Over hoe Bertus mij raakte

Over hoe Bertus mij raakte

Terwijl ik aan het werk ben, hoor ik zacht gemiauw. Mijn eerste gedachte is dat de kat van de buren weer door onze tuin struint, op zoek naar die ene muis die zich al een tijd deskundig verstopt tussen de bladeren. Ik let er niet op en ga verder met waar ik mee bezig ben. Dan roept mijn dochter of ik naar beneden wil komen want ze wil wat laten zien. Eenmaal beneden vertelt ze dat er een poes in de hal zit. Hij is achter haar en haar vader aangelopen toen ze aan het wandelen waren en nu is hij hier. Het blijkt een scharminkelig diertje te zijn. Een beetje verslonst, erg mager, wiebelig en volgens mij is hij ook al aardig op leeftijd. Een zwervertje waarschijnlijk of in ieder geval al een flinke tijd zijn huis kwijt.

Toch hij is alleraardigst. Binnen nog geen minuut heeft hij ons hart gestolen.

Hij krijgt een bakje drinken en een beetje yoghurt. En hij eet alsof hij uitgehongerd is. We maken een knus plekje voor ‘m waar hij meteen gaat liggen soezen. Dochter geeft hem de klinkende naam Snorretje en ik rij ondertussen naar de supermarkt voor kattenvoer. We kunnen onze spinnende gast natuurlijk niet met een lege maag laten zitten. Zo zit hij de hele avond gezellig bij ons. Ook op schoot, daar moeten we ‘m dan op tillen want zelf springen gaat nauwelijks. Hij is totaal op z’n gemak. Als ik naar bed ga zet ik hem weer buiten en na nog een kopje en een aai stapt hij de donkere nacht in. Als ik hem zie wegwankelen, vraag ik me af of we hem wel weer zullen terugzien. Hij is zo wankel en zo traag.

De volgende dag. Ik sta ontbijt te maken en om stipt zeven uur hoor ik weer gemiauw.

Daar is onze Snorretje weer. Hij wiebelt voorzichtig naar binnen als ik de deur open doe. Over de drempel stappen is een hele opgave, maar het lukt. De brokjes die ik speciaal voor hem heb gehaald en waar hij gisteren van smulde, hoeft hij niet. Van de melk drinkt hij goed. Dochter is helemaal wild van ‘m en wil met hem spelen, maar dat gaat niet. Hij heeft geen interesse in het touwtje dat ze voor zijn neus houdt. In plaats daarvan gaat hij weer lekker op z’n plekje in de hal liggen.

De hele ochtend blijft hij bij me. Ik zet ‘m op schoot terwijl ik zit te werken en daar blijft hij zacht spinnend liggen. Dan bel ik het asiel. Niet dat ik ‘m weg wil doen, in tegendeel. Maar stel dat hij gechipt is, dan kunnen ze die daar uitlezen en kan hij hopelijk snel terug naar zijn baasjes. Want ik kan me voorstellen dat deze lieve knuffelkater enorm gemist wordt. Heb dochter daarom ook meteen uitgelegd dat we eerst op zoek gaan naar zijn baasjes. Mochten we die niet vinden, dan mag hij bij ons blijven.

Eenmaal bij het asiel blijkt dat hij geen zwerver is. Snorretje heeft een chip, heet in werkelijkheid Bertus en woont bij ons in de buurt.

Hij is al behoorlijk op leeftijd, zestien jaar oud. In een geleend kattenmandje loop ik met Bertus naar het adres dat het asiel van de chip heeft gelezen. Meteen zie ik dat hier een kattenliefhebber woont: Bertus heeft zijn eigen ingang naar een schuilplekje in de schuur. Maar er wordt niet open gedaan. De buurvrouw vertelt dat de baasjes van Bertus met vakantie zijn en morgen weer terugkomen. En ze schrikt als ze Bertus ziet: ‘Och lieve schat, wat ben je mager!’ Ze geeft me meteen het adres van zijn oppas. Daar doet een aardige dame open en als ik vertel dat Bertus de afgelopen dagen regelmatig bij ons was, is ze zichtbaar opgelucht. Ze kon hem steeds nergens vinden en was bang dat hij misschien stiekem was doodgegaan. Ze had er al een slapeloze nacht van gehad. Bertus schuifelt door haar woonkamer en zoekt een fijne plek bij de verwarming.

De oppas en ik wisselen ondertussen telefoonnummers uit zodat we elkaar op de hoogte kunnen houden van Bertus’ verblijfplaats.

Zo maak ik plotseling deel uit van het ‘zorgnetwerk’ rondom deze lieve oude kater. We appen heel wat af, de oppas en ik. Elke keer weer blij om te horen dat Bertus bij de ander is.

