Over dorre planten en begraven

Over dorre planten en begraven

En zo moest ik toch wel even een tijdje een soort van bijkomen van de laatste sessie met mijn coach. Wat er gebeurde, gaf te denken. Was confronterend. Zorgde voor chaos (volgens mijn coach is dat de nieuwe orde). Er moest iets landen. Mijn eigen ik van nu moest landen. Het meisje van vijftien moest haar koffers pakken als gevolg van een opdracht in de kas op de biologische boerderij waar de coachingsgesprekken plaatsvinden.

Even terug naar dat moment….

Met een schep in de hand sta ik op laarzen midden in een kas. Samen met coach Oscar. Om ons heen liggen verdorde planten van het afgelopen seizoen. Mijn opdracht is om te proberen afscheid te nemen van de meisje van 15 dat elke keer blokkeert als er ook maar iets wat op een ‘beoordeling’ lijkt op de loer ligt.

De dorre planten staan symbool voor het meisje dat bang wegkruipt als haar verteld gaat worden hoe ze haar schoolwerk doet.

Dat is oud gedrag. Oud zeer dat ik meegenomen heb uit mijn middelbare schooltijd, al zo’n 20 jaar met me meezeul en dat de afgelopen jaren zo sterk aan de oppervlakte is gekomen dat ik mijn werk bijna niet meer kan doen.

De schep die ik krijg is gewoon een schep waar ik geulen mee ga graven. En de geul gewoon een geul. Het gaat er om wat daarna komt. In die geul moet het plantafval. Dat spit ik door de grond en bedek het weer met een laag grond. De dorre oude planten die het afgelopen seizoen een mooie oogst hebben opgeleverd en nu dood zijn, krijgen een nieuwe bestemming. Worden door de grond gemengd en dienen als compost voor het volgende groei- en bloeiseizoen. Ze zorgen voor vruchtbare grond waar verder op verbouwd kan worden, voor een nieuwe fase.

En zo stort ik mijn eigen zooi, het gedrag en het angstige gevoel samen met dat meisje van 15 in die geul.

Hussel het door de grond en gooi er een volgende laag over heen. Dit is de nieuwe basis om op verder te groeien. En terwijl ik terug kijk, neem ik heel bewust afscheid van dat meisje. Ze was er. Ze mocht er zijn. Het heeft gezorgd dat ze bereikte wat ze wilde bereiken. Maar om je op je veertigste nog steeds een meisje van vijftien te voelen? Nee, nu is het mooi geweest.

Hoe voelt dat? Vreemd en unheimisch in eerste instantie.

Dat bange gevoel is iets waar ik aan gewend ben geraakt. Het gaat vanzelf ‘aan’ als ik het idee heb dat ik beoordeeld ga worden. Het is mijn oncomfortabele comfortzone geworden en daar stap ik nu uit. Met kleine onwennige stapjes. Vooruitkijkend. Soms kort een verloren blik achterom. Ik hoef niet bang te zijn. Natuurlijk maak ik fouten en daar mag wat van gezegd worden, maar ik hoef daar niet van in paniek te raken.

Het kostte moeite en het is nog steeds niet altijd gemakkelijk om dat gevoel niet de overhand te laten krijgen. Toch merk ik inmiddels dat ik de vruchten van de oefening begin te plukken. Er zit meer rust in mijn hoofd en in mijn lijf. Het vertrouwen in mezelf groeit. Langzaam, maar het groeit! Als de telefoon gaat, schiet ik niet in de paniek- en vluchtmodus. Nou ja, toegeven, heel af en toe gebeurt me dat nog wel eens.

Ook mijn werk gaat veel soepeler, soms weer als vanzelf.

Een redelijk uitgebreid interview bijvoorbeeld. Dat kon ik vorige week uitwerken in nog geen uur, terwijl ik daar een paar maanden geleden eerst uren (in sommige gevallen zelfs een paar dagen) tegenaan zat te hikken. Vervolgens ontelbaar veel minuten bezig was met de eerste alinea en nog langer worstelde met de rest van het verhaal. En dan durfde ik het ook nog eens niet op te sturen….. Zo bang voor wat de ander er van zou vinden….. Dan liet ik het op het allerlaatste moment aankomen en stuurde het bijna hyperventilerend op….. midden in de nacht.

Al zal het met ups en downs zijn, het lijkt alsof dat grotendeels voorbij is. Het voelt als een nieuwe fase. Ik ben blij!

 

 

Advertentie
Zo kan het dus ook

Zo kan het dus ook

Hoe kom ik uit die vicieuze cirkel waar ik in ronddraai? Ik blijf steeds tegen dezelfde dingen aanlopen‘, zo appte ik mijn coach een tijdje geleden.

De verkorte versie van zijn antwoord: ‘Ga in stilte op zoek naar de antwoorden op je vragen. Je hebt voldoende vragen gesteld. Nu is het tijd om ruimte te geven aan de antwoorden die ergens in jouw stilte verscholen liggen. Ga op zoek naar verstilling die bij je past: Wandelen, muziek, lezen, stil zijn, kunst, creatief bezig zijn en werken, zijn allemaal manieren om de stem van de stilte en gevoel te laten horen.’

En dat heb ik gedaan. Op de een of andere manier kon ik mijn malende gedachten loslaten en werd het rustig.

