlas (nee… internet bestond nog niet, google streetview was iets uit een science fictionfilm) zodat ze weten waar ik ongeveer uithang. Natuurlijk bel ik onderweg altijd een paar keer. Vanuit een telefooncel (ook de mobiel was nog niet uitgevonden)…. met enorme vertraging op de lijn. Maar ik vind het spannend en geweldig! Andere mensen, vreemde culturen. Nieuwe indrukken, geuren en gebeurtenissen zorgen voor nieuwe impulsen, andere gezichtspunten en volop inspiratie.

Huisje-boompje-beestje-twee-auto’s-voor-de-deur-en drie-keer-per-jaar-op-vakantie dienen zich aan.

En dan gaat het langzaam ‘verkeerd’, zo zie ik nu. Zonder dat ik het in de gaten heb, ben ik deel gaan uitmaken van het plan van iemand anders en voldoe aan het standaard plaatje: studeren, leuke partner ontmoeten, uitstekende vaste baan, samenwonen, huis kopen, misschien trouwen, misschien kinderen krijgen, groter huis kopen…… Dit past bij me….. toch? Ik ben immers van de zekerheid, wil weten wat me te wachten staat. Of doe ik het onbewust omdat het nou eenmaal ‘zo heurt’? Omdat ik zo geprogrammeerd ben? Ik denk het laatste.

Want wat benauwde mij anders zo dat ik tot drie keer toe een huwelijksaanzoek afwees, op een maandag in augustus mijn koffers pakte en alles achter me liet?

Een gevoel van gemis. Benauwdheid, letterlijk en figuurlijk. En dat valt van me af als ik in de auto stap. Onderweg naar het onbekende, mijn nieuwe leven. Weer ervaar ik dat gevoel van oneindige vrijheid, ontsnapping, bevrijding zelfs… Is het weglopen voor verantwoordelijkheid van een volwassen leven? Zou kunnen. Ik draai het liever om: ik nam als volwassene juist de verantwoordelijkheid voor mijn eigen leven. Maakte bewust de keus om niet meer het leven te leiden wat een ander in gedachten had. Ik koos voor mezelf. Wat anderen er ook van vonden.

Dat leverde me een jarenlang vakantiegevoel op. Op reis met mezelf in mijn eigen leven.

Zonder dat ik het me realiseerde is (het gevoel van) vrijheid het belangrijkste in mijn leven. De vrijheid om mijn leven te leven zoals ik dat wil, niet zoals een ander dat van mij verwacht of voor mij heeft bedacht. En toch is juist dat me weer ontglipt. Was ik het me niet of onvoldoende bewust? Laat ik dat niet voldoende meewegen in de keuzes die ik maak? Of dacht ik toch weer in het gewenste plaatje te moeten passen om anderen gerust en tevreden te stellen? Kies ik onbewust weer voor dat waarvan ik denk dat anderen het van me verwachten? Denk ik daarom ook nog steeds dat ik een vaste baan moet hebben omdat ik het anders financieel niet red? Val ik daardoor weer in dezelfde valkuil en neem ik niet de beslissing  en verantwoordelijkheid om het leven te leiden dat ik wil? Of weet ik niet precies hoe ik die vrijheid en dus mijn leven wil invullen. Mooi om daar binnenkort weer eens een denkproces aan te wijden.

Maar voor nu ben ik gewoon heel erg blij dat ik de rode draad voor mezelf ontdekt heb.

Op reis

Op reis

Binnenkort vertrekt mijn trein. En ik moet mijn bagage gaan inpakken, uitzoeken wat er mee moet. Oftewel, de datum voor mijn eerste sessie met coach natuurlijk leiderschap Oscar Jansen is gepland. Begin april gaan we van start. Aan mij de taak om een vertrekpunt te formuleren: een vraag waarmee ik aangeef waar ik aan wil werken, knelpunten waar ik tegen aan loop. En dit moet ik illustreren aan de hand van een paar voorbeelden.

Nu loop ik op het moment overal tegen aan. Genoeg inspiratie dus, zou je zeggen.

Maar om uit al mijn gedoe een vraag te formuleren, daar moet ik even rustig voor gaan zitten. Al snel heb ik een A4-tje vol geschreven.

Een paar vragen borrelen meteen naar boven:

  • Hoe combineer ik mijn verschillende rollen zonder dat ik mezelf te kort doe (mama- zelfstandig professional – partner)

Want ik verdwaal hier compleet in. Ik verlies mezelf in anderen…. pas me te veel aan. Is dit een typisch vrouwending? Wat ik belangrijk, leuk en prettig vind is naar de achtergrond verdwenen.

  • Hoe krijg ik de regie over mijn eigen leven weer terug, zowel professioneel als privé? Hoe combineer ik dat optimaal zodat het geen bakken met energie meer kost, maar juist energie oplevert.