Maar dan krijgen we woensdagochtend het bericht dat Bertus bij de oppas op de bank ligt. Hij heeft de avond daarvoor alles laten lopen en beweegt nauwelijks meer. Zijn baasjes zijn net terug van vakantie en halen hem straks op om naar de dierenarts te gaan. Ik heb zo’n voorgevoel dat dit Bertus z’n laatste reisje wel eens kan zijn en bereid mijn dochter er op voor dat hij misschien wel dood gaat. Als ik haar uitleg dat dan gebeurt omdat hij al heel oud is en te ziek, antwoordt ze: ‘Dat is dan wel jammer, want dan kan hij niet meer even langskomen.’ Dat ben ik roerend met haar eens. Want hoe gammel hij ook was, hij was een heel gezellig beestje.

De oppas houdt me de hele dag op de hoogte van het wel en wee van Bertus. Al valt er natuurlijk niet zoveel meer te vertellen. En dan krijgen we om vier uur het verdrietige bericht dat de dierenarts Bertus heeft laten inslapen. Hij was te oud en te zwak om nog op te lappen. Hij was op. Heeft nog wel gewacht tot zijn baasjes weer terug waren voordat hij het bijltje er echt bij neergooide.

Dit bericht raakt me meer dan ik had verwacht. De tranen lopen over mijn wangen.

Want ik ga hem missen. In die paar dagen ben ik zo verknocht geraakt aan dit katertje. Hoe bijzonder is dat! Met zijn hoogbejaarde kattencharme heeft Bertus me ingepakt en tot op het bot geraakt. Zo lief. Zo puur. Zo zichzelf. Zo’n onvoorwaardelijk vertrouwen in ons vanaf het eerste moment. Zo mooi.

Dag lieve Bertus! Het waren drie fantastische dagen!

 

 

 

 

Advertentie
Over dorre planten en begraven

Over dorre planten en begraven

En zo moest ik toch wel even een tijdje een soort van bijkomen van de laatste sessie met mijn coach. Wat er gebeurde, gaf te denken. Was confronterend. Zorgde voor chaos (volgens mijn coach is dat de nieuwe orde). Er moest iets landen. Mijn eigen ik van nu moest landen. Het meisje van vijftien moest haar koffers pakken als gevolg van een opdracht in de kas op de biologische boerderij waar de coachingsgesprekken plaatsvinden.

Even terug naar dat moment….

Met een schep in de hand sta ik op laarzen midden in een kas. Samen met coach Oscar. Om ons heen liggen verdorde planten van het afgelopen seizoen. Mijn opdracht is om te proberen afscheid te nemen van de meisje van 15 dat elke keer blokkeert als er ook maar iets wat op een ‘beoordeling’ lijkt op de loer ligt.

De dorre planten staan symbool voor het meisje dat bang wegkruipt als haar verteld gaat worden hoe ze haar schoolwerk doet.

Dat is oud gedrag. Oud zeer dat ik meegenomen heb uit mijn middelbare schooltijd, al zo’n 20 jaar met me meezeul en dat de afgelopen jaren zo sterk aan de oppervlakte is gekomen dat ik mijn werk bijna niet meer kan doen.

De schep die ik krijg is gewoon een schep waar ik geulen mee ga graven. En de geul gewoon een geul. Het gaat er om wat daarna komt. In die geul moet het plantafval. Dat spit ik door de grond en bedek het weer met een laag grond. De dorre oude planten die het afgelopen seizoen een mooie oogst hebben opgeleverd en nu dood zijn, krijgen een nieuwe bestemming. Worden door de grond gemengd en dienen als compost voor het volgende groei- en bloeiseizoen. Ze zorgen voor vruchtbare grond waar verder op verbouwd kan worden, voor een nieuwe fase.

En zo stort ik mijn eigen zooi, het gedrag en het angstige gevoel samen met dat meisje van 15 in die geul.

Hussel het door de grond en gooi er een volgende laag over heen. Dit is de nieuwe basis om op verder te groeien. En terwijl ik terug kijk, neem ik heel bewust afscheid van dat meisje. Ze was er. Ze mocht er zijn. Het heeft gezorgd dat ze bereikte wat ze wilde bereiken. Maar om je op je veertigste nog steeds een meisje van vijftien te voelen? Nee, nu is het mooi geweest.

Hoe voelt dat? Vreemd en unheimisch in eerste instantie.

Dat bange gevoel is iets waar ik aan gewend ben geraakt. Het gaat vanzelf ‘aan’ als ik het idee heb dat ik beoordeeld ga worden. Het is mijn oncomfortabele comfortzone geworden en daar stap ik nu uit. Met kleine onwennige stapjes. Vooruitkijkend. Soms kort een verloren blik achterom. Ik hoef niet bang te zijn. Natuurlijk maak ik fouten en daar mag wat van gezegd worden, maar ik hoef daar niet van in paniek te raken.

Het kostte moeite en het is nog steeds niet altijd gemakkelijk om dat gevoel niet de overhand te laten krijgen. Toch merk ik inmiddels dat ik de vruchten van de oefening begin te plukken. Er zit meer rust in mijn hoofd en in mijn lijf. Het vertrouwen in mezelf groeit. Langzaam, maar het groeit! Als de telefoon gaat, schiet ik niet in de paniek- en vluchtmodus. Nou ja, toegeven, heel af en toe gebeurt me dat nog wel eens.