Stil in mijn hoofd, rustig in mijn lijf. Ik lees, luister, kijk en voel. Zonder stress over wat er gaat en kan gebeuren. Een plan van aanpak en offerte die ik moest maken, gingen als een tierelier. Geen extreme spanning en slapeloze nachten over wat mijn opdrachtgever er misschien van zou vinden. Ik heb ‘m afgeleverd voor de afgesproken deadline en hij is goed. Dat vind ik en mijn opdrachtgever ook. Er moeten nog wel wat dingen worden aangepast, zo hoorde ik van mijn klant en daar hebben we binnenkort een afspraak over. Een paar weken geleden zou ik bij het idee alleen al hyperventilerend geblokkeerd raken. Nu kan ik dat naast me neer leggen en denken: ‘Daar wordt het alleen maar beter van’.

Met relaxte verbazing kijk ik naar mezelf. Dit ben ik ook. Zo kan het dus ook.

 

 

 

Vluchten

Vluchten

Een hele klus, dat bij mijn gevoel komen. Jarenlang hard gewerkt om me niet meer te laten raken en dan krijg ik het advies/ de opdracht om bij wat ik doe en denk mij gevoel weer toe te laten. Te voelen, zonder dat ik er in verdwijn. Het aan te raken zodat ik echt weet wat ik er van vindt.

En daar raak ik eerlijk gezegd soms wat van in de war. Niet dat ik compleet van het pad ben. Doordat ik voor mezelf de deur jaren geleden heb dichtgegooid, heb ik het gevoel dat ik letterlijk en figuurlijk voor mijn eigen dichte deur sta. Hij gaat weer open, dat weet en voel ik. Maar dat gaat wel wat tijd en inspanning kosten.

En dan kreeg ik ook nog een gevoelsopdracht tijdens de afgelopen sessie met mijn coach Oscar:

Schrijf eens op wat je voelt als je aan het werk gaat/ bent?

Dan haper ik aan alle kanten.

Ik word door m’n eigen gehakketak, getwijfel en inwendig commentaar belemmerd. In mijn creativiteit en in mijn leven, want mijn werk dat ben ik en andersom. Daardoor loop ik weg van mijn werk (en van mezelf), terwijl ik altijd zo graag aan het werk was.

Oscar heeft me in ieder geval al wel eerder wakker geschud met de vraag of mijn werk inmiddels niet een overlevingsmiddel is geworden in plaats van iets  wat ik met heel veel liefde doe. Daar had hij een raak punt. Ik wil dit zo niet meer. Er moet wat veranderen en dus…..

…….terug naar de vraag: Wat voel ik en wat gebeurt er als ik achter mijn laptop zit en voor een klant aan het werk ga of ben?

Het volgende:

  • er komt een soort waas, mist, om me heen en in mijn hoofd
  • het voelt alsof ik in een luchtbel terecht kom
  • mijn ademhaling verandert: de verborgen hyperventilatie steekt de kop weer op.
  • angst (voor fouten, kritiek)
  • ik wil vluchten. Mijn hele systeem schreeuwt: ‘Wegwezen!’

En als kers op de taart is daar mijn hoofd vol gedachten: ‘ik kan het niet, ik kan het niet’, ‘wat als het niet goed is?’

En ik heb wel zo’n flauw vermoeden wat dit inhoudt: een typisch geval van faalangst waar ik aan moet gaan werken. Anders kost het me mijn bedrijf, gezondheid en mezelf.

Van hoofd, naar hart en gevoel

Van hoofd, naar hart en gevoel

De mededeling dat ik ‘wegloop’ als een gebeurtenis of iemand mijn gevoel dreigt te raken, kwam wel even binnen. Natuurlijk weet ik wel dat ik dat doe, maar om het (weer) van iemand, mijn coach, te horen komt wel aan. En om het dan zelf ook te (durven) erkennen, is toch wel een ding. Het heeft me aan het denken gezet. Want hoe laat je je weer door iets raken? Hoe laat je je gevoel weer optimaal z’n werk doen? Hoe ga ik naar mijn gevoel? Hoe laat ik mijn hoofd en gevoel harmonieus samenwerken? Want ik leef echt vanuit mijn hoofd. Ik rationaliseer en relativeer me helemaal suf.

Nu heeft leven en werken vanuit mijn hoofd me veel gebracht, maar de laatste paar jaar ontneemt het me meer dan het me oplevert.

Voelen is zo ondergesneeuwd geraakt dat ik mijn best moet doen om nog bij mijn gevoel te kunnen. Ik weet vaak niet meer wat ik voel omdat ik er niet bij kan. Ik ben het verleerd, geloof ik. Maar inmiddels ook hard bezig om weer te voelen. Want als ik zie wat het negeren van mijn onderbuik en hart me de laatste jaren heeft opgeleverd?  Dan had ik niet ‘ja’ gezegd tegen een baan waarvan ik bij de vacature al dacht ‘moet ik dit nu wel doen?’. En waarbij ik toen ik daar aan het werk was overspannen thuis kwam te zitten. Dan had ik de relatie met mijn partner al verbroken…. was er waarschijnlijk niet eens een relatie geweest. Pijnlijk. Want bij één van onze eerste dates ben ik halverwege opgestapt omdat ik er geen goed gevoel  bij had. Toen luisterde ik naar mijn gevoel! Toch zijn we uiteindelijk weer in gesprek geraakt en bij elkaar gekomen. Er was liefde, maar had ik naar mijn eerste gevoel geluisterd dan had ik ons nogal wat gedoe bespaard. Maar dan was ons kind er ook niet geweest. En haar wil ik voor geen goud meer missen. Dus uit onze relatie is zeker iets heel moois en dierbaars voortgekomen.