Als ik dit nader onder de loep neem, kom ik er achter dat ik eigenlijk een kameleon ben. Kan me goed aanpassen aan verschillende typen mensen en (veranderende) omstandigheden. Dit aan- en inpassingsvermogen komt me in mijn werk altijd heel goed van pas maar het heeft er ook toe geleid dat ik mezelf niet meer ben, herken. Niet (meer?) weet wat ik vind en met alle winden mee lijk te wapperen.

En dat kost klauwen vol energie omdat ik niet goed verdeel en doseer. Er blijft totaal niets meer voor mezelf over. Werken is een enorme opgave geworden, net als gewoon een leuk en gezellig mens zijn.

  • Hoe kom ik van mijn faalangst af?

Ook weer zo’n dingetje. Ik ben een zelfkritisch mens, een perfectionist met een lat die huizenhoog ligt. Voor mezelf. Dat is de laatste tijd zo uit de klauwen gelopen dat het me belemmert in mijn zakelijk functioneren. Ik durf soms niet eens te beginnen, wat leidt tot extra stress en een nog groter gevoel van falen.

Deze punten vormen samen een behoorlijke berg waar ik op dit moment alleen maar tegenop zie.

Met als resultaat….. Niks. Noppes. Nada. Er komt nauwelijks meer iets uit mijn handen en hoofd. En dat moet anders. Op naar de volgende fase in mijn denkproces. Naar die ene cruciale vraag waarmee ik samen met Oscar aan ga werken. En waardoor die berg een berg wordt met een prachtige tunnel waar ik lekker met mijn trein doorheen kan.

Ik heb alles…

Ik heb alles…

Een leuk leven, lieve familie en vrienden waar ik mee kan lachen, huilen en een wijntje kan drinken. En toch loop ik vast. Het voelt als niet genoeg, en dan vooral niet goed genoeg. In mijn ogen in ieder geval. Een dierbare vriendin vertelde laatst hoe goed ze het vindt dat ik mijn eigen keuzes heb gemaakt. Mijn eigen bedrijf ben begonnen en echt een vliegende start heb gemaakt.

Maar zo voelt het niet

Ik vraag me af of mijn keuze wel uit mijn hart komt. Of dat ik min of meer gedwongen door omstandigheden net doe alsof ik van mijn passie mijn werk heb gemaakt. Alsof ik net doe alsof ik het leuk vind wat ik doe. Want zo voelt het. Ik blokkeer aan alle kanten, durf nauwelijks meer aan een opdracht te beginnen. Ook ontbreekt me de moed facturen te sturen omdat ik niet het gevoel heb dat ik goed werk lever….. terwijl mijn opdrachtgevers tevreden zijn. Het voelt alsof ik elk moment door de mand kan vallen. En dat iedereen er achter komen dat ik helemaal niet kan wat ik zeg te kunnen…..

De glazen van mijn roze bril zijn beslagen

Maar ik ben geen dramatisch type. Van nature is mijn glas half vol, ik ben een zondagskind dat bijna altijd de roze bril op heeft en van niets iets weet te maken. Maar nu verzuip ik zelfs in een glas waar nauwelijks meer iets in zit, zijn de glazen uit de roze bril beslagen en zit ik in een soort vacuüm. Mijn hoofd is leeg, mijn wilde stroom aan gedachtenspinsels waardoor ik een goed product kon neerzetten zijn weg. Net als de humor en mijn heerlijke zelfrelativeringsvermogen.

Handen uit de mouwen: schoffelen, zaaien en oogsten

Zo kan het niet langer! Ik doe mezelf een schop onder m’n kont cadeau om weer te gaan bloeien. Heb al eens met iemand gepraat en dat hielp tot op zekere hoogte, maar niet genoeg. Voor zover ik inmiddels mijn eigen keuzes durf te maken en (in mijn werk) voor mezelf durf te kiezen, voelt dat nog niet fijn. Er moet meer gebeuren zodat ik voor mezelf ga staan (om maar eens even een lekkere hippe term uit de kast te trekken). Dat ik doe wat ik leuk vind, weer vertrouwen krijg in mezelf en wat ik kan. En dat ik daar ook energie uit ga halen. Handen uit de mouwen dus en dan niet door een beetje te hangen op de bank bij één of andere peut en mezelf zielig liggen vinden. Nee, ik bedoel het echte werk: schoffelen, zaaien en oogsten op een biologische boerderij met Oscar Jansen, coach natuurlijk leiderschap.

Wat heeft hij voor deze laatbloeier in petto?

Oscar vergelijkt de ontwikkeling van mensen met het groeiproces van planten op een biologische boerderij. Zonder kunst- en vliegwerk, maar wel met veel geduld, liefde en oog voor de seizoenen. En met in het achterhoofd de gedachte dat niet alle planten even hard groeien. En zo werkt het ook met mensen. Ben benieuwd wat zijn aanpak voor deze chaotische laatbloeier in petto heeft.