Ook mijn werk gaat veel soepeler, soms weer als vanzelf.

Een redelijk uitgebreid interview bijvoorbeeld. Dat kon ik vorige week uitwerken in nog geen uur, terwijl ik daar een paar maanden geleden eerst uren (in sommige gevallen zelfs een paar dagen) tegenaan zat te hikken. Vervolgens ontelbaar veel minuten bezig was met de eerste alinea en nog langer worstelde met de rest van het verhaal. En dan durfde ik het ook nog eens niet op te sturen….. Zo bang voor wat de ander er van zou vinden….. Dan liet ik het op het allerlaatste moment aankomen en stuurde het bijna hyperventilerend op….. midden in de nacht.

Al zal het met ups en downs zijn, het lijkt alsof dat grotendeels voorbij is. Het voelt als een nieuwe fase. Ik ben blij!

 

 

Waar gaat het echt om?

Waar gaat het echt om?

En dat geconstateerd hebbende, is het tijd een paar stappen terug te doen. Ik dacht voor mezelf te kiezen als ik mijn eigen zaak aan de wilgen hing en koos voor een baan in loondienst. Is dat echt zo? Of is dat toch weer een keuze die gebaseerd is op angst. Blijft een moeilijk punt. Ik hou niet van (financiële) onzekerheid en heb bij voorbaat al stress omdat ik bang ben dat ik niet goed presteer. Bij een werkgever is dat niet anders natuurlijk, ook daar is het vrij gebruikelijk dat je een goed product neerzet. Anders word je er gewoon op afgerekend. Maar op de een of andere manier voelt dat beter, fijner, vertrouwder. Komt door mijn verleden in loondienst. Ik heb geweldige werkgevers gehad. Leuke banen, inspirerende collega’s die soms zelfs voelden als familie en geweldige werkomgevingen met werkstages en congressen in landen als Duitsland, Oeganda en Zuid-Afrika. Naast leuk, ook bijzonder leerzaam.

Nu doe ik het alleen.

En al heb ik leuke mede-zelfstandigen waar ik goed mee kan sparren, ik mis het ‘samen er voor gaan’. Het teamgevoel. Kan ik dat op een andere manier creëren? Door me aan te sluiten bij een ondernemersnetwerk? Eerlijk gezegd heb ik me tot nu toe niet echt vaak op mijn gemak gevoeld tijdens zulke bijeenkomsten waar iedereen ontzettend zijn of haar best loopt te doen om zichzelf en de bijbehorende business te promoten. Die mensen zijn er voor geboren, kunnen een knop omzetten of wat dan ook. Voor mij voelt dat unheimisch en onnatuurlijk.

Wat is mijn grootste struikelblok? Twijfel over het eigen kunnen, financiële onzekerheid of het gemis van een team waar je onderdeel van uit maakt en waarmee je je samen hard maakt voor een product.

Loop ik weg voor verantwoordelijkheid? Kies ik voor de weg van de minste weerstand? Ik blijf in dezelfde materie rondzeuren. Blijkbaar is dat nodig. En daarom ga ik er gewoon maar weer eens een nachtje over slapen (vanavond).

Dat gevoel

Dat gevoel

Dat meisje van 15 dat op van de zenuwen op haar kamer zat, dat was ik. Dat ben ik . De beste bedoelingen waarmee mijn leraar economie bij ons thuis kwam, hebben er aardig ingehakt. En daar kom ik bijna 30 jaar later pas achter.

Hij had het beste met me voor. 

Hij was een ouderwetse leraar die op zijn fiets stapte en bij je thuis langskwam om er voor te zorgen dat het weer de goede kant op ging. Hij hield van zijn vak, zijn leerlingen en als hij daarvoor ’s avonds nog op pad moest, deed hij dat. Hoe vaak is iemand zo betrokken! Dankzij hem en mijn vader die me geduldig steeds alles opnieuw bleef uitleggen, ben ik geslaagd voor mijn examen economie. Ik haalde zelfs een 7! Wat was ik blij! En trots!

Niet dat cijfers en ik daarna vrienden werden.

Op het HBO struikelde en viel ik mijn weg door economische verhandelingen en marketingvakken. Elke keer stond ik weer op en ging ik door. Gelukkig waren er veel andere vakken waar ik het wel goed mee kon vinden en dat maakte veel goed. Ik heb school daarom ook altijd erg leuk gevonden. Dat cijfers en berekeningen bij het leven horen, daar heb ik me inmiddels ook bij neergelegd. Net als bij het feit dat ik er niet in uitblink. Waar nodig, heb ik mijn ezelsbruggetjes. En ik heb iemand ingehuurd die mijn administratie en belasting doet. Ze helpt ook met ander financiële vraagstukken zodat ik mezelf en mijn bedrijf niet de financiële verdoemenis in help. En dat geeft een fijn gevoel.