Een ander moment was de verjaardag van mijn vader, bijna 2 jaar geleden.

Een paar maanden daarvoor had ik het idee om als cadeau met de hele familie op de foto te gaan. Het kwam er maar niet van. We waren allemaal druk. En toen vlogen de woorden ‘straks is het te laat’ door mijn hoofd. Genegeerd, naar de achtergrond geduwd. Een paar weken later kreeg mijn vader een zware hersenbloeding. Bam! Gelukkig is hij er nog, maar toen werd ik me wel even heel bewust van het wegdrukken van (voor)gevoel. Dat bewustzijn heb ik vervolgens met dezelfde noodgang als altijd ergens ver weg geparkeerd. Hoe kan dat nou? Wat moet er gebeuren wil ik weer naar mezelf gaan luisteren.

En dan komt plotseling het overlijden van een lieve vriend weer als een mokerslag binnen.

In één keer was hij er weer. Alsof het gisteren gebeurd is. Hij is verongelukt in 1993, hij was 24 jaar. Ik weet nog precies wat ik zei toen iemand uit onze vriendgroep me belde om dat te vertellen: ‘Maar hij is niet dood toch? Dat kan toch niet?’. Maar hij was wel dood. En weer krijg ik dat benauwde gevoel van toen. Van buiten de werkelijkheid staan. Van onmacht. Ik zie me nog in mijn studentenkamer staan, heen en weer lopen. Iets moeten doen, iets willen doen om weer grip te krijgen op iets, op het leven, op mezelf. Heeft dit ongemerkt zo’n enorme impact gehad? En heb ik toen de fundering van de muur om mijn gevoel gelegd die me nu op veel vlakken parten speelt?

Keihard

Keihard

Een mooie 8. Daar kom ik op uit als ik mijn leven tot nu toe een cijfer zou moeten geven. Door veel prachtige momenten, plezier en mooie mensen om me heen. Natuurlijk waren (en zijn) er mindere periodes, maar ik ben altijd weer in staat om die roze bril op mijn neus te zetten en de positieve kanten te zien.

Ondanks dat heb ik toch ooit besloten dat ik me niet meer laat kwetsen.

Door niemand. Dat heeft me geholpen in emotioneel zware situaties. Iemand noemde me eens een ijskoude vrouw omdat ik geen traan liet toen ik de relatie met die persoon verbrak. Die tranen waren er wel, in overvloed zelfs. Alleen heeft hij ze nooit gezien. Ik wilde ze niet laten zien, hij heeft ze nooit willen zien. Karakterding of kwetsbaarheidsangst van twee kanten? En toen hij ze verwachte waren de tranen op en ik weg.

Zijn tranen een teken van zwakte? Tot voorkort vond ik van wel, vooral voor mezelf.

Voor een ander niet. Heeft een vriendin verdriet, dan kan ik dat soms bijna voelen en huil ik mee. Gaat het om mijn eigen tranen, dan slik ik ze weg. Zoek en vind ik afleiding in kleine dingetjes als ik die tranen maar weg krijg. Samen met dat gevoel van onmacht, boosheid, verdriet of teleurstelling. Weg moet het, weg! Ik wil het niet voelen! Zelfspot en humor zijn daarbij ook uitstekende bliksemafleiders. Vooral als mijn emotionele kant aangeraakt dreigt te worden. Met één opmerking draai ik een gesprek de andere kant op. Bang voor tranen. Bang om tot de kern van die tranen te komen. Bang dat een ander dat ziet. Hoe komt dat toch?

En kun je daar ook te ver in gaan?Kun je daardoor zo ver van jezelf af komen te staan dat je ook anderen op een afstand houdt?

Ja, zeg ik nu. Want als je jezelf niet toelaat om emoties te ervaren, hoe kun je een ander dan toelaten om jou echt te leren kennen? Om een echte hechte band te hebben.

In mijn coachingstraject bij Acore werd dat tijdens de laatste sessie maar weer eens duidelijk. Als iets me dreigt te raken, zoek ik afleidingsmanoeuvres. Elke vlieg die voorbij zoemt of een koe die loeit, grijp ik aan als afleiding. Waarom? Oscar confronteert me met mijn gedrag en stelt de volgende vraag: wat heb ik nou van hem te vrezen? Want ik doe dit om mezelf beter te leren kennen en fijn te kunnen werken en leven. Om een verdiepingsslag te maken voor mezelf. Waarom ga ik dat uit de weg? Verdedigingsmechanisme? Waarom? Ik weet dat ik hier niet word afgerekend op wat ik zeg of doe. En toch…. ik slik mijn tranen weg en vind het moeilijk om een echt contact te laten ontstaan. Ik houd afstand, letterlijk en figuurlijk. Ook nu nog, nu ik weet dat het heel goed voor me zou zijn. Op papier lukt het me goed om bij mijn gevoel te komen. Dan laat ik mijn gedachten gaan en drupt er zelfs af en toe een traan op het toetsenbord. Dat mag. Maar owee als een ander dat ziet…..