Dat nare gevoel dat ik als 15-jarig meisje kreeg als ik weer niet goed gepresteerd had, daar ben ik nog geen vrienden mee.

Eerlijk gezegd was ik me daar tot nu toe zelfs niet eens van bewust. Wel van het gevoel van ‘niet kunnen’ en ‘niet goed genoeg zijn’, maar niet dat het toen gevormd is. En het zit diep, maar is in de loop van afgelopen jaar duidelijk merkbaar en zichtbaar aan de oppervlakte gekomen. Want als zelfstandig ondernemer moet en wil ik goed presteren. Nu pas herken ik dat knagende nare gevoel als ik een opdracht heb afgerond en verstuur. Ik ben bang voor het oordeel van mijn klanten. Dat het niet goed genoeg is. Dat ik weer een onvoldoende scoor. Zie ik dat een opdrachtgever me belt of een mail gestuurd heeft nadat ik iets heb afgeleverd?  Dan zit ik plotseling weer in mijn rode stoel op mijn meisjeskamer. De bel gaat, de deur wordt open gedaan en ik hoor wie het is. Ik kan alleen niet verstaan wat er gezegd wordt. Zie je wel! Ik kan dit niet! Ik wil dit niet!

Ik realiseer me nu pas echt dat dit dat 15-jarige meisje is dat bijna 30 jaar later nog steeds bang is om te falen. Ze is een stukje van me, maakt me tot wie ik ben. Ze was er jaren niet of nauwelijks. En nu er (voor mijn gevoel) veel afhangt van mijn prestaties wordt ze wakker en richt ze haar pijlen op de dingen waar ze wel goed in is. Taal, schrijven en van alles regelen. Terwijl ze diep van binnen weet dat ze er gewoon goed in is!

Meisje, meisje, meisje….. wat kan ik doen om er voor te zorgen dat die faalangst je niet meer dwars zit.

Dat ik dat gevoel om zet in een positief kritische blik zodat ik wat ik al goed doe,  goed (of zelfs nog beter) kan blijven doen. Dat ik gewoon tegen mezelf kan zeggen: het is goed zo. Ik ben tevreden over mijn werk en over mezelf.

Het proefwerk

Het proefwerk

Ze is 15 jaar en zit in haar kamer. Wachtend totdat de bel gaat. Nerveus, doodnerveus is ze. Want er komt vast weer slecht nieuws. Gisteren had ze een proefwerk economie en daar is ze niet goed in. Sterker nog…. ze is dramatisch slecht, rekenkundig inzicht heeft ze nooit gehad. Op de basisschool al moest ze keihard haar best doen om een piepklein zesje te halen voor rekenen. Op het voortgezet onderwijs was dat niet anders. Ze redde het meestal net op haar theoretische kennis, maar daar was ook alles mee gezegd.

Wiskunde, natuurkunde, scheikunde en economie lagen haar echt niet.

Met allerlei kunst- en vliegwerk en hulp van vrienden kreeg ze het voor elkaar om toch een zeer magere voldoende te scoren. In de gloria was ze toen ze de eerste drie kon laten vallen. Voor economie lag dat anders. Dat kon ze niet laten vallen. Dat moest ze houden, was nodig ook voor vervolgopleidingen. Ze nam zich voor om goed haar best te doen. Die goede voornemens vervlogen echter meteen toen ze, puber als ze was, besloot dat ze haar leraar economie een vreselijke man vond. Daar ging ze dus echt geen aandacht aan besteden. Tijdens de lessen verplaatste ze haar aandacht daarom naar buiten. Naar het schoolplein, vogels en feestjes in het weekend. Ondertussen hielp ze de bedrijven uit haar rekenopdrachten en proefwerken zonder enige moeite de financiële verdoemenis in.

Op van de zenuwen zit ze op haar kamer in de rode stoel waar ze altijd haar huiswerk maakt.

Voeten op de kachel, radio aan. Mooi plekje.  Maar nu even niet. Het hart klopt in haar keel als plotseling de bel gaat. Ze had het al verwacht…. ze wist het wel….. daar is die vreselijke man weer om te vertellen dat ze weer een onvoldoende heeft gehaald. Of zou het toch iemand anders zijn…. een collectant misschien? Beneden gaat de deur open en ze hoort haar vader praten met een man.

Ze herkent de stem….. het is haar leraar economie.

Een man van de oude stempel, een man ook met hart voor zijn leerlingen. Hij merkte meteen dat economie niet haar sterkste vak was. Toen hij ook nog eens door kreeg dat ze haar gedachten er tijdens de les ook niet bij had en vette onvoldoendes bleef halen, kwam hij op een avond bij hen thuis. Hij maakte zich namelijk zorgen want als ze zo zou doorgaan, zou ze haar examen niet halen. Puur en alleen door het vak economie. Dat zou hij zonde vinden omdat ze op haar andere vakken meer dan goed scoorde.

Haar leraar bood aan om haar bijles te geven.

Maar haar vader wist hoe ze over de beste man dacht en nam die ondankbare taak op zich. Ze was boos! Woest! Opstandig! Omdat ze zich elke week met haar vader over extra economieopdrachten moest buigen. Tranen met tuiten. Bijles met het mes op tafel! Maar hoe goed ze haar best ook probeerde te doen, ze snapte het niet. Zag er de logica niet van in, ze bleef onvoldoendes halen. Ze keerde tijdens de bijlessen in zichzelf om die angst en boosheid maar niet te hoeven voelen. Ze wilde dit niet! En na elke schriftelijke overhoring, na elk proefwerk kwam de leraar weer bij hen thuis om de zoveelste 3 of 4 te melden en te bespreken. Ze voelde zich machteloos, werd nog bozer en banger om te falen.

Dat ging weken zo door. Totdat het kwartje ineens viel.

Haar vader had allerlei ezelsbruggetjes voor haar uitgedokterd waardoor formules en berekeningen een minder hoog abacadabra-gehalte kregen. Soms bespeurde ze zelfs enige logica in de uitleg. Wat minder boos maakte ze haar opdrachten, oefende zich samen met haar vader steeds wat blijer een slag in de rondte. Ze was trots dat het eindelijk wat beter ging, net als haar vader. Maar toen diende zich dat proefwerk aan, dat proefwerk van gisteren.

Ze vond dat het wel aardig ging. Maar waarom zal ze het nu wel goed gemaakt hebben?

Want dat was eerder ook niet zo. Wie zegt dat het nu wel een voldoende is? Haar ouders stellen haar gerust: eerst maar eens even afwachten, ze heeft toch haar best gedaan? Maar als ze weggekropen zit in haar vertrouwde rode stoel op haar kamer slaat de twijfel weer in alle hevigheid toe. Ze kan dit niet! Ze vindt het niet leuk! Ze wil dit niet!

Terwijl ze naar de stemmen van haar vader en haar leraar in de hal luistert denkt ze: Zie je wel! Zie je wel!

Ze zet de radio zachter maar hoort niet wat er gezegd wordt. Zie je wel….. schiet het weer door haar hoofd, weer een onvoldoende! Anders was hij hier niet. Als haar vader haar roept, loopt ze met lood in haar schoenen en een knoop in haar maag naar beneden. Tranen prikken achter haar ogen. Zie je wel!  Haar vader en de leraar zitten in de woonkamer.

De leraar kijkt haar aan als ze binnenkomt en zegt: Je hebt het goed gedaan, je hebt een zes gehaald. Ik wilde je dit na al dat slechte nieuws heel graag zelf komen vertellen.

Ze weet niet wat ze hoort en is dolblij met haar zes! Maar terwijl ze daar zo gelukkig zit te zijn denkt ze: wat ben je toch een vreselijke man!*

Wordt vervolgd

*een iets nettere vertaling van de benaming die ik deze man toen toedichtte.
Gevangen in vrijheid

Gevangen in vrijheid

Buiten is het stil en erg mistig. En dat is totaal niet in overeenstemming met mijn gedachten. Ik heb inmiddels heel goed helder wat ik wel en niet wil. Dat komt door een opdracht die ik een tijdje geleden van mijn coach kreeg: zoek drie symbolen die staan voor inzichten die je de afgelopen tijd heb opgedaan.

  • Het eerste symbool: een klavertje drie

Ik was op zoek naar een klavertje vier, maar drie voldeed ook. Het ging om de symbolische waarde: geluk. Want ik weet dat ik op weg ben naar mijn eigen geluk. Al gaat het met horten en stoten. Het is ok, ik kies voor mijn eigen weg.

  • Mijn tweede symbool: een steen

Een stuk steen met ruwe puntige kanten, maar ook een wat afgeronde kant werd mijn tweede symbool. Dat staat voor het proces waar ik nog tot over mijn oren in zit. Waar op momenten de scherpe kanten zoals twijfel en onzekerheid ongenadig pijnlijk aan de oppervlakte komen, terwijl op andere momenten het venijn er al af is.

  • Een heksenbezem is mijn derde symbool

Iets met schoonschip maken. In mijn hoofd, huis en leven. Coach Oscar voegde er nog een mooie laatste betekenis aan toe: heksen waren wijze vrouwen. De bezem staat dus ook vrouwelijke wijsheid. Mooi. Die wijsheid helpt me op weg naar mijn eigen geluk en daarbij stoot ik me soms aan behoorlijk scherpe punten van mijn tweede symbool: de steen.

Al deze symbolen staan in het teken van geluk. Ik zit op de goede weg en leer steeds beter luisteren naar mijn gevoel.