Ja dan….. Wat dan? Wat zou het als een ander ziet dat ik huil? 

Dat ik gevoel heb, dat iets me raakt. Of gaat het er niet om wat iemand anders vind? En gaat het juist om mij. Dat ik mezelf dan zwak vind, dat ik sterk moet zijn terwijl dat echt niet altijd hoeft. En ik kan mijn gevoel toelaten. Echt. Heel soms. En pas alleen als het bijna te laat is. Iets met een emmer en een druppel.

Ik realiseer me dat ik in de loop der jaren door ervaringen waarbij ik afgerekend werd op mijn kwetsbare kant, hard voor mezelf ben geworden. Keihard misschien wel.

Over kracht, frustratie en regie

Over kracht, frustratie en regie

‘In je kracht staan’. ‘Leven en werken vanuit je passie.’ Allemaal zinnen die me op internet en in de bladen om de oren vliegen. Gekoppeld aan verhalen over mensen waar het kwartje plotseling is gevallen en die zijn gaan doen waar ze blij en gelukkig van worden. Aan de ene kant vind ik het fijn om te lezen dat dat kan. Aan de andere kant vind ik het een ondefinieerbaar en zweverig begrip. En ik krijg er een licht weeïg gevoel van in mijn maag. Vertoon ik tekenen van jaloezie omdat ik het gevoel heb dat ik mijn passie, mijn kracht nog steeds niet heb gevonden? Dat de fase waar ik nu al een tijd in zit aanvoelt als een vacuüm? Een wat machteloos gevoel waardoor ik het zo af en toe flink benauwd krijg?

En wat is dat dan…  in je kracht staan, je passie volgen? Doen wat je leuk vind, dat wat je doet heel natuurlijk aanvoelt. Heeft iedereen dat in zich? Wat nou als dat niet zo is?

Dat ik dit me dit afvraag heeft waarschijnlijk ook te maken met mijn onzekerheid. Dat ik dacht dat ik mijn passie ben gaan volgen en dat schrijven mijn kracht is. 

Juist dat natuurlijke gevoel ontbreekt en de passie al helemaal. Of is het weggeëbd? Ik schreef altijd graag en het schijnt ook best fijn leesbaar te zijn. Mijn columns als ghostwriter werden in twee regionale edities van het Algemeen Dagblad goed gelezen. De lezers bestempelden mijn werk uiteindelijk zelfs als beste en leukste column van die krant. Ik had er echt plezier in! En dat bleef. Ik ontwikkelde me door steeds meer verschillende schrijfdingen op te pakken die binnen mijn communicatiebaan op me af kwamen. Totdat ik besloot om bij een tekstbureau aan het werk te gaan, me echt te gaan specialiseren. Toen werd het productie draaien, werken met (te) strakke deadlines. In plaats van dat het naar meer smaakte, ging het me steeds meer tegen staan. Daarna heb ik weer breder werk gezocht waarbij schrijven een onderdeel was van een groter geheel. Maar toch heb ik het gevoel dat ik mijn schrijfdraai sinds mijn specialisatieavontuur niet echt meer gevonden. Wel bij vlagen een beetje, maar met aanzienlijk minder plezier dan eerst.

Waarom besloot ik dan bijna een jaar geleden om mijn brood te gaan verdienen met schrijven en advieswerk?

Ik had al een tijdje het idee om voor mezelf te gaan beginnen. Toen ik geen vaste baan meer had, heb ik de sprong gewaagd. En het loopt tot nog toe best goed. Van vriendinnen hoor ik dat ze bewondering hebben mijn keuze. Maar waarom voelt het dan zo überunheimisch? Is dat een erfenis uit mijn ‘bureautijd’? Ik moet me er echt toe zetten om aan het werk te gaan. En ben ik eenmaal bezig dan zit ik echt niet lekker in mijn kracht te zijn. Het voelt als lood en dat zou niet zo moeten zijn als je met je passie bezig bent. Om me heen heb ik genoeg voorbeelden van mensen die dat wel doen en dat zie je aan hen. Mooi voorbeeld is een vriendin die zilveren sieraden is gaan maken. Haar vaste baan heeft ze er nog bij voor de zekerheid, maar ik ben er zeker van dat ze die op korte termijn gaat opzeggen. Ze doet het zo goed! Ze maakt prachtige dingen en is blij. Ze straalt. Waarom voelt dat bij mij niet zo? Waarom voelt het werk dat ik ooit zo graag deed als een uitputtingsslag en een frustratie?

Is schrijven echt wat ik wil doen? Of moet ik het in een totaal andere hoek zoeken?

Toen ik deze vraag voor mezelf probeerde te beantwoorden, bekroop me het gevoel dat ik iets moet gaan doen met mijn handen. Iets in de categorie hout, timmeren en schilderen misschien. Hoe ik daar bij kom? Geen idee. Ben ik dan zo handig met mijn handen? Geen idee. Al dit soort klussen werd me altijd, zelfs in mijn eigen huis, uit handen genomen. Onder het mom dat een ander het beter, netter kon. Ik geef toe dat ik dat heb laten gebeuren, ik heb niet op de rem getrapt en zelf die kwast of hamer gepakt.

En zo loop ik voor de zoveelste keer aan tegen het gebrek aan regie over mijn eigen leven.

Gek. Want ik ben een behoorlijke controle freak, maar blijkbaar niet voor de dingen die er echt toe doen. Waar ik mee bezig ben, is het beheersen van kleine dagelijkse dingen zodat ik toch het gevoel heb dat ik baas ben over mijn eigen leven. Terwijl ik op het belangrijkste punt maar geen grip krijg: Over hoe ik mijn leven wil inrichten, welke koers ik wil varen. Heeft dat te maken met in mijn kracht staan? Of gaat het er over dat ik er weer achter kom dat ik nooit echt heb stil gestaan bij wat ik echt wil en daar geen verantwoordelijkheid voor heb genomen.

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Mijn 10-dingen-die-ik-leuk-vind-lijstje

Een tijdje geleden kreeg ik de opdracht van Oscar om een lijstje te maken met 10 dingen die ik leuk vind. Daar struikelde ik over omdat ik me sterk afvroeg of dit echt vanuit mezelf kwam of dat ik hierin werd beïnvloed door de wereld om me heen.

Om er achter te komen of het ook echt mijn eigen leuke lijstje was, heb ik geprobeerd om te voelen wat deze dingen met mij doen als ik er mee bezig ben. Niet gemakkelijk als je, zoals ik, (te) veel vanuit je hoofd leeft en denkt te moeten doen waar je omgeving van houdt. Maar… rapapa rapapa…. het is gelukt!

1. Water: varen

Ik hou van water in alle hoedanigheden. Ik hou van de geur van water als ik vaar, als ik over een brug rij doe ik mijn raam open om die op te snuiven. Ik hou van het water dat over de boeg en de reling in mijn gezicht kletst. Ik hou van het geluid van kabbelende golfjes, de deining en de wind om me heen. Het moment dat ik voet aan boord zet, overkomt me een gevoel van vrijheid en voel ik rust in mijn hele lijf en hoofd.

Hoe vaak doe ik dit? Veel te weinig.

2. Water: schaatsen

Ik hou van water in bevroren vorm, van de bevroren en besneeuwde wereld. In de winter sta ik, als er ijs ligt, in alle vroegte op om tochten te schaatsen. Soms in gezelschap, maar ook alleen. Ik geniet van het donkere ijs, van het stille landschap en de koude lucht in mijn longen als ik met 10 graden onder nul mijn tocht schaats. Van de zon die zo’n ijskoude dag iets magisch geeft, vooral in de vroege ochtend.

Hoe vaak doe ik dit? Als het weer het toe laat en dat was de afgelopen paar jaar dik in orde (alleen de afgelopen winter niet…)

3. Foto’s

Ik hou van foto’s maken. Maakt niet uit waarvan. Van mijn kind, mijn familie, een feestje, een auto, vakanties, een grasspriet, een slak of een stuk kaas dat lijkt op Dikkie Dik. Soms alles omvattend, soms een detail. En daar maak ik fotoboeken van. Ondertussen verzamel ik ook van alles dat ik daar weer bij kan plakken. Scrappen heet dat geloof ik ook wel als je het echt groots aanpakt. Prachtige kunstige knutselwerken heb ik wel gezien, maar daar doe ik niet aan. Ik houd het basic en word daar bijzonder blij van.

Hoe vaak ik dit doe? Eigenlijk ook te weinig. Mijn verzameling foto’s  en bijbehorende items is immens.

4. Theater, muziek, film en festivals

Lekkere muziek, pakkende toneelstukken en (culturele) festivals tot meezingfestijnen (tot op zekere hoogte), musicals en hilarisch cabaret. Je mag me er midden in de nacht voor wakker maken. Ik word er gewoon blij van.

Maar er springen wel een paar dingen uit. Ik hou namelijk van zwaar belegen.

Denk aan cabaret van Wim Sonneveld. Scherpe, venijnige maar oh zo droge en heerlijke humor. Denk aan de oude blije dansfilms met Fred Astaire & Ginger Rogers van meer dan 70 jaar oud. Of Lucille Ball! Ongelofelijk grappig. Allemaal geen gedoe, gewoon puur.

Hoe vaak ik kijk, luister en ga? De laatste jaren nauwelijks meer. Maar daar gaat verandering in komen. In de categorie cabaret: Kaartjes voor Jochem Myjer in Carré zijn geboekt!

 5. Reizen

Dit was wel een dingetje. Want hou ik echt zelf van reizen of ben ik steeds lekker veilig aangehaakt bij de mensen die op mijn pad kwamen? Ik ben er namelijk wel achter dat ik redelijk onrustig word als ik op reis ga en ben. Maar toch…. ik vind de wereld om me heen prachtig! Te mooi, te interessant en te wonderbaarlijk om niet uitgebreid te bewonderen. Dat begon toen ik op mijn 16e voor het eerst naar een ander land ging: eerst een week naar Parijs en daarna twee weken Denemarken. Ik had al een soort fascinatie voor de wereld. Naast mijn bed stond zo’n wereldbol met een lampje er in en daar keek ik elke avond naar. Naar de exotische namen, blauwe zeeën, hoe ver het van Nederland was.