Het belangrijkste punt is echter dat ik er ook wat mee moet doen. Dat het niet alleen bij een constatering moet blijven. Ik moet in beweging komen, actie ondernemen. Dat is een hele belangrijke les van de afgelopen maanden. Bovendien ben ik te gericht op wat de buitenwereld vindt. En dan ga ik ongemerkt nog wel eens aan mezelf voorbij, probeer ik weer te voldoen aan verwachtingen die niet bij me passen. En daar ben ik klaar mee. Wat dat me heeft opgeleverd zie ik als ik in de spiegel kijk: een vermoeide zelfstandig ondernemer die op haar tenen loopt en al een jaar onder hoogspanning leeft. Ik voel stress over opdrachten, over inkomsten  (al weet ik dat dat niet nodig is), over de toekomst. In de aanloop naar mijn start heb ik over allerlei en ook die dingen uitvoerig nagedacht. Ik vroeg me af of het zelfstandig ondernemerschap wel bij mijn persoonlijkheid zou passen. Ik had zo mijn twijfels.

En toch heb ik het gedaan.

Ik was trots op mezelf. Maar als ik de keuze had gehad tussen een baan bij een werkgever en zelfstandig ondernemerschap, had ik dan voor het laatste gekozen? Als ik eerlijk ben niet. Het was geen droom en geen verlangen, maar toch stapte ik vol vertrouwen mijn nieuwe toekomst in. Het voelde goed! Ik koos voor mezelf. Dat gevoel van overwinning duurde anderhalve maand. Sindsdien overheerst stress, onzekerheid en eenzaamheid. En dat kost me mijn gezondheid. Heel soms komt dat fijne gevoel van het begin weer terug, maar dat is van (te) korte duur.

Van verschillende kanten hoor ik dat ik het kan, dat het zelfstandig ondernemerschap zo goed bij me past. Dat ik het tot een succes kan maken.

Dat ik eerder ‘gevangen’ zat bij een werkgever maar dat dat goed voelde omdat het vertrouwd was en ik van huis uit heb meegekregen dat het belangrijk is om een vaste baan te hebben. Dat ik mezelf ‘moet’ vrij maken van dat gevoel. Ongetwijfeld zit daar een kern van waarheid in. Ik weet ook dat ik het wel kan.Vraagt iemand wat ik doe, dan kan ik ook met verve over mijn werk vertellen. Maar geloof ik diep in mijn hart ook dat ik dit moet doen? Dat ik hier enorm blij van word en vanuit mijn hart werk? Al die vragen moet ik met een dikke vette ‘nee’ beantwoorden.

Want inmiddels ben ik een jaar voor mezelf bezig. Ik verdien aardig en heb goede klanten, maar dat weegt niet op tegen de spanning. Ook weegt de vrijheid niet op tegen de eenzaamheid die ik ervaar, ondanks veelvuldig en fijn contact met andere zelfstandig ondernemers.

Juist nu ik de vrijheid heb waar ik blijkbaar behoefte aan heb, voel ik me meer dan ooit gevangen.

Constant voel ik de druk van mijn werk in mijn hele lijf, ook in mijn vrije tijd. Een misselijk makende en verlammende druk waardoor ik niet meer kan genieten van mijn vrije tijd en nog verder uitgeput raak. Kwestie van beter plannen? Typisch geval van de zaken beter regelen? Misschien. Maar mijn eindconclusie is:  ik word niet blij en gelukkig van werken als zelfstandig ondernemer.

En dat mag. Ik mag dat vinden en voelen.

Want als geluk betekent dat je staat voor jezelf en kiest voor jezelf, dan betekent dat voor mij dat ik de vrijheid neem om weer bij een werkgever aan de slag te gaan. Dan is vrijheid voor mij dat ik graag samen met anderen werk aan een doel waar we met z’n allen voor gaan. Dat vind ik fijn, daar word ik ongelofelijk blij van en juist daar krijg ik heel veel energie van!

Ik hou van de herfst!

Ik hou van de herfst!

Ik ben dol op de herfst. Vallende bladeren, warme kleuren, pompoenen, kastanjes, najaarsstormen, keiharde regen, wandelingen door het bos, vuurkorven, onder een fleecedeken genieten van een mooi boek met rood wijntje er bij.  Puur! Heerlijk!

Buiten sluipt het nieuwe seizoen er langzaam in. De bladeren verkleuren op hun gemakje, maar in mezelf is het al volop herfst.

Het ene moment is het rustig en zelfverzekerd herfstweer. Een zacht briesje waar je de koele tonen van de naderende seizoenverandering al in voelt. Een zonnetje dat nog net warm genoeg is om zonder jas naar buiten te kunnen.  Een paar dagen later is het plotseling onstuimig weer, een beetje stormachtig. Gedachten vliegen als afgewaaide bladeren door mijn hoofd. Sommige mooi groen, andere vurig rood en een enkele dor en half vergaan.

De dorre staan symbool voor het niet kunnen. Of denken iets niet te kunnen.