Maar… op mijn 16 kwam er dus een eind aan het gestaar op die globe en ging er letterlijk en figuurlijk een nieuwe wereld voor me open. Het gevolg? Sinds mijn 18e heb ik prachtige stukjes van de wereld gezien. Veel beleefd en genoten. Conclusie? Ik hou van reizen! En dat hoeft niet perse ver weg te zijn. Ook dicht bij huis is de wereld mooi.

Hoe vaak doe ik dit? De laatste jaren minder vaak en ver omdat ik heb gezien en gehoord wat een tocht door Tibet en Nepal voor een Nederlandse kleuter betekent.

6. Languit in het gras liggen en naar de wolken en vliegtuigen turen

Gewoon omdat dat heerlijk is!

Hoe vaak ik dit doe? Ook te weinig! Hoe is het mogelijk!

7. Lezen

Boeken. Ik hou van de geur van papier, hoe ze er uitzien en van hoe ze voelen. Vaak ben ik in twee boeken tegelijk bezig. Eentje beneden, eentje naast mijn bed. Maakt me eigenlijk niet uit welk genre, als ik me er maar compleet in kan verliezen. Het kan Harry Potter zijn of een biografie van Annie M.G. Schmidt of Hillary Clinton. Een spannende John Grisham, een roman die helemaal nergens over gaat maar toch zo heerlijk wegleest of een Donna Tart van zo’n 600 bladzijden. Maar ook een dichtbundel van Toon Hermans, gewoon een tijdschrift of een stripboek.

Hoe vaak ik dit doe? Dagelijks.

8. Cadeautjes inpakken

Cadeautjes geven vind ik leuk! Maar wat nog leuker is, is het inpakken. Ik heb een doos staan met allerlei attributen om cadeautjes nog mooier te maken.

Hoe vaak ik dit doe? Met enige regelmaat.

9. Mijn vriendinnen

Ik hou van mijn vriendinnen. Van mijn groep ‘meisjes’ uit de Keistad. Van de ‘club van 5′, mijn dierbare oud-collega’s die ik tenminste één keer per jaar zie en spreek. Van mijn losse vriendinnen. Waarvan ik er eentje al ken sinds we kleuters waren en een ander ook al ruim 25 jaar. En van mijn wandel- en wijnvriendin die hier om de hoek woont. De uitjes, gezamenlijke workshops, meidenweekenden, praatsessies, vakanties samen, kleine pleziertjes, wandelingen, hilarische verhalen, etentjes, gedeelde vreugde en verdriet, spirituele bekentenissen en pure persoonlijke interesse. Het delen van onze levens. Met elkaar. Of het nu met biggels is of met tuiten. Dit doet me altijd goed.

Hoe vaak ik hen zie en spreek? Sommige bijna dagelijks. Anderen wat minder vaak. Maar dat is ok!

10. Het weer en de seizoenen

Afgelopen week heb ik het vliegeren herontdekt op Schiermonnikoog. Ik vond het als kind prachtig en dat vind ik nog steeds. Ongetwijfeld heeft dat te maken met mijn fascinatie voor weer, wind en de seizoenen. Want ook daar kan ik oprecht van genieten. Harde wind (en hoe die vlieger daar op mee gaat). Sneeuwstormen. Vallende bladeren. Ochtenddauw. Felle zon. De geur van de lente. Zomerse regenbuien. We hebben hier alles. Wat dat betreft ben ik wel in het goeie land geboren.

Hoe vaak ik geniet van het weer? Soms plotseling. Maar ik ga me er weer vaker bewust van zijn.

Tien leuke dingen op een rij. Bewustwording van het feit dat ik me nog te weinig bewust ben van waar ik ook al weer blij van word. Zou het er mee te maken hebben dat ik goed zorgen voor mezelf de laatste jaren niet echt serieus heb genomen? Dat ga ik veranderen. Hoog tijd dus voor een rosétje met wandel- en wijnvriendin.

Noot: Dit lijstje bevat ‘me-time-dingen’ waar ik soms heel diep over moest nadenken. Mijn dochter staat daarom niet in dit rijtje. Omdat ze geen ding is wat ik zomaar leuk vind. Ze is het mooiste, liefste en grappigste kleine mensje dat ik ken, dat altijd op nummer 1 zal staan en waarmee ik altijd veel plezier beleef (afgezien van kleutergedoe zoals driftbuien, niet van plan zijn om te luisteren en niet willen eten). Zij hoeft dus geen plaats op een lijstje, ze heeft al vier jaar een vaste plek in mijn hart.
Struisvogelpolitiek

Struisvogelpolitiek

Het was vannacht weer behoorlijk druk. In m’n hoofd. Alles wat gedaan en gezegd is, komt voorbij. Maar vooral wat ik niet gezegd heb. Want ik heb me ingehouden. Weer. Omdat ik niet van ruzie en onenigheid houd. Het moeilijk blijf vinden om me kwetsbaar op te stellen en mijn gevoel te laten spreken. Omdat ik bang ben voor confrontatie en de gevolgen daarvan. Omdat mijn gedachten de weg naar mijn mond niet altijd kunnen (willen?) vinden. En, zo realiseerde ik me rond een uur of drie vanmorgen: ik heb ook niet altijd het goede voorbeeld gekregen.