Ze staan voor het gebrek aan zelfvertrouwen dat nog te vaak de kop opsteekt. Voor het niet durven openen van mijn mail, bang voor afwijzing en kritiek. Voor het niet opkomen voor mezelf, het niet kiezen voor mezelf terwijl ik nu verpieter….. Het is dat stemmetje in mijn achterhoofd dat nog te vaak blijft roeptoeteren dat ik het niet kan. Dat ik, wat ik ook doe er niet eens aan hoef te beginnen. En hoe goed ik ook mijn best doe om deze stem op een vriendelijke manier tot de orde te roepen….. ik luister er nog te vaak naar!

Kijk ik naar de rode blaadjes dan zie ik vuur.

Ook al is met maar een klein vlammetje, het is dat gevoel van wel willen maar nog niet de juiste modus kunnen vinden. Wel voor mezelf willen kiezen en wel in mezelf willen geloven, maar nog niet die drempel over durven. De warmte van het vuur wel voelen, maar er net niet bij kunnen of durven om het op te stoken….. terwijl ik weet dat ik daar van ga groeien.

En dan die groene blaadjes…. staan die voor een nieuw begin?

Het wel kunnen en durven staan voor jezelf? Me los worstelen uit mijn denkpatroon? Kansen pakken en niet meer loslaten door een rotsvast vertrouwen in mezelf.  Ik ben er hard mee bezig, het lukt me ook regelmatig om zo’n blaadje te pakken te krijgen. Soms moet ik hoog springen en houd ik het een tijdje vast. En dan in één keer waait het met een onverwachte windvlaag plotseling weer uit mijn vingers…. akelige wind!

Had ik trouwens al gezegd dat ik gek ben op de herfst?

Zo kan het dus ook

Zo kan het dus ook

Hoe kom ik uit die vicieuze cirkel waar ik in ronddraai? Ik blijf steeds tegen dezelfde dingen aanlopen‘, zo appte ik mijn coach een tijdje geleden.

De verkorte versie van zijn antwoord: ‘Ga in stilte op zoek naar de antwoorden op je vragen. Je hebt voldoende vragen gesteld. Nu is het tijd om ruimte te geven aan de antwoorden die ergens in jouw stilte verscholen liggen. Ga op zoek naar verstilling die bij je past: Wandelen, muziek, lezen, stil zijn, kunst, creatief bezig zijn en werken, zijn allemaal manieren om de stem van de stilte en gevoel te laten horen.’

En dat heb ik gedaan. Op de een of andere manier kon ik mijn malende gedachten loslaten en werd het rustig.

Stil in mijn hoofd, rustig in mijn lijf. Ik lees, luister, kijk en voel. Zonder stress over wat er gaat en kan gebeuren. Een plan van aanpak en offerte die ik moest maken, gingen als een tierelier. Geen extreme spanning en slapeloze nachten over wat mijn opdrachtgever er misschien van zou vinden. Ik heb ‘m afgeleverd voor de afgesproken deadline en hij is goed. Dat vind ik en mijn opdrachtgever ook. Er moeten nog wel wat dingen worden aangepast, zo hoorde ik van mijn klant en daar hebben we binnenkort een afspraak over. Een paar weken geleden zou ik bij het idee alleen al hyperventilerend geblokkeerd raken. Nu kan ik dat naast me neer leggen en denken: ‘Daar wordt het alleen maar beter van’.

Met relaxte verbazing kijk ik naar mezelf. Dit ben ik ook. Zo kan het dus ook.

 

 

 

Vluchten

Vluchten

Een hele klus, dat bij mijn gevoel komen. Jarenlang hard gewerkt om me niet meer te laten raken en dan krijg ik het advies/ de opdracht om bij wat ik doe en denk mij gevoel weer toe te laten. Te voelen, zonder dat ik er in verdwijn. Het aan te raken zodat ik echt weet wat ik er van vindt.

En daar raak ik eerlijk gezegd soms wat van in de war. Niet dat ik compleet van het pad ben. Doordat ik voor mezelf de deur jaren geleden heb dichtgegooid, heb ik het gevoel dat ik letterlijk en figuurlijk voor mijn eigen dichte deur sta. Hij gaat weer open, dat weet en voel ik. Maar dat gaat wel wat tijd en inspanning kosten.

En dan kreeg ik ook nog een gevoelsopdracht tijdens de afgelopen sessie met mijn coach Oscar:

Schrijf eens op wat je voelt als je aan het werk gaat/ bent?

Dan haper ik aan alle kanten.

Ik word door m’n eigen gehakketak, getwijfel en inwendig commentaar belemmerd. In mijn creativiteit en in mijn leven, want mijn werk dat ben ik en andersom. Daardoor loop ik weg van mijn werk (en van mezelf), terwijl ik altijd zo graag aan het werk was.

Oscar heeft me in ieder geval al wel eerder wakker geschud met de vraag of mijn werk inmiddels niet een overlevingsmiddel is geworden in plaats van iets  wat ik met heel veel liefde doe. Daar had hij een raak punt. Ik wil dit zo niet meer. Er moet wat veranderen en dus…..