Met mijn vader kon ik tot in de eeuwigheid discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen.

We konden het vreselijk met elkaar oneens zijn zonder dat dat tussen ons in stond. Naderhand waren we weer even goede vrienden. Daar ligt een stevige basis, een diep vertrouwen. Maar ik heb mijn ouders samen nooit een discussie horen voeren. Mijn vader was leidend, hij bepaalde de koers. Mijn moeder volgde. Ze hield haar mening voor zich, zo zie ik nu. Ik herinner me op dat vlak vooral haar stiltes. En van die blikken en gezucht als mijn vader en ik heftig aan het discussiëren waren. Nog steeds is dat zo. Komt een gesprek in de buurt van een discussie, dan trekt ze zich terug en voelt ze zich aangevallen. Zelfs als ze er zelf niet bij betrokken is. Al is het wel iets beter geworden, ze kan het nog steeds niet en gaat stevige gesprekken uit de weg. Ze is inmiddels 75. Generatiekwestie? Karakterdingetje? Familietrekje van die kant van de familie?

Dat laatste zeker. Zowel mijn opa, mijn oom en mijn neef vertonen deze neiging tot struisvogelpolitiek.

Ben ik ook zo? Steek ik ook mijn kop in het zand als het er op aankomt? Zit dit in mijn karakter of heb ik dit gedrag van mijn moeder overgenomen? Laatst sprak iemand (weer) een paar wijze woorden: ‘Je bent zo beheerst. Je houdt je zo in, laat dat eens los.’ Heeft hij gelijk? Trap ik continue op de rem en ben ik anders dan ik denk te zijn?

Wat ik wel weet is dat ik de afgelopen jaren (te) vaak ben aangesproken op hoe ik ben, op mijn eigen ik. Thuis. Maar is het niet zo dat je juist daar je eigen rauwe en pure zelf kunt en mag laten zien als dat nodig is? En dan bedoel ik niet alleen onmacht, verdriet, boosheid en frustratie. Maar ook intense blijdschap, verwondering  en plezier. Wat als zelfs dat niet kan? Wat betekent dat voor mijn ontwikkeling? Komt het ook daardoor dat het voelt alsof ik stil sta?

Lijst met een staartje

Lijst met een staartje

Vers terug van vakantie. Van in bikini relaxen aan het zwembad, uitwaaien op een hoogte van bijna twee kilometer, van een ritje met een stoomtrein en wandeling diep onder de grond. En van wijn drinken, ijsjes verorberen en lekker eten. En met in mijn achterhoofd de opdracht die coach Oscar me tijdens de laatste sessie voor de vakantie gaf:

‘Maak een lijstje met 10 dingen die je leuk vindt.’

Hoe moeilijk kan het zijn, zo dacht ik. Want ik heb al eens eerder nadacht over de rode draden in mijn leven. Verrassend genoeg kwam daar toen geen concreet dingen-die-ik-nu-leuk-vind-lijstje uit, maar wel het inzicht dat (het gevoel van) vrijheid voor mij enorm belangrijk is. Maar…. terug naar de opdracht. Terwijl de Mistral keihard om me heen waaide schreef ik wat dingen op. En dan geen materiële zaken, zo had Oscar me op het hart gedrukt. Nu ben ik me er al een tijdje van bewust dat ik daar inderdaad niet dolgelukkig van wordt, dus op naar mijn bron van levensvreugde. Waar word ik in- en inblij van? Waar krijg ik een warm gevoel van, een vrij gevoel van?

En zo stonden er redelijk snel dingen die ik leuk vind op papier.

Maar toen kwam de twijfel, want vind ik dit echt zelf leuk? Of denk ik er plezier aan te beleven omdat het me met de paplepel is ingegoten en ik er daardoor blij van word? Of doe ik het omdat het door de buitenwereld leuk wordt gevonden en ik nog steeds denk dat ik dat dan ook moet doen? Doe of deed ik het om er bij te horen? Vragen die ik mezelf wel vaker heb gesteld, maar toen kwamen ze niet zo binnen als nu.

Best stevige kwesties zo op een gemiddelde maandag na de vakantie.

Want het drukt me namelijk ook weer met mijn neus op het feit dat ik vrij extern georiënteerd ben en leef. Op zich niet heel raar omdat je natuurlijk leeft, woont en werkt met andere mensen. Maar ik heb wel heel erg de neiging om me te laten leiden en leven door mijn omgeving. Zowel in mijn doen en laten als in wat ik voel. En vooral dat laatste vind ik behoorlijk heftig. Want is het zo dat je je gevoel voor de gek kunt houden? Hoe is het mogelijk dat je je eigen gevoel kunt uitschakelen en daar een ander gevoel voor in de plaats zet. Zit ik zo sterk in mijn hoofd dat ik van daaruit mijn gevoel kan uitschakelen en mijn gevoel iets anders kan laten zeggen? En hoe kun je jezelf zijn als je blijkbaar al lang op drift bent? Hoe reset ik mezelf zodat ik word wie ik wil zijn: mezelf! Dat ene unieke exemplaar dat lekker rustig met een glaasje wijn in een bootje op het water ronddobbert en geniet van water, zon en wind.

En steeds komt ik weer uit op dat ene punt. Waarom lukt het me niet om uit deze modus te komen? Waarom blijf ik passief zitten waar ik zit? Aal nadenkend weet ik eigenlijk wel weer waar het om gaat draaien en waar ik elke keer weer voor weg ren: het laten zien van mijn kwetsbaarheid. En dat lukt me nog steeds niet echt. Misschien wordt het tijd om gewoon te accepteren dat ik nu ben. Dat ik, zoals Oscar tijdens een van onze sessies aangaf, blijkbaar nog niet toe ben aan mijnvolgende stap. En dat heeft ook weer tijd nodig. Tijd….

Maar wat ik in ieder geval wel gewonnen heb is dat Oscars’ opdracht om een 10-leuke-dingen-lijstje te maken me wonderbaarlijk genoeg wel heeft wakker geschud. Hoe is het mogelijk dat een op het oog simpele opdracht dit teweeg kan brengen. Je kunt hier met recht spreken van een opdracht met een staartje….

Wat vind ik hier nu van?

Wat vind ik hier nu van?

Inmiddels heb ik twee coachsessies met Oscar Jansen van Acore Advies uit Zwolle achter de rug. Dit gaat me op weg helpen bij de volgende stap in mijn persoonlijke ontwikkeling, om inzicht te krijgen in mijn valkuilen en daarmee om te leren gaan. Dat dit geen standaard coaching is, is meteen duidelijk: een biologische boerderij in Dalfsen dient als locatie en ik ga echt aan het werk op het land, in de tuin. Tijd voor een kleine terugblik. Want hoe bevalt me dit eigenlijk?

Zowel de omgeving als het buiten werken zijn een verademing.

Toen ik voor de eerste keer het erf van de boerderij op liep, voelde dat wat onwennig. Je weet wel waar je naar toe gaat, maar coaching terwijl je met je beide handen in de  aarde loopt te wroeten is toch net even anders. Prettig anders want ik werd meteen uit mijn comfort zone getrokken. Laarzen en tuinfähige kleren aan en samen aan de slag…. weer of geen weer. Natuurlijk komen er pijnpunten boven drijven en word ik met de neus op mijn eigen gedrag gedrukt, maar ik ervaar het als een ontspannen manier van coaching.

Tijdens het werken in de tuin komen onbewuste gewoontes boven. Dingen die ik doe omdat ik dat altijd zo gedaan heb.

Een simpel werkje als onkruid wieden staat plotseling symbool voor een stuk van mezelf dat me al een tijd dwars zit. Mijn coach ziet dat en benoemt het. Hij maakt me bewust van het onbewuste, van de stem in mijn achterhoofd die vaak roept: ‘Dat kan veel beter!’ En van het feit dat ik me daardoor laat beïnvloeden zodat ik op dit moment niet verder kom.  In de gesprekken weet Oscar dit op een mooie manier duidelijk te maken en te relativeren. Ook geeft hij me handvatten om hier mee te leren om te gaan. In heldere bewoordingen en door rake vragen, vriendelijk maar toch indringend. En hij laat me dingen op een andere manier doen. Bijzonder om te merken dat je dan soms hapert in je actie omdat je systeem anders geprogrammeerd is.

Een ander aspect is de rust die de coach uitstraalt. Samen met de groene omgeving biedt dit mij een opening om mijn wirwar aan gedachten helderder te krijgen en te verwoorden. 

En dat is ook best een ding. Mijn hoofd is namelijk net een vliegveld. De ene gedachte is nog niet geland of een volgend idee dient zich al weer aan. En de luchtverkeersleiding is op vakantie…..  Drukte, chaos, opstoppingen! En dan ook nog met koffers die uitgeladen moeten worden en naar de juiste bestemming moeten. Lukt niet….omdat de omstandigheden niet optimaal zijn, blijven ze maar  rondjes draaien op de bagageband.

Zo gaat dat dus met mijn gedachten. Ik heb rust nodig om te ordenen, te bedenken wat ik voel, vind en wil. Zit ik in mijn kantoor achter de pc dan vloeien de woorden als vanzelf het beeldscherm op. Het lijntje van hersenen naar handen en toetsenbord lijkt korter en beter dan dat van mijn bovenkamer naar mijn mond. Al gaat praten me uitstekend af, als het de diepte in gaat vind ik het moeilijk om mijn mening en inzichten meteen, compleet en helder te brengen. Ik moet de informatie eerst laten bezinken, er over nadenken, een nachtje over slapen, dingen opschrijven, afwegen. Dan krijg ik overzicht en weet ik vervolgens precies hoe ik het wil hebben, hoe we iets kunnen oplossen.

Daar heb ik rust voor nodig. En vertrouwen. Niet alleen in de ander, ook weer in mezelf. Die elementen weet Oscar te combineren waardoor een open sfeer ontstaat die uitnodigt tot gesprek. In de gesprekken word ik uitgedaagd om te vertellen wat er in mij leeft. Al lukt dat me nog lang niet altijd, ik denk wel dat deze aanpak me uiteindelijk goed gaat helpen om er uit te laten komen wat er in zit.