…….terug naar de vraag: Wat voel ik en wat gebeurt er als ik achter mijn laptop zit en voor een klant aan het werk ga of ben?

Het volgende:

  • er komt een soort waas, mist, om me heen en in mijn hoofd
  • het voelt alsof ik in een luchtbel terecht kom
  • mijn ademhaling verandert: de verborgen hyperventilatie steekt de kop weer op.
  • angst (voor fouten, kritiek)
  • ik wil vluchten. Mijn hele systeem schreeuwt: ‘Wegwezen!’

En als kers op de taart is daar mijn hoofd vol gedachten: ‘ik kan het niet, ik kan het niet’, ‘wat als het niet goed is?’

En ik heb wel zo’n flauw vermoeden wat dit inhoudt: een typisch geval van faalangst waar ik aan moet gaan werken. Anders kost het me mijn bedrijf, gezondheid en mezelf.

Van hoofd, naar hart en gevoel

Van hoofd, naar hart en gevoel

De mededeling dat ik ‘wegloop’ als een gebeurtenis of iemand mijn gevoel dreigt te raken, kwam wel even binnen. Natuurlijk weet ik wel dat ik dat doe, maar om het (weer) van iemand, mijn coach, te horen komt wel aan. En om het dan zelf ook te (durven) erkennen, is toch wel een ding. Het heeft me aan het denken gezet. Want hoe laat je je weer door iets raken? Hoe laat je je gevoel weer optimaal z’n werk doen? Hoe ga ik naar mijn gevoel? Hoe laat ik mijn hoofd en gevoel harmonieus samenwerken? Want ik leef echt vanuit mijn hoofd. Ik rationaliseer en relativeer me helemaal suf.

Nu heeft leven en werken vanuit mijn hoofd me veel gebracht, maar de laatste paar jaar ontneemt het me meer dan het me oplevert.

Voelen is zo ondergesneeuwd geraakt dat ik mijn best moet doen om nog bij mijn gevoel te kunnen. Ik weet vaak niet meer wat ik voel omdat ik er niet bij kan. Ik ben het verleerd, geloof ik. Maar inmiddels ook hard bezig om weer te voelen. Want als ik zie wat het negeren van mijn onderbuik en hart me de laatste jaren heeft opgeleverd?  Dan had ik niet ‘ja’ gezegd tegen een baan waarvan ik bij de vacature al dacht ‘moet ik dit nu wel doen?’. En waarbij ik toen ik daar aan het werk was overspannen thuis kwam te zitten. Dan had ik de relatie met mijn partner al verbroken…. was er waarschijnlijk niet eens een relatie geweest. Pijnlijk. Want bij één van onze eerste dates ben ik halverwege opgestapt omdat ik er geen goed gevoel  bij had. Toen luisterde ik naar mijn gevoel! Toch zijn we uiteindelijk weer in gesprek geraakt en bij elkaar gekomen. Er was liefde, maar had ik naar mijn eerste gevoel geluisterd dan had ik ons nogal wat gedoe bespaard. Maar dan was ons kind er ook niet geweest. En haar wil ik voor geen goud meer missen. Dus uit onze relatie is zeker iets heel moois en dierbaars voortgekomen.

Een ander moment was de verjaardag van mijn vader, bijna 2 jaar geleden.

Een paar maanden daarvoor had ik het idee om als cadeau met de hele familie op de foto te gaan. Het kwam er maar niet van. We waren allemaal druk. En toen vlogen de woorden ‘straks is het te laat’ door mijn hoofd. Genegeerd, naar de achtergrond geduwd. Een paar weken later kreeg mijn vader een zware hersenbloeding. Bam! Gelukkig is hij er nog, maar toen werd ik me wel even heel bewust van het wegdrukken van (voor)gevoel. Dat bewustzijn heb ik vervolgens met dezelfde noodgang als altijd ergens ver weg geparkeerd. Hoe kan dat nou? Wat moet er gebeuren wil ik weer naar mezelf gaan luisteren.

En dan komt plotseling het overlijden van een lieve vriend weer als een mokerslag binnen.

In één keer was hij er weer. Alsof het gisteren gebeurd is. Hij is verongelukt in 1993, hij was 24 jaar. Ik weet nog precies wat ik zei toen iemand uit onze vriendgroep me belde om dat te vertellen: ‘Maar hij is niet dood toch? Dat kan toch niet?’. Maar hij was wel dood. En weer krijg ik dat benauwde gevoel van toen. Van buiten de werkelijkheid staan. Van onmacht. Ik zie me nog in mijn studentenkamer staan, heen en weer lopen. Iets moeten doen, iets willen doen om weer grip te krijgen op iets, op het leven, op mezelf. Heeft dit ongemerkt zo’n enorme impact gehad? En heb ik toen de fundering van de muur om mijn gevoel gelegd die me nu op veel vlakken parten speelt?